|
WILFRIED PAS (1940- ) |
|||||||
|
Eerst volgt Wilfried Pas in Brussel het Sint-Lucasinstituut, daarna studeert hij van 1959 tot 1964 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich daarna aan het Nationaal Hoger Instituut aldaar te vervolmaken. Vanaf 1969 gaat Pas zelf aan dat instituut les geven. In de jaren '70 vormt Wilfried Pas samen met Fred Bervoets, Walter Goossens en Jan Cox de kern van de kunstenaars rond de Antwerpse galerie De Zwarte Panter. Hij werkt samen met Bervoets en Goossens in het lithografisch atelier 'Clot, Bramsen et Georges' in Parijs. De Panter-groep neemt ook gezamenlijk deel aan exposities in Boston en Philadelphia. Solo exposeert Wilfried Pas in Düsseldorf, Milaan, Osaka, Dublin en Amsterdam. Hij neemt in 1975 deel aan de Biënnale voor Kleinsculptuur in Boedapest. In 1966 krijgt Wilfried Pas de Berthe-Art staatsprijs en in 1984 de Eugène Baie-prijs 1980. Ook de tweejaarlijkse prijs van de Provincie Antwerpen voor een kunstenaarsloopbaan is hem uitgereikt. Hoewel hij ook actief is als tekenaar en graficus, is Wilfried Pas vooral bekend geworden om zijn beeldhouwwerk. Reeds in 1972 betekende een tentoonstelling van zijn sculpturen in De Zwarte Panter een ware revelatie. Later is hij enige tijd in kleinere formaten gaan werken, die binnen 'kastjes' werden opgesteld. In zijn vroege werk behandelt Pas de mens in zijn specifieke leefsituatie, waarbij een noodlotsgeloof hem niet vreemd is. Het gaat Wilfried om de mens aan wie de kansen tot zelfontplooiing ontnomen worden, de verdrukte mens en zijn psychische verscheurdheid. Hoewel het hem niet te doen is om de mens als plastische verschijning, vertrekt Pas op een emotionele manier vanuit de biologische vorm. Vanaf de jaren '90 is Wilfried Pas een nieuwe richting ingeslagen met levensgrote bronzen sculpturen van bekende personen, vooral uit de kunstenaarswereld. Deze beelden worden steeds in opdracht gemaakt. Daarbij probeert hij te zoeken naar een houding van het beeld, die de persoon karakteriseert, om zo de illusie te wekken, dat het beeld de persoon is in al zijn complexiteit. In veel gevallen rusten deze personages op een grillig gevormd voetstuk, vol boeiende invalshoeken, waarbij Pas zoekt naar een harmonie tussen donker en licht, diepte en structuur en textuur. "Elk beeld is een vraagstuk dat je voorgeschoteld krijgt", zegt de kunstenaar er zelf over. Deze reeks is begonnen met het beeld van auteur Willem Elsschot in Antwerpen. Daarna zijn er beelden gekomen van Karel van de Woestijne (Meise), Paul van Ostaijen (Antwerpen), Anton van Wilderode (Sint-Niklaas), componist Lodewijk De Vocht ('s-Gravenwezel) en Gerard Walschap (Antwerpen). Een beeld waarrond heel wat commotie is geweest, was dat van Koning Boudewijn (Antwerpen-Linkeroever). Nieuwste in de reeks is een beeld van Paul Janssen (Beerse), de stichter van Janssen Pharmaceutica.
|
||||||