|
|
In het
kader van Gedichtendag, 30
januari 2009. |
|
 |
De recente poëzie ‘Parelpijn’ van Renée van Hekken verhaalt over
dans, liefde, migratie en de zwervende mens, de einzelgänger, de
kermisganger, het belang van de ‘vriendschap’, de strijd van een
volk. ‘De Trage Reiziger’ zwerft doorheen de straten en vertelt
verhalen uit zijn plunjezak: de wandelende Jood, de strijd van
de eeuwige outlaw dolend op zijn paard.
Uit de inleiding door Koen De
Cock, schepen voor Cultuur district Merksem.
(alle foto's: Vera Seppion) |
En vanuit de holle ogen van de armoede, het verlies van geld en goed, spreekt het stille verzet. De dans van de onderdrukte, de tango van de verlorene. In een harde, doch stille taal, de gebaren kort aangebonden. Als een fresco in een oud, verweerd café om de hoek. Verzet is van alle tijden, hetzelfde, grimmige gezicht. Woestijnzand in de wind. En met tranen in de ogen, staart de verslagen mens, in een waas van alcohol tenslotte, in een blitze camera.
Uit de dichtbundel " De trage reiziger "
|

|
|

en na de voorstelling...
|

signeren |
|