Op 19 december 2025 organiseerde kunstschilder Hans Beers een poëzielezing rond het werk
van Rose Vandewalle.
Hijzelf en auteur-dichter Tony Rombouts brachten na de inleiding beurtelings een aantal
gedichten uit haar oeuvre.
Rose Vandewalle werd geboren te Ieper in 1942, maar woont sinds jaar en dag te Antwerpen.
Zij publiceerde gedichten, verhalen en kritische bijdragen in diverse literaire tijdschriften
waaronder Yang (haar 1e publicatie in 1981), Deus Ex Machina, ’t Kofschip, en Symforosa.
In 1986 verscheen haar debuutbundel “In haar zak een doek van staal”, een uitgave van
Wolkbreuk / Eindhoven.
Ze was redacteur bij Gierik – Nieuw Vlaams Tijdschrift.
In 1990 won zij de hoofdprijs in een verhalenwedstrijd uitgeschreven door de krant De Morgen.
Ze verleende haar medewerking aan het blog Schoon Schip van Raymond ten Berge en de e-
zines Stroom en De Vallei van François Vermeulen.
Gedichten van haar werden opgenomen in de verzamelbundel “Eigen wegen”, een bloemlezing
van hedendaagse vrouwelijke poëzie in Vlaanderen (in 1992 uitgegeven door de Leuvense
Schrijvers Actie in samenwerking met de Nederlandstalige Vrouwenraad).
Een bijzondere vermelding verdient uitgeverij Dodo Pers die van in de jaren 70 tot 2025 diverse
publicaties voor Rose verzorgde.
*
Info over bovenvermelde literaire publicaties:
- ’t Kofschip (opgericht in 1973 tot 1992).
- Deus Ex Machina (opgericht in 1976 tot op heden).
- Dodo Pers, Eindhoven (jaren 70 tot 2025).
- Gierik NVT (opgericht in 1983 tot 2018 en 2019 als G).
- Yang (kwartaalblad 1963-2009).
- Wolkbreuk Eindhoven (niets van te vinden).
- Symforosa, spiritueel-feministisch tijdschrift (jaren 1980-90).
- Het blog Schoon Schip van Raymond ten Berge (2009-2018).
- E-zines Stroom (2001-2009 en De Vallei (2011-2022 van Andre Vermeulen).
Uit de poëzie van Rose Vandewalle
ze zitten na te tafelen
klinken met de glazen
op hun povere bestaan
een poes uit porselein
twee plaasteren muizen
is al wat overblijft
gebroeders,stelt hij ze voor
en wat vooral van belang is
‘s morgens zijn ze nooit verdwenen
geruststellend wel
terwijl alles in dit huis
voortdurend blijft verdwijnen
een bril of een gebit
maar net zo goed
een eigen vrouw, een kind
of zelfs een straat, een hele stad
elke dag opnieuw
ook naar zichzelf op zoek
uit: Verwaaid (De Oostakkerse Cahiers)
Kom hier tot dicht bij mij, zo deed hij teken
toen de haspel van de tijd teneinde liep en
hij opeens weer hard naar haar verlangde.
Argeloos en voor eenmaal klein nog
ging zij naast hem liggen en keek hem aan.
Werd na een poos zo zeeziek van zijn ogen
dat zij weer wegsloop, verstopper splend
met de dood terwijl hij zwaaiend met
alle wieken van zijn lichaam, achterbleef
en vocht de strijd der eenzamen.
Tot hij eindelijk neerviel en gerust.
uit: Zwanenzang (Dodopers)
Tony Rombouts
Hans Beers
Rose Vandewalle (midden)
klinken op de samenwerking
© foto’s: Vera Seppion