HYPPOLYTE JENNEVAL    (1801-1830)

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Boechout

Bollebooswicht  


 

 


Op 18 oktober 1830 sneuvelt nabij het huidige park van de Broeders Alexianen in een van de dreven van het kasteel Hippolyte Louis Alexander Dechet, bekend onder zijn artiestennaam Jenneval. Dat gebeurt tijdens een gevecht tussen de Belgische opstandelingen en de Hollandse soldaten, die een uitval hebben gedaan uit Lier. Deze Fransman, geboren in Lyon, is dichter en acteur, maar vooral bekend als tekstschrijver van de Brabançonne, het nationale volkslied, waarvan de muziek door Frans Van Campenhout is gecomponeerd. De Brabançonne schijnt voor het eerst door Jenneval gedeclameerd te zijn in het Brusselse café L'Aigle d'Or in de Greepstraat, nadat een groep jongeren zich na gevechten in september 1830 daar 's avonds op de eerste verdieping is komen amuseren. Naargelang de gebeurtenissen heeft Jenneval zijn tekst de dagen daarna nog aangepast, zodat er uiteindelijk drie versies bestonden.

Jennevals lichaam is bijgezet in de crypte van het grote monument op het Brusselse Martelaarsplein - voorheen Sint-Michielsplein -, dat de slachtoffers van deze onafhankelijkheidsstrijd herdenkt. 

Wanneer de Nederlandse koning Willem I in 1840 na de erkenning van het onafhankelijke België afstand doet van de troon, willen we stilaan de betrekkingen met onze noorderburen normaliseren. In dat kader wijzigt Eerste Minister Charles Rogier - zelf in september 1830 als leider van een groep Luikenaren naar Brussel getrokken om de opstand te leiden en lid geworden van het Voorlopig Bewind - enkele zinsneden van de Brabançonne. Met name de regels 'Het artillerievuur heeft de oranjekleur op de vrijheidsboom vernietigd' en 'Slaap in vrede, ver van de oranjekleur, onder de vrijheidsboom' worden geschrapt. Die zijn al te onvriendelijk tegenover het Huis van Oranje, waaruit de Nederlandse vorsten komen. Charles Rogier wil met name van Nederland de vrije vaart op de Schelde verkrijgen, wat hem in 1863 inderdaad lukt. 

Op 8 augustus 1921 wordt in een ministeriële rondzendbrief van Binnenlandse Zaken bepaalt, dat enkel de vierde strofe van Rogiers tekst voortaan als het officiële Belgische volkslied wordt aangemerkt. Dat geldt zowel voor de Franse als de Nederlandse versie. De Nederlandse tekst is van Richard Minne.

Duitstalig België moet het stellen met een vertaling van beide versies in het Duits, wat twee verschillende Duitse teksten oplevert. Daardoor kan in Eupen je buurman een andere tekst zingen dan jij, terwijl je allebei de Brabançonne vertolkt.

 


 

 

  5