Suzanne Binnemans
verlies & verdriet
In Woorden Bloemen (Demer Uitgeverij, 2024) werden enkel(e) dichteressen uit Nederland en Vlaanderen samengebracht. Een vrouwenbloemlezing is in deze tijd nog steeds geen overbodige luxe
en dus is er reden genoeg om de vrouwelijke stem in de poëzie een bijzondere plaats en aandacht te geven.
VERLIES & VERDRIET
1.
ogenschijnlijk goede kompanen
ze schuifelen en fluisteren
tezamen eenzaam op de dansvloer
schijnbaar behulpzaam troostend
soms echter staan ze tegenover elkaar
met getrokken messen gekruiste degens
dit biedt geen soelaas – slechts
een zielige grimas op beider wezen
of zoevend botsend op een kermis
met flitsende lichten alle kleuren
oorverdovende muziek
verzachting is niet te overzien
toch verzuimen ze te bekennen
wat hun doel was en zal zijn
ze keren gewoontegetrouw terug
naar wie hen nog gedogen moet
geen van beiden is een held
zolang rouw en smart standhouden
kansloos geven ze zich gewonnen
lijdzaam ondergaan ze
hun opgelegde gehoorzaamheid
2.
tussen hen bestaat een afspraak
onuitgesproken want woorden
blijken overduidelijk overbodig
louter routine bij hun werktaak
geen begrip voor slachtoffers
zelden noodhulp geen staakt het vuren
geen onderhandelingen nooit erbarmen
meedogenloos altijd maar verder
hun geweten moeizaam aan de kant gezet
even rusten na al die kommer en kwel
aan de meet is geen van hen winnaar
eindelijk spreken ze toch tot elkaar
eigen jezelf de prijs van pijn niet toe
die behoort aan ieder die we bezoeken
laat ons het noodlot onder ogen zien
wij zijn gedoemd tot vervloeken
gekneusde zielen die wij achter ons laten
zijn machteloos bij onze oorlog
3.
verlies en verdriet zittend op een bankje
in een ondergesneeuwd stil guur park
ongemakkelijk aarzelend zuchtend
evenwel dicht bij elkaar de kilte schuwend
zachtjes wennen weerhoudt het wenen
dan wordt het toch weer lente zomer
vrolijke stemmen geluiden klanken
gemoedelijk moeten ze doorgaan
al weten ze nooit welke kant te kiezen
en die verdomde blijvende twijfel
wie neemt de leiding?
4.
verlies en verdriet staan me in de weg
bij alles wat ik doe of denk
ook bij dit schrijven
ik struikel val en krabbel recht
angstvallig tracht ik hen te mijden
maar ze blijven naar me lonken
sleuren me mee in zompige aarde
die we allen ooit zullen ontmoeten
aan jullie mijn zo gekende metgezellen:
ik vecht niet tegen jullie alleen
uitzonderlijk zal ik jullie begroeten
vergeten en vergeven wil ik niet
anders zou ik niet hebben geleefd