|
VERDRAG VAN NIJMEGEN |
|||||||
|
Na een staatgreep te hebben gepleegd in september 1661, waarbij hij zijn machtige minister van Financiën Fouquet laat arresteren, kiest hij voortaan burgers als vertrouwenspersonen in plaats van mensen uit de adel of de geestelijkheid. Daarmee wil hij aantonen, dat er niemand boven hemzelf staat, hij is de Zonnekoning. Omdat hij als zodanig van opvatting is, dat het in de eerste plaats de taak is van een koning om zijn macht te vergroten, vormt Lodewijk het machtigste permanente leger dat Europa sinds het Romeinse keizerrijk heeft gekend. Hij beschikt over uitstekende generaals als Vauban, Turenne, Luxembourg en anderen en ook zijn admiraals zijn geen kleine jongens: Duquesne, Tourville en Jean Bart, de laatste bekend als kaper-kapitein uit Duinkerke. Zijn reeks oorlogen begint met de verovering van Lille en een deel van Vlaanderen in 1667-’68, hetgeen leidt tot het Verdrag van Aken in mei 1668. Daarop trekt hij in 1672 ten oorlog tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden, waar echter stadhouder Willem III van Oranje-Nassau een coalitie van het Duitse keizerrijk, Spanje en het keurvorstendom Brandenburg tegen Lodewijk op de been weet te brengen. Bij de Vrede van Nijmegen in 1678 kan Lodewijk echter de veroverde Franche-Comté behouden en kan hij bovendien eisen dat de stadswallen van een reeks steden, waaronder Marche-en-Famenne, worden gesloopt. Een karwei dat hij dan maar meteen laat uitvoeren door zijn eigen leger. Zo wordt Marche van zijn middeleeuwse wallen beroofd en zal ook nooit meer een vestingstadje worden.
|
||||||