|
Mengeldicht
XV: Ik groet die ik bemin (fragment)
Ik groet
die ik bemin Met hart-en
zielenbloed; Ik verdor
met blijden zin Als minne
in mij woedt.
Ach,
heerlijke zoete Minne, Voltooi uw
eigen wezen, Zo kunnen
al mijn zinnen Van de dood
genezen.
Ach,
hoogloffelijke Heer, Waart gij
wat gij wezenlijk zijt, Dan zou ik
voor een keer Rusten in
mijn weinigheid.
Ach,
overheerlijke rust, Hadt gij al
wat u toekomt verkregen, Dan zou wat
mij verontrust Minder
zwaar op mij wegen.
Ach,
hoogheerlijke natuur, Hoe gevoelt
uw hart zich nu? Het mijne
kent rust noch duur Dan in
extase, al met U.
|