|
VALENTIN VAERWYCK (1882-1959) |
|||||||
|
Valentin groeit op als zoon van een architect en heeft de bouwmicrobe dus van huis uit. In 1905 studeert Valentin af aan het Gentse Sint-Lucasinstituut en legt hij zich aanvankelijk toe op restauratie. Hij hecht veel belang aan het nationale verleden en aan traditie om tot eigen architecturale creaties te komen. In belle-epoque en art nouveau is hij niet geïnteresseerd. Voor hem moet een gebouw qua vormgeving beantwoorden aan de functie die het gaat krijgen en ook de binnenindeling is daar een onderdeel van. Daarbij moet een gebouw ingepast worden binnen het omliggende kader van gebouwen en de straat. Met de herbouw in 1912 van de spits van het Gentse belfort - de 19de-eeuwse gietijzeren constructie was gaan afbrokkelen - vestigt hij meteen zijn naam. Want zo is het belfort weer een pronkjuweel dat kan schitteren in 1913, als in Gent een Wereldtentoonstelling plaatsvindt. Voor die Expo 1913 ontwerpt Vaerwyck zowel een 'Oud Vlaendren' als een 'Modern Dorp'. De aanwezigheid van een nostalgisch wijkje op zo'n tentoonstelling was een vast gegeven geworden, na het succes van de wijk 'Oud Antwerpen' op de Expo 1885 in de Scheldestad. Bij de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog voert Vaerwyck tal van restauraties uit en ontwerpt hij monumenten voor de oorlogsslachtoffers. Ook is hij verantwoordelijk voor de reconstructie van in die oorlog verwoeste gebouwen, zoals het Dendermondse justitiepaleis (1920-'27). Hij heeft daarnaast Jozef Viérin geholpen bij de wederopbouw van Diksmuide, waarbij ook het gehele stadshart is herbouwd. Daarnaast zijn heel wat intimistische landelijke villa's aan de Belgische kust, met name in De Haan en Knokke-Zoute, en rond Gent het werk van Vaerwyck. In De Haan hebben Vaerwyck zelf en zijn vrienden Oscar Sinia, Isidoor Blanckaert en René De Cramer grond gekocht aan de Rembrandtlaan om er hun buitenverblijven te bouwen. Die zullen allemaal door Valentin worden ontworpen in een typisch landelijke stijl van kleine Vlaamse villa’s met rode daken, knusse ramen en in één geval zelfs een pseudo-duiventil boven een soort poortgebouw. Een door hem ondernomen studie over de problematiek van de arbeidershuisvesting leidt tot de presentatie van twee modelwoningen op de tentoonstelling 'De Goedkoope Woning' in 1929 te Gent, plus de bouw van drie kleine tuinwijkjes aan de Gentse stadsrand. Van 1923 tot 1947 is Valentin Vaerwyck provinciaal architect voor Oost-Vlaanderen. Na zijn pensioen ontwerpt hij in 1950 nog samen met Jean Hebbelynck het Gentse Provinciehuis. Als lid van de Gentse Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten (vanaf 1910) en van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (vanaf 1920) ijvert Valentin voor het behoud en herstel van ons architecturaal erfgoed. Voor zijn werk wordt hij beloond: hij wordt tot ridder in de Kroonorde en ridder in de Leopoldsorde geslagen en in 1956 door koning Boudewijn in de adelstand verheven, met ook nu weer de titel van ridder. Op 27 november 1959 overlijdt hij in zijn woning aan de Kortrijksesteenweg 419 in zijn geboortestad Gent, de stad waar zijn belfortspits nog steeds wedijvert in aandacht van de toerist met de Sint-Baafskathedraal.
|
||||||