Jean Henri Marie George Caroly wordt in Brussel geboren als zoon
van Anna Bosman en ene heer Caroly. Maar dat laatste is niet
volledig zeker, er wordt gefluisterd dat George een bastaardzoon
van koning Leopold II is. Anna is hofdame geweest en wanneer zij
later in landhuis Appelkanthof in Boechout gaat wonen, zou de
Belgische vorst daar regelmatig als bezoeker gesignaleerd zijn.
George zelf wordt rechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te
Antwerpen. Naast het buitenverblijf in Boechout heeft hij een
woning in de stad, waar hij het leeuwendeel van het jaar
verblijft. Voor de latere baron Caroly is dat een statig huis
aan de Antwerpse Komedieplaats, recht tegenover de
Bourlaschouwburg. Geen schone schijn, de man houdt echt van
cultuur en elke kamer van zijn woning puilt uit van de kunst -
hij laat zich op het eind van zijn leven temidden van al dat
kostbaars fotograferen, zodat we achteraf precies weten wat hij
zoal verzamelde: Europese kant, antiek borduurwerk, Bulgaarse
sierkleden, kussens uit Perzië en China, wandbehang uit
Oesbekistan en als topstuk een 17de-eeuws Antwerps
kunstkabinetje met op de laden geborduurde voorstellingen van de
'Metamorfosen' van Ovidius.
Caroly's vakkennis is voor de Antwerpse burgemeester Camille
Huysmans aanleiding om George met een speciale missie naar
Londen te sturen. Daar wordt het schilderij 'De Familie van
Berchem' van de Antwerpenaar Frans Floris geveild en Huysmans
wil daarop een bod laten uitbrengen namens het stadsbestuur. Hij
limiteert de aankoopsom tot 400.000 frank, maar Floris' werkstuk
haalt op de veiling een hoger bedrag. Toch vindt Caroly dat hij
het doek voor Antwerpen moet verwerven, dus biedt hij mee tot de
hamer op 500.000 frank definitief valt en Caroly met de hele 'Familie'
naar België kan afreizen. Zijn passie wordt evenwel allerminst
door Huysmans gedeeld, die vindt dat Caroly zich aan de afspraak
van 400.000 frank had moeten houden. Het geschil loopt zo hoog
op, dat George uiteindelijk besluit het gekochte kunstwerk voor
zichzelf te houden. Hij heeft al een testament gemaakt, waarbij
hij zijn kunstcollectie voor de helft aan Antwerpen en voor de
helft aan Boechout legateert. Na dit incident schrapt hij
Antwerpen uit zijn laatste wil.