|
CALVARIEBERG |
|||||||
|
Aan een calvarieberg die op straat staat opgesteld hangt dikwijls een lantaarn. Het onderhoud van deze verlichting, vroeger met een kaars of een olielampje, en van de hele calvarieberg gebeurde door omwonenden, de 'gebuurte'. De historische Calvarieberg was een heuvel net buiten de stadsmuur van Jeruzalem. De naam luidt vertaald 'schedelberg', want calva of calvaria is Latijn voor schedel. Het Aramese woord daarvoor is golgotha, wat dus een synoniem voor calvarieberg is. Deze plaats voor terechtstellingen moest buiten de stadsmuren liggen. Als Herodes tussen 44 en 64 na Christus een tweede stadsmuur om Jeruzalem laat bouwen, komt de Calvarieberg tussen deze nieuwe en de oudere wal te liggen. Na de Joodse opstand van 132 na Christus bouwen de Romeinen op die plaats het kapitool van Aelia. In 326 laat keizer Constantijn de Grote, die het christendom tot staatsgodsdienst verheft, op de plaats van het intussen verwoeste kapitool een nieuw gebouw optrekken. Volgens de legende vindt Constantijns moeder Helena in de ruïnes van het kapitool het oorspronkelijke kruis van Christus terug. De kruisvaarders bouwen op de nabije plek van Christus graf in 1149 de Heilig Grafkerk, die nog overeind staat. Een wel zeer bijzondere calvarieberg vinden we in Antwerpen naast de Sint-Pauluskerk, op de oude begraafplaats van de dominicanen. Het is eerder een calvarietuin, een initiatief van de dominicaner gebroeders Ketwigh, grotendeels gerealiseerd tussen 1697 en 1734. Je ziet hier liefst 63 levensgrote beelden en negen reliëfs. Een engelenweg klimt op naar het graf van Christus tussen links de profetentuin en rechts de evangelistentuin en leidt naar de kunstmatige rots, de eigenlijke calvarieberg met drie terrassen. Onder de berg brandt ook het vagevuur. Dit monument is toegankelijk via een zijdeur van de grote hoofdingang van de kerk.
|
||||||