|
Grenspunt
De vrouw is vervolmaakt. Haar
dode
Lichaam vertoont de glimlach van de voltooiing, de
illusie van een Griekse noodwendigheid
Golft in de voluten
van haar toga, haar blote
Voeten lijken te zeggen: zo ver
zijn we gekomen, het is afgelopen.
Elk dood kind opgerold,
een witte slang, een aan elk klein
Melkkannetje, nu leeg. Ze
heeft hen weer
In haar lichaam gevouwen zoals een roos haar
bloembladeren sluit wanneer de tuin
Verstijft en geuren
bloeden uit de zoete, diepe kelen van de nachtbloemen.
De
maan hoeft om niets te treuren, starend vanuit haar benen kap.
Ze is zoiets gewend. Haar zwart knistert en sliert.
|