DE SPREKENDE GELIJKENIS

Het Stille Pand

 

Lucienne Stassaert

bibliografie

beeldend

actief


De sprekende gelijkenis
bevat gedichten waarin de typische Stassaert-thematiek als het ware samengevat werd: het ritueel van leven en dood in een definitieve gestalte "naakter gewerveld dan een mens" uitgedrukt.
Een strengere vormgeving beheerst de dramatische toon van de eerste en derde cyclus.
In de reisgedichten wordt dan de lyriek ten top gedreven, dit keer echter getuigend van een verzoening met de aarde en met de eenzaamheid, opgevat als een inwijding. Zowel de contrapuntische ontwikkeling van de belangrijkste thema's als de beheerste lyriek zelf bewijzen hoe zeer de dichteres haar obsessies uitgezuiverd heeft. En zo wordt het gedicht "een radeloos vergrijp, een methodiek tegen de tijd".

 

 

 

 

Draadloos verbonden 

Vanouds niet helemaal een lichaam,
woon ik volkomen in een stem

 van niets gebarend
als een vuurvreter.

Woorden, uit schelpen gebrand,
gloeien mij aan. En twijfel, een draaiziekte. 

Ik vermoed evenzeer houtwormen,
wondtekens en droomkanker. 

Soms licht de tijd mij op,
verschijnen de houtringen. 

Alsof ik een boom ben, een stam
smoorlijk vereenzaamd dan.