BAUHAUS

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Dendermonde

Bollebooswicht


 

 


In 1919 richt architect Walter Gropius in de Duitse stad Weimar het Staatliches Bauhaus op, een hogeschool voor architectuur en toegepaste kunsten. Naar het voorbeeld van de middeleeuwse bouwloods streeft Gropius naar de eenheid van alle kunsten onder leiding van de architectuur, zodat kunstenaars een opleiding krijgen die hen in staat stelt om ook vakbekwaam in de toegepaste kunsten actief te zijn. Daarom begint de opleiding voor alle studenten met een basiscursus die hen inzicht bijbrengt in kleur, vorm en materiaal. Verder is er daarna een grote verscheidenheid aan vakken: architectuur – met als docent Ludwig Mies van der Rohe, muurschilderen – met als docent Vassily Kandinsky, glasschilderen – met als docent Paul Klee, beeldhouwen, pottenbakken, grafiek, metaalbewerken – met als docent Laszlo Moholy-Nagy, toneel, film, choreografie, interieurdesign – met als docent Marcel Breuer, weven, muziek, fotografie … De school geeft zelf boeken uit in de serie Bauhausbücher, heeft een eigen tijdschrift en neemt deel aan tentoonstellingen. Door dit alles wordt de naam Bauhaus spoedig alom bekend. Voor design is de opleiding baanbrekend.

De regering van de Duitse deelstaat Thüringen, waarin Weimar ligt, is echter een van de tegenstanders van de opleiding. Daarom besluiten Gropius en zijn leraren in 1926 om naar Dessau te verhuizen in door Walter Gropius zelf ontworpen schoolgebouwen, die met veel staal en glas een visitekaartje van het modernistische bouwen worden. Van 1928 tot 1930 neemt de Zwitserse architect Hannes Meyer het directeurschap op zich, om in 1930 afgelost te worden door Ludwig Mies van der Rohe. Wanneer in de staat Anhalt, waar Dessau toe behoort, in 1932 de National Sociale Partei de macht overneemt van de vorst, verhuist het Bauhaus nogmaals, nu naar Berlijn. Daar wordt de school een jaar later gesloten door de nazi’s. Gropius, Moholy-Nagy en Mies van der Rohe wijken daarop uit naar de Verenigde Staten.

Op architecturaal vlak sluiten de ideeën van het Bauhaus nauw aan bij de functionele opvattingen van het Moderne Bouwen. Dat betekent een architectuur waarin de functie de vormgeving van een gebouw bepaalt en niet wordt teruggegrepen naar stijlen uit het verleden.

De Belgische architect-vormgever Henry van de Velde heeft ook enige tijd les gegeven aan het Bauhaus. Daarna is hij in België directeur geworden van de onder zijn impuls opgerichte hogeschool van Terkameren, beter gekend als La Cambre, waar hij vanaf 1928 een veelzijdige opleiding opzet naar het voorbeeld van Bauhaus, met eveneens bekende kunstenaars en specialisten als leraren.