|
Vic Gentils is geboren in het Engelse Infracombe, waarheen zijn
Franse vader en Belgische moeder zijn gevlucht voor de Eerste
Wereldoorlog. Na zijn geboorte keren ze terug naar Antwerpen. Vic
volgt tussen 1934 en '38 een schildersopleiding aan de Antwerpse
academie, die hij in 1940-'42 voortzet aan het Hoger Instituut, waar
hij les krijgt van Lierenaar Isidoor Opsomer.
In 1943 debuteert Gentils met landschappen met een
kubistisch-expressionistische inslag. Een eerste eigen
tentoonstelling volgt in 1946 in de Koninklijke Kunstkring van
Antwerpen. Het jaar daarop neemt hij deel aan "Jonge Antwerpse
Schilderkunst" in zaal Artes. Op 16 december 1947 wordt de Antwerpse Yvonne De Maere zijn muze
voor altijd. In 1949 wordt er naar Turnhout verhuisd, waar ze
café-restaurant 'Hof van Turnhout' gaan uitbaten op de wijk
Kastelein. Vruchtbaar gebied: op 20 september 1949 wordt dochter
Annie Gentils geboren, die de voetstappen van vader zal drukken, als
organisator van spraakmakende kunstmanifestaties en later een eigen
galerie. Als in 1951 tweeling François Albert en Paul Raymond erbij
komt, wordt verhuisd naar Schilde. Een tussenstop, in 1952 duikt het
echtpaar op in de Schrijnwerkersstraat in Antwerpen met een eigen
kunstgalerie. In 1953 vertrekken ze alweer, naar Schoten. Ondertussen
schildert Gentils steeds abstractere neo-surrealistische
voorstellingen. Uiteindelijk wordt het experimenteren met gevonden
materialen: grammofoonplaten, plexiglas, gekneed papier ...
Wanneer Gentils in 1958 een tweede prijs behaalt met een religieus
schilderij in een wedstrijd van Pro Arte Christiana, is dat het
signaal om de kwast voor lange tijd neer te leggen en sculpturaal te
gaan werken.
In 1958 verenigen in Antwerpen progressieve kunstenaars zich in
G.58; Gentils is mede-oprichter. Op 29 november 1958 exposeert de
G.58-groep in het Antwerpse Hessenhuis, meteen een statement
tegenover de kunstwereld. Uit ongenoegen over G.58 sticht Gentils in 1960 samen met o.a. Jan
Dries, Guy Vandenbranden en Jef Verheyen 'De Nieuwe Vlaamse School'.
Ze exposeren in de Antwerpse Vecu, artistiek trefcentrum nabij het
Conscienceplein.
Gentils gaat met gebrand hout werken en vanaf 1961 verwerkt hij
piano-onderdelen in zijn assemblages. Een jaar later komt er rood en
groen vilt bij. Materiaal volop, na overname van een gesloten
hoedenfabriek. Vanaf 1963 wordt dit repertoire aangevuld met
meubelfragmenten en scheepsonderdelen. In dat jaar neemt Gentils
deel aan de VIIde Biënnale van Tokio, het jaar daarop aan de
XXXIIste Biënnale van Venetië en Documenta III, immer spraakmakende
tentoonstelling te Kassel. Gentils assembleert dan gebrande en
vergulde kaderlijsten, waarvan 'Grand'Place de Bruxelles' in het
Brussels Hilton te bewonderden valt. Deelname aan de Vde Biënnale van San Marino levert in 1965 een
Eerste Prijs op, plus een contract voor vijf jaar met galerie
Krugier in Genève. Die galerie zal met een verzoek voor een werk
rond het thema 'stoel' de aanzet geven voor het beroemde
Gentils-werk 'Het grote schaakspel', een assemblage van 32 figuren,
thans te zien in de Orangerie van Middelheim. Intussen neemt Vic
deel aan de IXde Biënnale van São Paulo (Brazilië) en krijgt hij in
1969 de Prijs Robert Giron. In datzelfde jaar komt de bibliofiele
uitgave 'De Acht Hoofdzonden' tot stand: 8 zeefdrukken van Gentils
naast 8 gedichten van Hugues Pernath, 'ambassadeur' van de Antwerpse
Pink Poets dichters.
Het volgende decennium zet Gentils op aparte wijze in: hij verhuist
op Nieuwjaarsnacht 1970 naar Hingene, waar hij zijn intrek neemt in
'De Notelaar', jachtpaviljoen van de vroegere kasteelheren. Mensen
kennen dat vandaag als het huis van Alexander Vorlat, uit de
tv-serie 'Stille Waters'. Vic Gentils maakt hier een van zijn
bekendste werken, het 'Monument Huysmans-Lenin', 30 houten beelden
met centraal Camille Huysmans, staande op een kar het volk
toesprekend, terwijl Lenin naast hem notities neemt. Het ensemble
staat permanent opgesteld in een aula van de UIA in Edegem. Een jaar
later volgt 'Portret van Lode Craeybeckx' naar aanleiding van de
75ste verjaardag van de Antwerpse burgemeester die het
Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim heeft gesticht. Voor
dit beeld gebruikt Vic gebronzeerd ijzer, met een wisselwerking
tussen materiaal en leegte om de figuur vorm te geven. Het staat
uiteraard in het Middelheimpark. Op het hoogtepunt van zijn carrière
verleend koning Boudewijn Vic Gentils de titel van ridder.
|