|
De zee, de
onvergelijkelijke, en geen ander uitzicht meer binnenskamers, bij de hand.
Wolken
verblauwen dag en nacht. Ik leg een
afstand van jaren af om naar een
droomtol van een
schelp te luisteren
die op
alles een antwoord weet -
Even groot
als toen ik het meisje was dat in haar
zou willen verdwijnen, zuigt zij
mijn spiraalvormig geheugen op
in haar
onzachte kronkelingen. De
draaigroei van het verleden is plots
niet meer te temperen.
Dadelijk
hoor ik hoe genot komt aanrollen en niet
meer afneemt, zoals liefde een leven
lang op peil gehouden zonder
twijfel en vooral zonder hem,
de
onvergelijkelijke.
(bij het
schilderij van Rachel Baes, “Le Noeud”, 1949)
|