|
VICTOR HORTA (1861-1947) |
|||||||
|
Als Victor Horta na een kort verblijf in Parijs in 1881 trouwt met zijn jeugdvriendin Pauline Heyse, trekt het jonge paar naar Brussel. Daar gaat Horta lessen volgen aan de Brusselse Kunstacademie en loopt enkele jaren stage bij Alphonse Balat, de Franse architect van koning Leopold II. Van hem leert hij het gebruik van ijzer en glas in de bouw. Balat bouwt onder meer de Koninklijke Serres in Laken. Bij het begin van zijn eigen Brusselse praktijk krijgt Victor Horta opdrachten voor grote stadshuizen in Brussel, zoals het Huis Tassel 1893 (Elsene), Autriquehuis 1893 (Schaarbeek), Solvayhuis 1894 (Louisalaan) en Huis Van Eetvelde 1895 (Ambiorixsquare). In 1884 hebben een aantal progressieve liberalen zich van hun partij afgescheiden en hun ideeëngoed leunt sterk aan bij de intelectuelen binnen de Belgische Werkliedenpartij (BWP), die een jaar later in Brussel wordt opgericht en met wie ze goede contacten onderhouden. Victor Horta heeft binnen zijn een kennissenkring diverse linkse liberalen en zij schuiven hem naar voren wanneer de Société Coopérative Ouvrière van Brussel een nieuw gebouw wil optrekken voor hun te klein geworden lokalen. Onder de BWP-leden zijn bijna vanzelfsprekend geen grote architecten te vinden, zodat men best wil samenwerken met iemand die in gedachtengoed bij de partij aanleunt. In 1895 begint Horta aan het Socialistische Volkshuis aan de Joseph Stevensstraat, vlakbij de Grote Zavel. Later zal de ruimte voor het gebouw Emile Vanderveldeplein worden gedoopt, naar een van de socialistische voormannen. Het moet een gebouw worden met veel lucht en licht, precies wat de arbeiders in die dagen zo node missen bij hun werk. In het Volkshuis zijn ruimten voor de administratie van de coöperatieve, vergaderzalen, ruimten voor vormingsprojecten, een café en de grote feestzaal. De bedrijven van de coöperatieve zijn elders in Brussel op diverse plaatsen gehuisvest. In 1898 kan Horta zijn eigen woning en atelier optrekken aan de Amerikaansestraat 23-25 in Sint-Gillis, het huidige Hortahuis-museum. Hier beleeft hij zijn scheiding van Pauline in 1906 en het hertrouwen in 1908 met Julia Carlsson. In 1901 vraagt Julien Bernheim aan Victor Horta zijn warenhuis aan de Brusselse Nieuwstraat te vergroten en zo komt er het imposante "A l'innovation"-gebouw dat in 1967 brandend ten onder gaat bij een van de grootste rampen van België. Maar dan is Horta al dood. Bij leven wordt hij zowat de huisarchitect van Bernheim Frères en ontwerpt de Inno-filialen in de Brusselse randgemeente Elsene (1903) en aan de Antwerpse Meir (1906), inmiddels gesloopt. Tussen 1903 en 1906 werkt Horta aan een magazijn voor de textielgroothandel van Charles Waucquez, waarin thans het Museum van het Belgische Beeldverhaal (Stripmuseum) huist. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaat Horta naar de Verenigde Staten. Bij zijn terugkeer verkoopt Horta het huis in Sint-Gilles en woont nadien op verschillende adressen in het Brusselse tot aan zijn dood op 8 september 1947. Van zijn werk na de Eerste Wereldoorlog zijn vooral het Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozart) aan de Ravensteinlaan in Brussel en het Brusselse Centraal Station bekend gebleven. Hij heeft dan al de art nouveau ingeruild voor art deco en modernisme, maar is toch vooral bekend gebleven voor zijn eerste periode. Als een der grondleggers van de Belgische art nouveau heeft Horta zich vooral van de andere architecten onderscheiden door zijn indeling van de binnenruimte. In zijn woningen speelt met name de lichtinval een belangrijke rol, waarbij via een centraal trappenhuis het daglicht ook middenin de woning wordt gebracht, om van daaruit via binnenramen de diverse kamers binnen te stromen. Dat is zichtbaar in zijn eigen woning, maar bijvoorbeeld ook heel duidelijk in het Huis Van Eetvelde. Verder is Horta's gebruik van zichtbaar gelaten metaal zeer opvallend, terwijl je bij hem juist géén sgrafitti-muurschilderingen zult aantreffen. Dat deze grote architect niet vanaf zijn eerste ontwerp de art nouveau-stijl heeft toegepast, blijkt uit een rijtje vroege woningen in zijn geboortestad Gent.
|
||||||