|
CHARLES FRAIKIN (1817-1893) |
|||||||
|
Vandaar dat Charles Fraikin ook als apotheker zijn brood tracht te verdienen in Brussel. Maar intussen volgt hij beeldhouwen aan de Brusselse academie waar hij onder meer les krijgt van Puyenbroeck. In 1842 debuteert Charles met een 'Venus' op het Driejaarlijkse Salon in de hoofdstad om drie jaar later enorm succes te oogsten met zijn 'L'Amour captif', waarvan één exemplaar in Brussel is gebleven, het andere in Leningrad terechtgekomen is. Als Fraikin in 1846-'47 een reis naar Italië maakt, heeft hij volledig voor het beeldhouwen gekozen en zijn pillen en poeders achter zich gelaten. De tijd begint ook weer gunstig te worden voor beeldhouwers. Het nieuwe België wil zijn bestaan rechtvaardigen door het verleden tastbaar te maken via beelden en zijn principes duidelijk uit te dragen. Zo mag Charles meewerken aan de Brusselse Congreskolom, waarvoor hij 'Vrijheid' en 'Vereniging' maakt in 1859, als twee van de vier beelden die rond de sokkel van de zuil zitten. Fraikin is dan reeds zo gekend, dat hij in 1848 tot Ridder in de Leopoldsorde is verheven, waar in 1878 nog het Ridderschap van het Erelegioen bij komt. Zijn werk wordt dan tentoongesteld in de Royal Academy in Londen. Ook op de Wereldtentoonstellingen van Parijs (1878) en Gent (1880) is beeldhouwwerk van Charles aanwezig. In 1851 heeft Charles Fraikin enige tijd Constantin Meunier in zijn atelier de fijne kneepjes van het beeldhouwen bijgebracht. Charles werkt veel in marmer, waaruit hij eenvoud en gratie weet te halen, zoals in zijn aankleding van het mausoleum voor koningin Louise-Marie, de echtgenote van Leopold II, dat in een speciale aanbouw aan de Sint-Pieter-en-Pauluskerk in Oostende is ondergebracht. Maar hij kan dus ook overweg met brons, zoals bij de Congreskolom. In 1888 schenkt Fraikin het merendeel van zijn gipsen modellen aan zijn geboortestad Herentals, waar de 94 beelden worden geëxposeerd op de verdieping van de Lakenhalle, die ook lang als stadhuis heeft gefungeerd. Op 22 november 1893 is de schepper van die modellen zelf ook tot eeuwige rust gekomen in de Brusselse randgemeente Schaarbeek.
|
||||||