TONY ROMBOUTS
Tony Rombouts is een prominente stem in de Vlaamse literatuur en een literaire duizendpoot met een rijke geschiedenis van creativiteit en betrokkenheid bij de literaire gemeenschap. Hij debuteerde in
1961 met “De makette van de ruimte en de tijd: heel kleine roman”, een uitgave waar Louis Paul Boon een lovende recensie over schreef in de krant “Vooruit”.
Hij organiseerde ontelbare poëziemanifestaties, waaronder vijf “Nachten van de Poëzie” in Antwerpen.
In 1972 stichtte hij de uitgeverij Contramine waar poëziebundels verschenen die hij overigens zelf drukte, met werk van o.a. Ben Klein, Werner Spillemaeckers,
Michel Bartosik, Marcel Van Maele, Henri-Floris Jespers, Wilfried Adams, Lucienne Stassaert, Emiel Willekens, Patrick Conrad en Annie Reniers. Van een aantal van
deze uitgaven verscheen ook een aparte bibliofiele oplage. Contramine was ook de uitgever van de tijdschriften “Trap”, “Radar” en het “Tienjarig Tijdschrift”.
Hij publiceerde tal van dichtbundels, waarvan de publicaties van 1960 tot 2000 (een vijftiental bundels) werden gebundeld in “De Witte Wandelaar”, aangevuld met
heel wat ongepubliceerd werk. Deze verzamelbundel geeft ook de evolutie van zijn dichterschap weer: van het taalexperiment in de jaren zestig en het esthetisch
maniërisme in de jaren zeventig tot de heropbloei van de romantiek in de jaren tachtig. Vanaf de jaren negentig is de dichter zowel observator als beschouwer
geworden. In zijn poëzie schuwt Rombouts soms kitsch-elementen niet, een bewuste keuze om zowel vervreemding als humor op te wekken.
Vanaf 2003 publiceert hij poëzie bij grafiek van beeldend kunstenaar Niki Faes, wat resulteerde in tal van bibliofiele uitgaven van het duo, met als recente
“Nocturnes” (2024).
Tony Rombouts is erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) sinds 2015.
Na het verschijnen van “De Gedichten van het Gedicht” (2018) heeft hij zich, in opdracht van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, toegelegd op zijn “Literaire
herinneringen”. Deze omvangrijke afleveringen verschijnen in De Auteur, het tijdschrift van de vereniging.
Roger Nupie
Ars poëtica
Laat ik dit zeer duidelijk stellen:
ik ben niets anders
dan de absolute reinheid
die zichtzelf, heel onverwachts,
als een feniks uit het niets heeft geschapen,
adembenemend mooi
en uiteraard volkomen autonoom.
Met klem waarschuw ik dan ook iedereen
dat er geen enkele dichter is
die met zijn poten
aan mijn lijf mag komen.
Zo niet sla ik hem
op zijn smoel.
*
De genese van het gedicht
Tussen wat vergruisde schelpen
aan de vloedlijn van het strand
plots enkele herkenbare letters vinden.
Sommige zijn nog drijfnat
en zichtbaar op zoek naar hun functie.
Andere liggen blakend te praten
naast enkele aangespoelde kwallen
die voorzichtig liggen te vergaan en door
de zon nog niet volledig zijn uitgedroogd.
Langzaam stappend langs de branding
kijkend naar de geluidloze gebaren
van de uitglijdende golven
vult het mandje zich volledig van zichzelf.
Ieder gedicht is een vondst
uit de werkelijkheid.
dialoog
bij het werk van Albert Szukalski ‘Dialoog’
In de ijle luister van de tegen-tijd
zijn alle dialogen totaal onhoorbaar,
de stemmen van de sprekers
zijn er immers ontdaan van elk geluid.
Maar uitgeholde woorden zijn echter
net zo alarmerend als afwezig
en als een paal boven water
staat nog steeds de staf van de profeet.
Het oorverdovend niets hult zich
zorgvuldig in een laken en zelfs
de volslagen lege tafel heeft, net zoals
de waarheid, geen poot om op te staan.
Enkel de eeuwige zwijger,
de niet aanwezige lotgenoot,
geeft, volledig ongevraagd,
steevast de onweerlegbaarste repliek.
gedichten Tony Rombouts