|
haar gezicht beneveld als van een maan die men zeer van op afstand vermoedt met wallen en kloven en ongevaarlijke kraters
haar gezicht een oase eindelijk tot rust geen angst meer geen spijt niets dan het reiken naar wat haar heden nog rest
zoetgoed op komst of de nabijheid van iemand die haar ze weet niet van waar zo vertrouwd is haar gezicht een zo zachte glooiing
bijna niets lijkt nu mateloos veel wist niet dat het leven zo onvervalst en zo simpel met zo weinig toch telkens weer sprankels
Rose Vandewalle
uit: Verwaaid,
De Oostakkerse Cahiers
http://www.deoostakkersecahiers.blogspot.com/
|