|
CHARLES DE L'ESCLUSE (CAROLUS CLUSIUS) (1526-1609) |
|||||||
|
Clusius heeft de planten nauwkeuriger beschreven dan Rembert Dodoens, hoewel hij van diens werk ongetwijfeld veel heeft opgestoken. Meer dan Dodoens heeft Clusius belangstelling voor uitheemse planten, met name de flora van het Donaubekken, van Spanje en buiten-Europese landen. Als nauwgezet waarnemer gelooft hij slechts zijn eigen ogen en vertrouwt hij niet wat anderen beweren gezien te hebben. Door zijn toedoen worden in de botanica tweemaal zoveel planten opgenomen als vroeger bekend waren. Naast het Cruijde-Boeck van Dodoens vertaald Clusius de botanische werken van Garcia da Orta (1567), Nicolas Monardes (1574 en 1579), Cristoval A Costa (1574) en Pierre Belon (1589 en 1605), waardoor hij in ruime mate bijdraagt tot een betere kennis van de exotische planten. Zijn meest oorspronkelijke werk behandelt de flora van Spanje, Oostenrijk en Hongarije in een boek dat in Antwerpen bij Plantijn wordt uitgegeven in 1576 en 1583. Clusius' verzamelde werk verschijnt in 1601 bij Plantijn en in 1605 in Leiden. In Leiden is er thans nog een opnieuw aangelegde Clusiustuin nabij de universiteit.
|
||||||