IN DE LAAI VAN HET VUUR

Het Stille Pand

 

Lucienne Stassaert

bibliografie

beeldend

actief

 



Ze was jong, eigenzinnig en boordevol talent. Ze ging in de leer bij de allergrootste van zijn tijd, maître Rodin, hielp hem, beminde hem, inspireerde hem, leerde van hem, dreigde hem zelfs te overtreffen…

Na de dood van haar vader werd ze opgenomen in een krankzinnigengesticht, waar ‘iedereen niemand is’. 

Het hoeft niet te verbazen dat Lucienne Stassaert vroeg of laat bij Camille Claudel zou uitkomen.

In de laai van het vuur evoceert op pakkende wijze het grillige leven van de geniale beeldhouwster, van haar kinderjaren tot het ontsluierende einde, waarbij zowel haar moeder als haar illustere broer haar ‘als een vergeten postpakket’ achterlieten in ‘de Hel van Bewaring’.

Een bijzonder knap récit-poème van de grande dame van de Vlaamse poëzie Lucienne Stassaert.

 

 

 

5. Auguste Rodin (fragment) 

Geef me klei, en ik boetseer je blindelings:
je ogen, je neus, je zoenlippen.
Geef me adem, want mijn adem stokt
zodra ik me probeer voor te stellen
dat men je, aan het eind van de nacht,
de lange nacht van je waanvoorstellingen,
naar een inrichting heeft gebracht. 

Maar mijn verbeelding schiet tekort.
Ze houdt de grens geheim van het onmogelijke
die jij finaal hebt overschreden.
Camille, ik geloof dat het grimmige monster
van de liefde je op het laatst heeft geveld. 

Het is stil in Meudon, vannacht.
Zo stil dat de maan me naar buiten heeft gelokt.
Ik was het, niet mijn hond,
die in de rosse maan van maart begon te janken
alsof jij me klappen gaf. 

 

 

' Silhouet van Camille Claudel '  -  Rita Bongaerts
 

De illustraties op het omslag zijn van Rita Bongaerts (Hasselt 1957): voorzijde: Handen van Camille Claudel, olieverf op papier, 2004; achterzijde: Silhouet van Camille Claudel, houtskool op papier, 2004.