|
Draadloos
verbonden
Vanouds
niet helemaal een lichaam, woon ik volkomen in een stem
van niets
gebarend als een
vuurvreter.
Woorden,
uit schelpen gebrand, gloeien mij
aan. En twijfel, een draaiziekte.
Ik vermoed
evenzeer houtwormen, wondtekens
en droomkanker.
Soms licht
de tijd mij op, verschijnen
de houtringen.
Alsof ik
een boom ben, een stam smoorlijk
vereenzaamd dan.
|