|
NEO-VLAAMSE RENAISSANCE |
|||||||
|
Vanaf 1874 promoot het in dat jaar voor het eerst verschijnende tijdschrift L’Emulation – het blad van de Société Centrale d’Architecture de Belgique (SCAB), het invloedrijkste architectengenootschap – de neorenaissance als een nationale Belgische stijl. Dat sluit aan bij de alom heersende wil om de nieuwe natie een eigen gezicht te geven. Daartoe wordt gezocht naar wat in het verleden typisch was voor onze streken en zo komt men tot de pitoreske en kleurrijke bouwvorm, die neo-Vlaamse renaissance wordt genoemd. Het wordt de meest geschikte architectuur bevonden voor het familiale leven van de betere klasse uit de tweede helft van de 19de eeuw. Architect-decorateur Albert Charle bouwt in 1869 aan de rand van het Zoniënwoud in Bosvoorde het eerste volledig in neo-Vlaamse stijl opgetrokken gebouw. Hij verwerkt er een kasteeltoren in, die weliswaar nieuw gebouwd is, maar waarbij je de indruk kon krijgen, dat het hier een nieuw huis betreft, dat tegen een gerestaureerde middeleeuwse burchttoren is opgetrokken. Albert Charle zal op dezelfde wijze het kasteel van Gaasbeek restaureren, herbouwen en uitbreiden in 1887-’98. Intussen geeft de Brusselse uitgeverij Van Trigt een vijfdelige reeks uit van het werk van Hans Vredeman de Vries, een tussen 1526 en 1609 levende kunstenaar, die veel modellen van stadspaleizen en tuinen heeft ontworpen, hoewel die doorgaans niet gerealiseerd zijn, maar wel als inspiratiebron voor toenmalige bouwmeesters dienden. En vanaf 1880 publiceert architect Jules van Ysendijck zijn Documents Classés de l’Art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, waarin hij een thematisch overzicht geeft van onze inheemse architectuur, waarbij hij de detaillering daarvan naar voren laat komen. Als coryfee van deze neo-Vlaamse renaissance wordt Hendrik Beyaert bewonderd door de jonge Victor Horta, omwille van zijn uiterste aandacht voor details, die voor de vaklui zeer moeilijk zijn uit te voeren, al lijken ze soms simpel. Paul Hankar is jarenlang stafmedewerker van Beyaert geweest. Hij en Horta zullen eind 19de eeuw de peetvaders van de art nouveau worden.
|
||||||