|
JEAN-MICHEL FOLON (1934-2005) |
|||||||
|
Na vijf jaar tekenen, komt Folon in 1960 voor het eerst met zijn werk naar buiten en moet ervaren dat in Frankrijk niemand op hem zit te wachten. Daarom trekt hij naar New York en stuurt zijn tekeningen op naar tijdschriften als Esquire en The New Yorker. Die publiceren zijn werk, zonder hem ook maar te hebben ontmoet. Dat geeft hem een reden om nog enige tijd in de Verenigde Staten te blijven hangen. Vanaf 1967 begint Folon ook boeken te illustreren. Eerst wordt dat ‘Le Message’ van de Italiaanse auteur Giorgio Soavi, waarna Franz Kafka en Ray Bradbury onder handen worden genomen in opdracht van schrijfmachinefabrikant Olivetti. Dan volgt er in 1968 toch erkenning door Frankrijk; Folon mag een muurschildering met 500 lichtjes erin verwerkt maken voor het Franse paviljoen van de Triënnale van Milaan en in de Galerie de France stelt hij 60 werken tentoon. Voor het Museum of Modern Art van New York illustreert hij een boek en het jaar daarop volgt een eerste New Yorkse expo in de Lefebre Gallery. Dan wordt het kennelijk tijd om ook andere delen van de wereld te veroveren. In 1970 bezoekt Jean-Michel Japan, waar hij zowel in Tokio als Osaka exposeert. Direct daarna krijgt hij ook in eigen land erkenning, want hij mag deelnemen aan de 35ste Biënnale van Venetië als onderdeel van de Belgische inzending. Zijn aquarellenreeks ‘La Mort d’un arbre’ met eigen teksten wordt in 1973 in Frankrijk uitgebracht. De bekende kunstenaar Max Ernst laat er bij wijze van voorwoord een originele lithografie van hem in opnemen. In hetzelfde jaar volgt de selectie voor de Belgische deelname aan de 12de Biënnale van Sao Paolo in Brazilië, waar hem de Grote Prijs wordt toegekend. Magic City is een muurschildering van 165m², die Folon in 1974 voor het Brusselse metrostation Montgomery realiseert. Ook in 1974 maakt hij etsen en aquatinten bij het boek ‘Les Ruines Circulaires’ van Jorge Luis Borges. Een tweede muurschildering in opdracht van Olivetti volgt in 1975, nu in het Londense Waterloo Station. Het succes van boekillustraties wordt in 1978 voortgezet met ‘Alcools et Calligrammes’ van Guillaume Apollinaire, het jaar daarop gevolgd door het illustreren van het complete oeuvre van Jacques Prévert in zeven delen en in 1980 met twaalf aquarellen en collages bij ‘L’Automne à Pekin’ van Boris Vian. Weer een nieuw aspect van het creatieve talent van Jean-Michel Folon komt in 1980 aan de oppervlakte. Dan verzorgt hij de dekors voor de opera ‘La Bohème’ van Giacomo Puccini voor een opvoering in Genève. Bij een uitvoering van het muzikale werk ‘L’Histoire du soldat’ van Igor Stravinsky in Brussel worden lichtbeelden van Folon geprojecteerd. Opnieuw een nieuwe discipline in 1983, wanneer Folon enkele kortfilms maakt in New York, Los Angeles en New Orleans. Hij gaat zelf acteren in ‘L’Amour Nu’, een film van Yannick Bellon. De reeks boekillustraties wordt in 1984 voortgezet met ‘Pluies de New York’ van Albert Camus. En het jaar daarna volgt een enorme muurschildering over veertien verdiepingen aan de Parijse Porte d’Italie. 1986 wordt het jaar waarin Jean-Michel Folon zich aan beeldhouwen gaat wagen. Hij start bescheiden met houten sculpturen, die hij verft. Daar blijft het even bij. Want in 1988 heeft hij het druk met het ontwerpen van een embleem voor de 200ste verjaardag van de Franse Revolutie, illustreert hij met 30 tekeningen de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ voor Amnesty International met een voorwoord van Javier Pérez de Cuéllar, dan secretaris-generaal van de VN. Ook voor UNICEF draagt hij bij aan een campagne, waarbij zijn tekeningen zelfs op koektrommels verschijnen. Voor het Palais des Congrès in Monte Carlo ontwerpt hij in 1989 een wandtapijt van 80m². Het beeldhouwen krijgt een vervolg in 1991 met personages in klei, gips en marmer. Dan worden ook de eerste bronzen beelden gegoten. Alsof dat allemaal nog niet volstaat, gaat Folon het jaar daarop ook glasramen ontwerpen voor een kapel in het Zuid-Franse Mont-Agel. De realisatie van de ramen gebeurt door Les Ateliers Loire in Lèves bij Chartres. In datzelfde 1992 tekent hij postzegels voor de Paralympics die dan in het Franse Tignes doorgaan: vogels met een handicap. Hij voelt een band met mindervaliden, Folons zoon is autist. Glasramen voor de 12de-eeuwse kerk van het Franse plaatsje Buray volgen in 1997. In datzelfde jaar komt op een golfbreker aan het Allbertstrand in Knokke zijn mannetje-met-hoed plaatsnemen onder de titel La Mer, ce grand sculpteur, een beeld dat bij vloed deels door het zeewater wordt overspoeld. Als kind kwam Jean-Michel jaarlijks in deze badplaats op vakantie. En in het Koninklijk Park van Brussel zet Folon zijn Le Messager neer, ter herdenking van de vermoorde kinderen uit de affaire Dutroux, die heel het land in rep en roer heeft gezet. De milleniumwissel wordt gemarkeerd door het oprichten van de Fondation Folon, de Folon Stichting, op 27 oktober 2000. In de 19de-eeuwse kasteelhoeve van het vroegere Solvay-domein in Terhulpen, niet ver van de plek waar Jean-Michel zijn jeugd doorbracht, wordt een museum ingericht, waar in 14 zalen via 300 werkstukken een overzicht van zijn artistieke loopbaan wordt gegeven. Die is dan nog niet ten einde, want in 2002 gaat Folon zich aan keramiek wagen. En in 2003-‘04 volgt het ontwerp van de zes glasramen voor de romaanse Sint-Stevenskerk (Saint-Etienne) in Waha, waarin fragmenten uit het levensverhaal van de heilige worden uitgebeeld. Op 20 oktober 2005 overlijdt Jean-Michel Folon op 71-jarige leeftijd aan leukemie in het kleine land waar hij zijn atelier heeft, Monaco. Op zijn visitekaartje stond onder zijn naam enkel te lezen: “Agence de voyages imaginaires”. Die droombeelden blijven bestendig aanwezig op vele plaatsen van de wereld en op heel wat plekken in België.
|
||||||