|
PRIJS GODECHARLE |
|||||||
|
Napoléon Godecharle, Gilles Lamberts zoon, leidt een tamelijk teruggetrokken leven als procureur en dankzij een zeer bescheiden levensstijl vergaart hij een aanzienlijk fortuin. Als eerbetoon aan zijn vader richt hij op 15 maart 1871 een fonds op teneinde jonge Belgische beeldhouwers, schilders en architecten bij hun opleiding en in de aanloop naar een eigen carrière te ondersteunen en hen zo de moeilijkheden die zijn vader bij de start heeft ondervonden te besparen. Zelf sterft deze mecenas op 17 april 1875 in zijn woning aan het Brusselse Martelarenplein en wordt volgens zijn wens in alle stilte begraven bij zijn beide ouders in Sint-Jans-Molenbeek. In 1881 wordt de wedstrijd voor de Godecharleprijs voor het eerst georganiseerd, met Victor Horta als laureaat bij de architecten. Aanvankelijk gaat het om een driejaarlijkse uitreiking, parallel aan het driejaarlijkse Salon voor Schone Kunsten te Brussel. Vanaf 1933 wordt de Godecharleprijs elke twee jaar ingericht. De laureaten ontvangen momenteel een beurs van € 4.000,- voor twee jaar, waarvan hen jaarlijks de helft ter beschikking wordt gesteld. Volgens de wens van de stichter moet dat geld besteed worden aan studiereizen of buitenlands onderricht. De praktische organisatie van de Godecharleprijs en het beheer van het fonds zijn in handen van de Commissie voor studiebeursstichtingen van de beide provincies Brabant. Naast Victor Horta zijn andere bekende laureaten van de Prijs Godecharle de schilders Isidoor Opsomer en Joe English, de beeldhouwers Alfred Courtens, Pol Van Esbroeck en Rik Poot en de architect Renaat Braem. |
||||||