|
BEGIJNENHOF |
|||||||
|
Mannen zijn enkel toegelaten op een begijnhof voor welbepaalde taken en moeten voor zonsondergang het terrein verlaten hebben. Ook de pastoor woont buiten de muren en grachten rond het begijnhof. Twee portiersters zien toe op het naleven van deze regels. Bij contact met de buitenwereld moeten begijntjes steeds minstens met zijn tweeën zijn. Er is dus een scherpe controle op de inmiddels ingestelde regels, die door de overheid worden goedgekeurd. Als de Fransen hier binnenvallen in 1794 worden de begijnhoven afgeschaft, maar de vrouwen mogen in hun huisjes blijven wonen, zij het zonder hun begijnenkleren te dragen. Er komen nu ook andere bewoners tussen hen in wonen en het beheer van de hoven wordt toevertrouwd aan het Bureel van de Godshuizen, een stedelijke overheidsinstelling. Dat blijft zo tijdens de Hollandse tijd onder koning Willem I. Wanneer het onafhankelijke België in 1830 ontstaat, blijven de hoven in beheer bij de lokale overheid, maar is er toch een nieuwe opleving van het aantal bewoonsters, nu weer louter begijnen. Maar in de loop van de 20ste eeuw dooft de beweging langzaam uit, mede door de secularisatie van de maatschappij en de betere mogelijkheden voor vrouwen om alleen een zelfstandig bestaan op te bouwen. Juist in die periode worden de begijnhoven op 2 december 1998 door de UNESCO tot Werelderfgoed verklaard. Sindsdien wordt er her en der gerestaureerd wat er nog overschiet en worden de huisjes verhuurd aan nieuwe bewoners en gezinnen, zodat je vandaag niet enkel vrouwen in een begijnhof als vaste bewoonsters tegenkomt. Vroeger scheef bekeken, worden begijnhoven thans volop ingezet als toeristische bezienswaardigheden, maar moet er tegelijkertijd ook steeds uitgebreider worden verteld, wat zo’n begijnhof eertijds eigenlijk inhield en wie er woonden. Daarover lees je meer bij het thema Begijnen.
|
||||||