|
Nobody knows the trouble I've seen
Ik ween & klaag, buig & dwaal,
draag uw slavenketenen.
Niemand kent mijn lijden,
niemand kent mijn lot.
U roofde mij weg uit mijn land,
ontnam mij mijn naam.
Ik ben als een kind zonder moeder,
ver van huis.
Maar eens verandert de maan in bloed,
zal deze oude wereld wankelen.
De hel is diep, de hel is wijd,
maar de wateren zullen wijken.
40 dagen & 40 nachten zal het regenen.
Slavendrijvers roeien in het wilde weg.
Probeerden ze te zwemmen,
dan zwemmen ze nu nog.
Deze wereld is niet mijn thuis.
Ik ben alleen op doorreis.
Laat me knielen, het brood breken,
mijn blik gericht op de rijzende zon.
Mijn naam is geroepen.
Mijn huis is aan de overkant.
|