AUGUSTE PAYEN   (1801-1877)

Het Stille Pand

 

Frits Schetsken

Kunstschuimer

Dendermonde

Bollebooswicht


De op 7 juni 1801 in Brussel geboren Auguste Payen krijgt zijn opleiding nog tijdens de Hollandse periode. Hij behoort tot een familie van architecten uit het Doornikse en volgt aan de academie van Doornik les bij Bruno Renard, de ontwerper van Grand-Hornu. Daarna komt Payen terecht op het kantoor van de Brusselse stadsarchitect Nicolas Roget, die ook technische cursussen geeft aan het Museum voor Wetenschappen en Letteren. Samen met Roget ontwerpt Payen het observatorium van Brussel (1826-’32) in samenspraak met wetenschapper Adolphe Quetelet, die de eerste directeur van deze instelling wordt.

Na de Belgische Onafhankelijkheid zal Auguste Payen Roget als stadsarchitect opvolgen. Uit deze periode dateert de aanleg van de boulevards op de tweede Brusselse stadsomwalling, nu de Kleine Ring. Daarbij hoorden ook tolpaviljoenen bij de Naamse-, Anderlechtse-, Vlaamse-, Ninoofse- en Oeverpoort.

In 1841 neemt hij ontslag uit die functie, om als ingenieur-architect in dienst te treden bij de Belgische Staatsspoorwegen. Payen staat voor een rationeel neoclassicisme. Hij is de ontwerper van de stations van Brussel Zuid (1864-’69, gesloopt), Oostende, Verviers, Manage, Pepinster, Gent, Kortrijk, Lier (1861, nog in gebruik) en Wetteren. Ook heeft Payen het eerste station van Brugge aan het Zand ontworpen. Dat is later steen voor steen afgebroken en per trein naar Ronse vervoerd, waar het heropgebouwd is en nog steeds dienst doet. Daarmee heeft Ronse het oudste nog bestaande stationsgebouw van Europa.

In 1859 bouwt Auguste Payen het Kursaal van Blankenberge in neo-Moorse stijl. Dat in intussen vervangen door een nieuw gebouw.

Op 16 april 1877 overlijdt Auguste Payen in de Brusselse randgemeente Sint-Joost-ten-Node.