VOOR EMILE
Jij schalkse jongeling, ondeugd
brandt in de donkerte van je pupil
ernstig gefluister: liefje, schatje
rook niet teveel, denk toch aan mij.
Jij dwaalgeest, twee woorden
van je hand – gedachtenstreep –
zullen velen driemaal overleven
bij je woorden waakt de lamp.
Jij stoffig mooi gebonden boek
melancholische bassist, jij
wakkere piraat, parate schipper,
pienter mijn tedere wijsgeer,
Overtuigend mijn wijze Dan
jouw stem ligt op mijn longen:
liefje, schatje, rook niet teveel
denk toch aan mij.