|
1
Omdat herinnering niet dooft: daarom kwam ook
voor hem elke dag de zon op, streelde de hand
die tussen het leven door een flits van een
gedicht schreef, soms.
Vaker was hij tot niets verplicht, - daar kon
hij het best mee stellen.
Later, zijn lichaam verworden tot het tengerste
weefsel, hoestte hij zijn grens tegemoet tot
alle holten in zijn mens waren gestold.
Een
ademtocht voordien nog zinderde de hitte een
laatste keer na en kleurde het water bloedrood.
Jaja, water zat.
Dan legde hij zijn laatste nachtegaal het
zwijgen op.
|