© Het Stille Pand (2006-2025) 
Michaël Van Caeneghem (geboren in Gent, 1956). Woont in Betekom. Gehuwd, vader van twee kinderen. Opleiding als leraar Nederlands-Engels. Gepensioneerd ambtenaar. In mijn tienerjaren schreef ik voornamelijk liedjesteksten, maar toch ook al gedichten, die toen vooral door Rabindranath Tagore en William Butler Yeats waren geïnspireerd. In de jaren 80 maakte ik samen met Roger Nupie poëzievoorstellingen en traden we op als “Avec La Mort”. In die voorstellingen combineerden we poëzie met zang. In 1982 publiceerde ik in eigen beheer een bundeltje, getiteld “De Dans van de Waanzin”. In die periode ontdekte ik ook meer en meer het werk van de veelzijdige Nederlandse kunstenaar Armando, die een blijvende invloed op mijn gedichten zou blijven hebben. Vanaf eind jaren 80 ging ik mij meer toeleggen op theater, zowel als acteur als regisseur, maar ik ben altijd wel gedichten blijven schrijven. In 1991 verscheen dan de bundel “Hoopvol verse vis” bij het fonds Edith. In 2020 publiceerde ik, opnieuw in eigen beheer, “Voetstappen in de sneeuw”, gedichten geïnspireerd door de muziek van de IJslandse componiste Hildur Gudnadottir en het werk van de Noor Jon Fosse. Ik publiceer de voorbije jaren regelmatig in tijdschriften en thematische bundels en treed ook weer meer op met poëzielezingen. Ik ben lid van de VVL en van de jonge Turnhoutse groep “Collectief Dichterbij”. Op die manier hang ik als dichter zowat tussen de vorige en de huidige generatie dichters. Ik geloof dat een dichter ook een nar moet zijn. Humor maakt het mogelijk om met speelse rationaliteit de emotionele, en dikwijls trieste werkelijkheid, te begrijpen.
© foto’s: Vera Seppion
HHans Beers  ten huize beers…    michaël van caeneghem © Het Stille Pand (2006-2026) 
DIAGNOSE ik ging naar de eenzijdige dokter zijn diagnose luidde : u lijdt aan oppervlakkigheid hij schreef mij aangepaste medicatie voor. om elke twijfel uit te sluiten ging ik naar de veelzijdige dokter zijn diagnose luidde : u lijdt aan complexiteit hij schreef mij aangepaste medicatie voor. de volgende dag ging ik naar een apotheker graag deze medicijnen, zei ik hebben we niet in voorraad antwoordde hij, bovendien lijdt u aan onduidelijkheid. sindsdien dool ik her en der rond het huis
TIJD TUSSEN DE JAREN twaalf nachten twaalf dagen buiten de tijd waarin het werk wordt neergelegd waarin het huis met wierook moet gezuiverd het brood op gedekte tafels wordt gelegd wordt gedeeld met een onbekende gast waarin niets mag draaien niet mag worden geluisterd naar de dieren die nu spreken waarin de bijen beginnen te gonzen in hun korven tijd tussen de jaren om het goede van het oude te koesteren het goede van het nieuwe te ontvangen
GARVEN GAFFELEN ZWELEN villanelle garven gaffelen zwelen verdwenen tussen de plooien van tijd en van taal. we schransen en harken een ander verhaal met andere woorden en soms lange tenen want hooimijt en hooibaal zijn soms te banaal. garven gaffelen zwelen verdwenen omdat onze spraak zich niet laat verstenen tot heilige huisjes of heilige graal. we schransen en harken een ander verhaal. er zijn er natuurlijk die alles bewenen maar draai het of keer het nogmaals ik herhaal garven gaffelen zwelen verdwenen. er zijn ook geen dijkers meer geen kwenen en alleen nog een studax spreekt van een bursaal we schransen en harken een ander verhaal. aan allen die zich koppig verenen in een smetteloos taalzuiver lokaal garven gaffelen zwelen verdwenen we schransen en harken een ander verhaal.
met volle aandacht
voor zijn woorden
Michaël Van Caeneghem
Hans Beers stelt de dichter voor