|
De op 20 mei
1955 in Lier geboren Christine Conix groeit op in Antwerpen, waar ze
de prestigieuze school van de Dames van het Christelijk Onderwijs
(de Dames, vaak uitgesproken op zijn Frans als Dams) aan de Meir
volgt. Hoewel haar ouders niets met bouwen te maken hebben, kiest
Christine na haar middelbare opleiding voor architectuur. Zij volgt
daarom de architectuuropleiding aan het Hoger Architectuur Instituut
van het Rijk (HAIR) in Antwerpen, waar zij in 1978 afstudeert.
Meteen het jaar daarop, 1979, begint zij als zelfstandig architecte
met haar eigen bureau. Nog tijdens haar studententijd is zij
getrouwd met Philippe van Doninck, thans manager bij
manufacturen/kledingketen Veritas. Met hem heeft zij twee dochters
Caroline en Sandrine en een zoon Vincent, die intussen hun eigen
carrière hebben uitgebouwd.
Conix eerste
bureau is in het door haar en haar man een week voor de
diploma-uitreiking van het HAIR gekochte huis in Wilrijk, waar
Christine meteen aan het verbouwen slaat. Zij beschouwt het als haar
eerste opdracht en meteen een uitstekende leerschool, die haar zal
inspireren in haar verdere loopbaan. De woning ligt nabij het
beroemde Le Corbusierhuisin Wilrijk, meteen een architect die
Christine tot haar inspiratiebronnen rekent, waartoe verder de
Amerikaan Frank Lloyd Wright behoort, het vooral als
interieurontwerpers bekende echtpaar Charles en Ray Eames (waarvan
Christine een stoel in huis heeft, die zij haar lievelingsmeubel
noemt), Mies van der Rohe en haar leraar aan de
architectuuropleiding Georges Baines, die o.m. naast het Le
Corbusierpand een aansluitend atelier voor mode-ontwerpster Ann
Demeulemeester heeft gebouwd en de Henri Leboeufzaal van het
Brusselse Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozar) heeft gerestaureerd.
In 1987
verhuist haar architectenbureau naar de Jan Van Rijswijcklaan in
Antwerpen en krijgt Christine Conix stilaan meer en grotere
opdrachten, voor het ontwerpen van ketenwinkels en kantoren. Haar
bureau wordt een b.v.b.a.: Architectenbureau Christine Conix.
Een eerste
spraakmakende project is het invullen van een leeg perceel in de
befaamde Cogels Osylei in de Antwerpse wijk Zurenborg, die begin
20ste eeuw is volgebouwd met belle-epoque huizen van Antwerpse
architecten die zich in allerhande klassieke en toen eigentijdse
stijlen hebben mogen uitleven, waardoor de straat vandaag een
eersteklas toeristische trekpleister op architectuurgebied is
geworden. Op het bouwperceel had ooit de villa Mercurius gestaan,
die echter gesloopt was. Christine ontwerpt in 1992 een eigentijdse
woning, die volgens haar ideeën aansluit bij de overige bebouwing,
maar wel de kenmerken daarvan hedendaags interpreteert. Voor veel
mensen is het toch wennen, zo’n strak huis zonder de
tierelantijntjes en ambachtelijke sier van de rest van de straat.
Maar voor Conix’ architectenbureau is het natuurlijk een opvallende
realisatie.
Nog in
datzelfde jaar 1992 verhuist zij met haar gezin naar de Doornstraat
in Boechout, een wat achterin gelegen woning met ruim uitzicht op de
omliggende natuur. Haar bureau verhuist in dat jaar naar een pand
aan de hergewaardeerde Antwerpse Scheldekaaien, het Upstreamgebouw
aan Cockerillkaai 18. Zij zal de jaren nadien zelf nog een aantal
panden langs die kaaien ontwerpen, zoals dat van De Hoopnatie tussen
de Leuven- en de Timmerwerfstraten.
Als na het
faillissement van het Heylen-cinemaconcern in 1993 het Franse
Gaumont besluit om de vroegere cinema’s Rex en Metro te vervangen
door een modern bioscoopcomplex, is het Christine Conix samen met de
Limburgse architect Michel Jaspers die het ontwerp levert.
Opmerkelijk bij dit ontwerp zijn de zogeheten vliesgevels,
transparante schermen op 60 cm van de betonnen gevelstructuur.
Daarmee moet het gebouw zich als cinema profileren en zich
onderscheiden van onder meer een hotel. In 1997 opent het
Gaumont-cinemacomplex, dat intussen door de Franse groep UGC is
overgenomen. Langs een binnenstraat tussen de entreehal voor de
bioscoopbezoekers en de brede De Keyserlei zijn diverse horecazaken
gesitueerd en in een kelderverdieping een supermarkt, naast de eigen
parkeergarage.
Nadat een
vroeger goederenstation op het oude complex van het Antwerpse
Zuidstation door de NMBS van de hand werd gedaan, zijn er diverse
plannen rond dat gebouw ontwikkeld, maar die werden telkens weer
afgeblazen. Uiteindelijk kan de ondernemersbank Bank J. van Breda de
hand op het gebouw leggen en mag Conix Architecten aan de slag. De
vroegere lokettenzaal van het station wordt verbouwd tot
ontvangstruimte in de jaren ’90.
Is Christine
Conix op dat moment reeds een bekende naam in de Antwerpse
bouwwereld, de internationale doorbraak komt er vanaf 2004 als het
bureau de architectuurwedstrijd voor de renovatie van het Brusselse
Atomium wint. Dat betekent meteen een tweede vestiging in de
Belgische hoofdstad, begonnen met een klein kantoortje en inmiddels
uitgegroeid tot een volledig bemand bureau met een personeelsbestand
dat die van het Antwerpse bureau benadert. Er is in 2008 een
samenwerking ontstaan met een Poolse ingenieur, waardoor Christine
Conix nu ook haar handtekening heeft gezet onder projecten in
Warschau en Gdansk.
Conix
Architects, zoals het bureau nu heet, staat nu ook open voor
medewerkers om partner te worden, waarvan sinds 2005 Sylvie
Bruyninckx het eerste voorbeeld is. Recente projecten zijn de London
Tower, een woontoren van 80 meter hoogte in de Antwerpse wijk Het
Eilandje – waar ook het nieuwe Museum aan de Stroom (MAS) in opbouw
is –, het Hobokense kantoor van het geavanceerde metaalbedrijf
Umicore. Dankzij het winnen van de wedstrijd voor het Belgisch
paviljoen op de komende wereldtentoonstelling in Shanghai in 2010
zal Christine Conix met haar bureau binnenkort ook de Europese
grenzen overschrijden en haar naamkaartje in China kunnen
achterlaten.
Een van de
kernwoorden van Christine Conix is evenwicht, zowel wat haar
privéleven als haar architectuur betreft. Zij wil gebouwen ontwerpen
die mensen kunnen ontroeren en dus de menselijke schaal blijven
respecteren. Om het contact met het dagelijks leven van de mensen te
behouden, blijft het bureau ook bouwen en renoveren voor
particulieren en wordt er naar een mix van opdrachten gestreefd. De
architectuur van Conix moet niet verbluffen of overweldigen, maar
heeft als bedoeling dat je die stilaan kan ontdekken.
|