ZONNEWIJZERS

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Boechout

Bollebooswicht  


 

 


Eigenlijk zijn het schaduwwijzers, want de schaduw van een staaf op een plaat geeft de tijd aan. De oudste berichten over zonnewijzers komen uit China, waar het idee al rond 1100 voor Christus wordt beschreven. Maar het gebruik van rechtopstaande staken om de tijd te meten is veel ouder. De Egyptenaren gebruiken er hun obelisken voor en ruim 43 eeuwen geleden, wist men ook al hoe laat het was in Babylon, het huidige Irak.

Bij een vlak op de grond liggende wijzerplaat, moet je bij ons de verticale staaf in de richting van de poolster laten wijzen onder een hoek van 52°. Vaak staat er een metalen driehoek op zo'n wijzerplaat, met een schuine hoek van 52 graden. Dat is de geografische breedtegraad, waarop dit dorp zich op de aardbol bevindt. Die nauwkeurige opstelling is nodig, omdat enkel op die manier de zon om 12 uur 's middags de kortste schaduw werpt en de aangeduide uren kloppen met de reële tijd. Bij een andere stand loopt je zonnewijzer voor of achter en kom dan maar eens op school aanzetten met het excuus: "Sorry, m'n zonnewijzer liep achter."

Wanneer de zonnewijzer aan de muur hangt, moet dat tegen een zuidmuur gebeuren en wordt de hoek van de gnomon - de staaf - 39° ten opzichte van de muur. Elk uur verplaatst de schaduw zich over een afstand van 15°, waardoor je de juiste uren op de wijzerplaat kan aanbrengen. Alleen blijkt de lengte van de uren te veranderen met het jaargetijde, doordat de zon 's zomers hoger staat dan 's winters. Hoewel een dag al sinds onheuglijke tijden in 24 uren is verdeeld, duurden de daguren vroeger in de zomer langer dan de nachturen en omgekeerd. De mensen hielden dus enigszins een winterslaap. Dat lukte tot die sukkel de wekker met de opwindveer uitvond!

 


 

 

  5