JOS BASCOURT   (1863-1927)

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Boechout

Bollebooswicht


 

 


Op 15 september 1863 komt Joseph Hyacinthe Marie Corneille Bascourt als tweede zoon uit een gezin van zeven ter wereld in Schaarbeek. Vader Camille combineert een handel in koffie met kerkelijke voorwerpen, maar moet zijn activiteiten op middelbare leeftijd wegens ziekte stopzetten. Daarom belt zijn vrouw Joske aan bij haar ongehuwde zus Marie-Eugenie Buelens in Antwerpen. Zij zal de drie oudste kinderen onder haar hoede nemen. Tante heeft aan de Groenplaats een lingeriewinkel en zo groeit Jos op in het historische hart van de Sinjorenstad. We weten weinig over de eerste schooljaren, maar in september 1880 schrijft Jos zich als 17-jarige in aan de afdeling bouwkunst van Antwerpse academie. Hij krijgt les van Jos Schadde, Leonard Blomme en Pieter Dens, grote jongens met heel wat bijzondere gebouwen op hun actief. Het gaat om avondlessen, zodat de tiener overdag een job kan aannemen om zijn opleiding te betalen. Neel Kennes, meester-metselaar, zet hem aan het werk als tekenaar, bediende, magazijnier en werkopzichter. Zo leert Jos meteen de praktijk van het bouwvak kennen. Jos doorloopt ook het Hoger Instituut en ontwerpt in 1885 als eindwerken de toegang tot een museum, compleet met triomfboog, plus een hoofdgevel van een stedelijke parochiekerk in 13de-eeuwse gotiek. Maar hij heeft ook leren bouwen in neo-Vlaamse renaissance, op dat moment dé trendy stijl. Bascourt begint als assistent van Leonard Blomme. In 1889 werkt Bascourt voor Ernest Dieltiens, specialist in neo-barok en neo-Vlaamse renaissance. Zodra Bascourt in 1887 een eigen praktijk opzet, bouwt hij voor tante Marie-Eugenie een neo-klassiek huis aan de Markgravelei.

In 1886 is er door Antwerpse katholieke notabelen en adellijke grondbezitters een bouwmaatschappij opgericht, om een nieuwe prestigieuze wijk aan te leggen op de Zurenborgse gronden in het oosten van de stad. Directeur wordt de 29-jarige boekhouder Louis Luyckx, die zoveel vertrouwen en gezag opbouwt, dat hij de ontwikkeling van de wijk zelf kan uitstippelen. Luyckx geeft opdracht aan architecten voor het bouwen van blikvangers. Vooral het oostelijk deel van de wijk, met als hoofdas de Cogels-Oselei, wordt met voorname architectuur bebouwd. De eerste opdracht voor Bascourt volgt in 1893, een hoekpand nabij de Dageraadplaats. Daarna mag hij het Café du Dôme bouwen aan de Grote Hondstraat, vandaag restaurant Dôme. Zomer 1894 wordt de Cogels-Osylei aangelegd, waar Bascourt en Ernest Stordiau de spits afbijten. Terwijl Stordiau het met 'Apollo' bescheiden bij een klassiek paleis houdt, zorgt Bascourt met 'In de Sterre, de Sonne en de Mane' in neo-Vlaamse renaissance voor dé opvallende entree van de wijk, later betiteld als 'het stadhuis van Zurenborg'. 

Na kennismaking met architectendochter Constance Verreecken verandert de stijl van Bascourt enigszins. In 1897 bouwt hij met 'Borreas' in de Transvaalstraat het eerste art nouveau-huis in Antwerpen, waarbij vooral de op Hankars Brusselse art nouveau geïnspireerde erker opvalt. Twee jaar later volgt Jos' meesterwerk, 'De Vier Seizoenen', vier samenhorende panden op de hoeken van het kruispunt van de Waterloo- en Generaal van Merlenstraat. Nog tijdens de bouw is Bascourt al aan de slag voor projecten buiten Antwerpen: een villa voor directeur Luyckx in Westmalle en voor mevrouw Nottebohm het Nottebohm Hospitaal in Berchem.

Nogal wat realisaties van Jos Bascourt zijn in de jaren nadien sterk verbouwd of grofweg gesloopt. Niet in elke tijdsperiode van de 20ste eeuw is er waardering geweest voor dit type huizen. In 1902-'04 bouwt Jos aan de Sint-Vincentiusstraat in Antwerpen zijn derde eigen woning met atelier in een mix van stijlen. Uiterlijk niet meteen opvallend, binnenin des te meer: een dubbelhoge hal met een trap tussen Corinthische zuilen, een galerij met klassieke bustes, salon in Louis XVI-stijl, empire-boudoir, eetkamer in Egyptiserende art nouveau met een Moorse veranda. Heel dit huis was een staalkaart van het kunnen van de architect. Als in 1986 het aangrenzende Sint-Vincentiusziekenhuis meer ruimte zoekt, wordt dit huis gesloopt. Bascourts carrière eindigt enigszins in mineur met nogal wat niet uitgevoerde ontwerpen, verbouwingen en kleinere opdrachten, zoals de uitbreiding van het gebouw van de broeders alexianen in Boechout met een biljartzaal, duivenhok en toiletten, niet echt waardig voor een Ridder in de Kroonorde (sinds 21 juli 1925) en vandaag weer bewonderd architect. Op 27 februari 1927 overlijdt Jos Bascourt in het Antwerpen waar hij zoveel heeft gebouwd en waar zoveel van hem nadien weer gesloopt is.

 

  5