|
JOS DE DECKER (1912-2000) |
|||||||
|
In 1941 wordt Jos De Decker tweede bij de Grote Staatsprijs voor Beeldhouwkunst, ofwel de Prijs van Rome, wat hem een reisbeurs oplevert. Maar daar zal tijdens de Tweede Wereldoorlog wel niet veel mee gedaan zijn ... Na die oorlog wordt Jos aangesteld als leraar aan de Academie voor Schone Kunsten in Dendermonde, waar hij in 1952 zijn vroegere leraar Alfred Courtens als professor Beeldhouwen opvolgt om uiteindelijk van 1970 tot 1977 directeur van deze kunstopleiding te worden. Intussen heeft De Decker in 1948 de Provinciale Prijs voor Plastische Kunst van Oost-Vlaanderen behaald. Zijn thematiek draait grotendeels rond de vrouw, het kind en het paard, waaraan hij aanvankelijk zeer figuratief vorm geeft. In de jaren 1980 begint hij vooral zijn naakte vrouwenfiguren sterker te stileren en worden zijn beelden abstracter. Maar vanaf de jaren '90 zoekt De Decker opnieuw de figuratieve weergave op. Een van zijn eerste werken na zijn opleiding is een opdracht van de Dendermondse Oud-Strijders in 1938. Zij wensen een borstbeeld van de dan net drie jaar tevoren bij een auto-ongeluk in Zwitserland omgekomen koningin Astrid. Op 17 juli 1938 is dat beeld onthuld op de Denderlaan, die dan reeds is omgedoopt in Koningin Astridlaan. Daar staat het bronzen beeld nog steeds zeer centraal in het rivierpanorama van de stad. Zelf verwisselt Jos De Decker het tijdelijke voor het eeuwige in het milleniumjaar 2000. |
||||||