VIC GENTILS, RIDDER   (1919- (?))

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Boechout

Bollebooswicht  


 

 


Vic Gentils is geboren in het Engelse Infracombe, waarheen zijn Franse vader en Belgische moeder zijn gevlucht voor de Eerste Wereldoorlog. Na zijn geboorte keren ze terug naar Antwerpen. Vic volgt tussen 1934 en '38 een schildersopleiding aan de Antwerpse academie, die hij in 1940-'42 voortzet aan het Hoger Instituut, waar hij les krijgt van Lierenaar Isidoor Opsomer.

In 1943 debuteert Gentils met landschappen met een kubistisch-expressionistische inslag. Een eerste eigen tentoonstelling volgt in 1946 in de Koninklijke Kunstkring van Antwerpen. Het jaar daarop neemt hij deel aan "Jonge Antwerpse Schilderkunst" in zaal Artes.
Op 16 december 1947 wordt de Antwerpse Yvonne De Maere zijn muze voor altijd. In 1949 wordt er naar Turnhout verhuisd, waar ze café-restaurant 'Hof van Turnhout' gaan uitbaten op de wijk Kastelein. Vruchtbaar gebied: op 20 september 1949 wordt dochter Annie Gentils geboren, die de voetstappen van vader zal drukken, als organisator van spraakmakende kunstmanifestaties en later een eigen galerie. Als in 1951 tweeling François Albert en Paul Raymond erbij komt, wordt verhuisd naar Schilde. Een tussenstop, in 1952 duikt het echtpaar op in de Schrijnwerkersstraat in Antwerpen met een eigen kunstgalerie. In 1953 vertrekken ze alweer, naar Schoten.
Ondertussen schildert Gentils steeds abstractere neo-surrealistische voorstellingen. Uiteindelijk wordt het experimenteren met gevonden materialen:  grammofoonplaten, plexiglas, gekneed papier ...  Wanneer Gentils in 1958 een tweede prijs behaalt met een religieus schilderij in een wedstrijd van Pro Arte Christiana, is dat het signaal om de kwast voor lange tijd neer te leggen en sculpturaal te gaan werken.

In 1958 verenigen in Antwerpen progressieve kunstenaars zich in G.58; Gentils is mede-oprichter. Op 29 november 1958 exposeert de G.58-groep in het Antwerpse Hessenhuis, meteen een statement tegenover de kunstwereld. Uit ongenoegen over G.58 sticht Gentils in 1960 samen met o.a. Jan Dries, Guy Vandenbranden en Jef Verheyen 'De Nieuwe Vlaamse School'. Ze exposeren in de Antwerpse Vecu, artistiek trefcentrum nabij het Conscienceplein.

Gentils gaat met gebrand hout werken en vanaf 1961 verwerkt hij piano-onderdelen in zijn assemblages. Een jaar later komt er rood en groen vilt bij. Materiaal volop, na overname van een gesloten hoedenfabriek. Vanaf 1963 wordt dit repertoire aangevuld met meubelfragmenten en scheepsonderdelen. In dat jaar neemt Gentils deel aan de VIIde Biënnale van Tokio, het jaar daarop aan de XXXIIste Biënnale van Venetië en Documenta III, immer spraakmakende tentoonstelling te Kassel. Gentils assembleert dan gebrande en vergulde kaderlijsten, waarvan 'Grand'Place de Bruxelles' in het Brussels Hilton te bewonderden valt.
Deelname aan de Vde Biënnale van San Marino levert in 1965 een Eerste Prijs op, plus een contract voor vijf jaar met galerie Krugier in Genève. Die galerie zal met een verzoek voor een werk rond het thema 'stoel' de aanzet geven voor het beroemde Gentils-werk 'Het grote schaakspel', een assemblage van 32 figuren,  thans te zien in de Orangerie van Middelheim. Intussen neemt Vic deel aan de IXde Biënnale van São Paulo (Brazilië) en krijgt hij in 1969 de Prijs Robert Giron. In datzelfde jaar komt de bibliofiele uitgave 'De Acht Hoofdzonden' tot stand: 8 zeefdrukken van Gentils naast 8 gedichten van Hugues Pernath, 'ambassadeur' van de Antwerpse Pink Poets dichters. 

Het volgende decennium zet Gentils op aparte wijze in: hij verhuist op Nieuwjaarsnacht 1970 naar Hingene, waar hij zijn intrek neemt in 'De Notelaar', jachtpaviljoen van de vroegere kasteelheren. Mensen kennen dat vandaag als het huis van Alexander Vorlat, uit de tv-serie 'Stille Waters'. Vic Gentils maakt hier een van zijn bekendste werken, het 'Monument Huysmans-Lenin', 30 houten beelden met centraal Camille Huysmans, staande op een kar het volk toesprekend, terwijl Lenin naast hem notities neemt. Het ensemble staat permanent opgesteld in een aula van de UIA in Edegem. Een jaar later volgt 'Portret van Lode Craeybeckx' naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de Antwerpse burgemeester die het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim heeft gesticht. Voor dit beeld gebruikt Vic gebronzeerd ijzer, met een wisselwerking tussen materiaal en leegte om de figuur vorm te geven. Het staat uiteraard in het Middelheimpark. Op het hoogtepunt van zijn carrière verleend koning Boudewijn Vic Gentils de titel van ridder.

 

  5