GEORGE(S) VAN RAEMDONCK   (1888-1966) 

Het Stille Pandd

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Boechout

Bollebooswicht


 

 


Aan het Hopland wordt deze apothekerszoon geboren. Zijn ouders zijn dus geen arme lui, moeder is Française, er is cultuur in huis. Georges mag al vroeg zijn eigen gang gaan, hij kiest voor een opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en gaat verder in de schilderkunst aan het Nationaal Hoger Instituut, de opleiding voor professionals van dezelfde onderwijsinstelling. Hij krijgt er les in landschapsschilderen van Franz Courtens, een man waar ook ander Boechouts talent mee te maken heeft gehad. Intussen volgt Georges ook vioollessen aan het conservatorium, maar merkend dat hij in de muziek nooit de top zal bereiken, houdt hij daarmee op. Na zijn tweede jaar Hoger Instituut trekt hij er thuis tussenuit en gaat vanaf 29 juli 1909 in het nabije Zwijndrecht een bestaan als zwerver-kunstenaar leiden. Blijkbaar trekt dat vrouwen aan, vier haar later is Georges een getrouwd man; zij heet Adriana Denissen. Weer een jaar later breekt de Eerste Wereldoorlog uit en vlucht het gezin naar Halsteren, een dorp in Nederland, waar de echte carrière van Van Raemdonck zal beginnen.

Georges krijgt via een prijsvraag de kans om politieke spotprenten te maken voor "De Amsterdammer", een weekblad. Maar men is daar niet gewend aan de scherpe humor van Vlamingen en de conservatieve lezers zijn niet zo te spreken over Georges' werk.  Gelukkig is hij dan reeds opgemerkt door schrijver A.M. de Jong, die hem bij het socialistische partijblad "De Notenkraker" binnenloodst in mei 1917. Hun samenwerking zal vele jaren duren. Vanaf 2 mei 1922 tot 17 november 1937 werken ze als tandem aan wat wellicht Nederlands eerste stripverhaal is, "Bulletje en Bonestaak" voor dagblad Het Volk. De Jong zorgt voor het scenario, Van Raemdonck maakt in totaal 8856 tekeningen voor de 21 deeltjes die verschijnen.  De verhalen worden later ook in boekvorm uitgegeven door koffiebrander Van Nelle en halen een totale oplage van 178.441 stuks. Daarnaast tekent Georges nog een strip voor margarinefabrikant Van den Bergh en zijn legendarische 'Blue Band' merk.

Toch verraadt onze Vlaming zijn heimat niet. Op 12 november 1928 keert het gezin terug naar België, waar Zwijndrecht en dan Antwerpen de thuishavens vormen. Hier begint Georges opnieuw te schilderen, maar zijn politieke prenten voor "De Notenkraker" blijft hij afleveren. Vooral na de aanstelling van Hitler tot Rijkskanselier in 1933 voeren A.M. de Jong en Van Raemdonck een ware anti-fascistische strijd in het blad. De Jong is intussen begonnen aan zijn magnus opus, dat hem een plaats in de Nederlandse literatuurgeschiedenis zal bezorgen, acht delen over Merijntje Gijzen, een autobiografische romancyclus over zijn jeugd in een arm katholiek arbeidersgezin in Noord-Brabant. De omslag van 'Merijntje Gijzens jonge jaren' wordt door Van Raemdonck getekend. Intussen blijft Georges een rusteloze zwerver, zij het niet zozeer materieel, want hij verhuist van Antwerpen naar Kapellen en vandaar weer naar Edegem. Zijn Nederlandse socialistische vriend wordt in 1942 door de Duitsers aangehouden, weer vrijgelaten het jaar nadien, maar dan op 18 oktober 1943 in zijn woonplaats Blaricum door een Nederlands SS-commando vermoord. Daarmee wordt de band met Nederland doorgeknipt.

Na de oorlog gaat Van Raemdonck politieke tekeningen maken voor dagbladen de 'Volksgazet' en 'Vooruit' onder de schuilnaam Hop (een herinnering aan zijn geboorte in het Hopland?) en verhuist voor de laatste maal in 1947, nu naar de dr. Theo Tutsstraat 39 in Boechout, waar hij buurman van Eugeen De Ridder wordt. Deze tandem zal vooral van zich doen spreken in hun stamcafé bij Jos Verbruggen op de hoek met de 'Borze' (deel van de huidige Jan Frans Willemsstraat tussen Tuts- en Heuvelstraat). Georges gaat voor de kost vanaf 1964 samenwerken met Jef Van Droogenbroeck aan het stripverhaal Tijl Uilenspiegel voor 'Vooruit'. Op 26 januari 1966 overlijdt hij in rusthuis Heilige Familie - thans bekend als Vijverhof, waar twee schilderijen van hem hangen. Bij Boechoutenaren blijft Georges Van Raemdonck vooral bekend als de man van de cartoons van Boechoutse figuren op bierviltjes. Sinds 1986 is er een Boechoutse cartoonale naar hem genoemd. Vreemd, hoe een kunstenaar die op zijn 20ste de bohémien gaat uithangen, eigenlijk zijn hele verdere leven is blijven zwerven door omstandigheden die hij niet in de hand heeft. Zwerven tussen bekendheid in Nederland en België, tussen de wil om te schilderen en de noodzaak van tekenen. Dat heeft deze man wat parten gespeeld: hij is nooit echt doorgebroken als erkend kunstenaar door die dubbelzinnigheid in zijn leven.

 

  5