Michaël Van Caeneghem (geboren in Gent, 1956).
Woont in Betekom. Gehuwd, vader van twee kinderen.
Opleiding als leraar Nederlands-Engels.
Gepensioneerd ambtenaar.
In mijn tienerjaren schreef ik voornamelijk liedjesteksten, maar toch ook al gedichten, die toen vooral door Rabindranath Tagore en William Butler Yeats waren geïnspireerd.
In de jaren 80 maakte ik samen met Roger Nupie poëzievoorstellingen en traden we op als “Avec La Mort”. In die voorstellingen combineerden we
poëzie met zang. In 1982 publiceerde ik in eigen beheer een bundeltje, getiteld “De Dans van de Waanzin”.
In die periode ontdekte ik ook meer en meer het werk van de veelzijdige Nederlandse kunstenaar Armando, die een blijvende invloed op mijn
gedichten zou blijven hebben.
Vanaf eind jaren 80 ging ik mij meer toeleggen op theater, zowel als acteur als regisseur, maar ik ben altijd wel gedichten blijven schrijven. In 1991
verscheen dan de bundel “Hoopvol verse vis” bij het fonds Edith. In 2020 publiceerde ik, opnieuw in eigen beheer, “Voetstappen in de sneeuw”,
gedichten geïnspireerd door de muziek van de IJslandse componiste Hildur Gudnadottir en het werk van de Noor Jon Fosse.
Ik publiceer de voorbije jaren regelmatig in tijdschriften en thematische bundels en treed ook weer meer op met poëzielezingen.
Ik ben lid van de VVL en van de jonge Turnhoutse groep “Collectief Dichterbij”. Op die manier hang ik als dichter zowat tussen de vorige en de
huidige generatie dichters.
Ik geloof dat een dichter ook een nar moet zijn. Humor maakt het mogelijk om met speelse rationaliteit de emotionele, en dikwijls trieste werkelijkheid, te begrijpen.
© foto’s: Vera Seppion
DIAGNOSE
ik ging naar de eenzijdige dokter
zijn diagnose luidde :
u lijdt aan oppervlakkigheid
hij schreef mij aangepaste medicatie voor.
om elke twijfel uit te sluiten
ging ik naar de veelzijdige dokter
zijn diagnose luidde :
u lijdt aan complexiteit
hij schreef mij aangepaste medicatie voor.
de volgende dag ging ik naar een apotheker
graag deze medicijnen, zei ik
hebben we niet in voorraad
antwoordde hij,
bovendien lijdt u aan onduidelijkheid.
sindsdien dool ik her en der rond het huis
TIJD TUSSEN DE JAREN
twaalf nachten
twaalf dagen buiten de tijd
waarin het werk wordt neergelegd
waarin het huis
met wierook moet gezuiverd
het brood op gedekte tafels wordt gelegd
wordt gedeeld met een onbekende gast
waarin niets mag draaien
niet mag worden geluisterd
naar de dieren die nu spreken
waarin de bijen
beginnen te gonzen
in hun korven
tijd tussen de jaren
om het goede van het oude te koesteren
het goede van het nieuwe te ontvangen
GARVEN GAFFELEN ZWELEN
villanelle
garven gaffelen zwelen verdwenen
tussen de plooien van tijd en van taal.
we schransen en harken een ander verhaal
met andere woorden en soms lange tenen
want hooimijt en hooibaal zijn soms te banaal.
garven gaffelen zwelen verdwenen
omdat onze spraak zich niet laat verstenen
tot heilige huisjes of heilige graal.
we schransen en harken een ander verhaal.
er zijn er natuurlijk die alles bewenen
maar draai het of keer het nogmaals ik herhaal
garven gaffelen zwelen verdwenen.
er zijn ook geen dijkers meer geen kwenen
en alleen nog een studax spreekt van een bursaal
we schransen en harken een ander verhaal.
aan allen die zich koppig verenen
in een smetteloos taalzuiver lokaal
garven gaffelen zwelen verdwenen
we schransen en harken een ander verhaal.
met volle aandacht
voor zijn woorden
Michaël Van Caeneghem
Hans Beers stelt de dichter voor