
HSP
Jan Blom (1748-1825)
In 1768 duikt een 19-jarige Duitser in Antwerpen op, om daar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten architectuur te gaan studeren. Johann Blom, zoals hij heet, is daarvoor helemaal uit Weiler in der Ebene gekomen, waar hij op 13 november 1748 geboren is, op zo’n 30 kilometer van Keulen. Vandaag is Weiler een dorpje met nog geen 500 inwoners, deelgemeente van Zülpich. Blijkbaar lukken de studies uitstekend en bevalt een bestaan in de Oostenrijkse Nederlanden wel aan Johann, die al snel Jan wordt en in 1780 wordt benoemd tot leraar bouwkunde, meetkunde en perspectiefleer aan diezelfde academie. Hoewel we bijzonder weinig weten van zijn realisaties als architect, moet hij toch indruk hebben gemaakt op het Antwerpse stadsbestuur, want hij brengt het tot stadsarchitect, welke functie hem verantwoordelijk maakt voor allerlei bouwprojecten die de Antwerpse vroede vaderen willen opzetten. Alleen vindt er plots een grote ommekeer plaats in de Antwerpse samenleving. Is de stad eerst Oostenrijks bezit, dan komen in 1794 plots Fransen binnenvallen, die hier de revolutie prediken, maar tegelijk een enorme hekel hebben aan alles wat een ander soort preken houdt of zich kan verschuilen achter een wapenschild. Alles wat adel is, houdt zich gedeisd of vlucht, de katholieke geestelijkheid wordt uit kloosters en kerken gezet, heel het land wordt geannexeerd en dus voortaan deel van Frankrijk. Jan Blom heet nu ‘architecte en chef’ en leeft in het departement Deux-Nèthes, zeg maar Twee Neten, veel Franse departementen dragen rivierennamen. Voor de katholieke godsdienst komt de verering van de Rede in de plaats, de Carolus Borromeuskerk wordt een Tempel van de Rede. De andere kerken worden gesloten, kerkfabrieken, gilden en broederschappen opgeheven. In 1797 belandt de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal op de lijst van nationaal goed, de kerk wordt dus in beslag genomen. En Jan Blom wordt op 27 november 1797 uit al zijn functies ontheven. Enkele maanden later, in 1798, wordt begonnen met de verkoop van het interieur van de kathedraal. Wel zijn daar de betere kunstwerken reeds uit weggehaald, die zijn naar Parijs overgebracht. Achteraf bekeken misschien nog een geluk, want zo blijven ze bijeen en hebben de Antwerpenaren ze later kunnen terughalen. Maar altaren, beelden, koperwerk, schilderijen van minder grote namen, meubilair en alles wat er verder in een kerk te vinden is, wordt meegegeven aan de meest biedende, met uitzondering van het oude orgel, want dat was moeilijk uit te breken. Daarna komt de vraag wat met zo’n leeg gebouw te doen? Wanneer er niet direct een zinvolle functie wordt gevonden en het onderhoud te duur uitvalt, is verkopen als bouwmateriaal het enige alternatief. Maar zo’n groot bouwwerk kan je niet aan één koper aanbieden, dat moet je in stukken – loten – kunnen veilen. Maar zo’n verdeling vergt kennis van de juiste omvang en daarom wordt de ex-stadsbouwmeester weer opgevist en krijgt Jan Blom op 5 december 1798 van de departementale administratie de opdracht on de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal nauwkeurig op te meten. Jan Blom haast zich niet, neemt de tijd om de klus nauwgezet te klaren en ziet daarmee kans de afbraak voor lange tijd uit te stellen. Waarschijnlijk wordt hij daarbij extra geholpen doordat in 1803 in het hele Franse rijk het metriek stelsel wordt ingevoerd, zodat iedereen voortaan met dezelfde maten en gewichten bezig gaat. “Tja, dan moet ik alles gaan omrekenen natuurlijk, of opnieuw meten”, zou een prima excuus van Jan zijn geweest om weer enkele jaren toe te voegen aan zijn opdracht. Uiteindelijk raakt het karwei in 1816 wel degelijk af. Maar intussen heeft de tijd niet stilgestaan, in 1798 breekt in een deel van het land de Boerenkrijg uit, een opstand van ontevreden burgers tegen de gedwongen dienstplicht en andere revolutionaire maatregelen. Dat gewapende oproer wordt weliswaar met fors militair geweld onderdrukt, maar heeft toch ook goede gevolgen. Zo wordt in 1799 Charles d’Herbouville aangesteld als nieuwe prefect van het departement der Twee Neten. Voor hem hoeft die afbraak niet meer zo nodig en hij beslist om de opdracht van Blom te herzien. Jan moet nu de waarde van het gebouw vaststellen en een schatting maken van de herstelkosten. Bovendien vinden er opnieuw katholieke erediensten plaats in de kathedraal sinds eind 1803, waarmee vooruitgelopen wordt op het Concordaat dat nieuwe machthebber Napoleon Bonaparte met het Vaticaan onder paus Pius VII zal sluiten op 15 juli 1801, maar waarover al vanaf 5 november 1803 is onderhandeld. Daarin wordt onder meer bepaald dat wie kerkelijke goederen heeft gekocht, die niet hoeft terug te geven en dat voortaan bisschoppen en pastoors door de Staat worden bezoldigd. Toch een ingrijpende verandering in de organisatie van de katholieke Kerk. Jan Blom mag na zijn taken als opmeter en schatter zelf aan het herstellen van de kathedraal beginnen. Er is flinke schade aan de vele zuilen, want daar leunden de gesloopte altaren tegenaan. En bij een eerdere brand in 1533 zijn heel wat zuilen bovenaan provisorisch hersteld met verlies van de gotische tracering. Blom baseert zich daarbij op het gotische ontwerp van het gebouw, maar moet zich weliswaar om financiële redenen beperken – stucwerk in plaats van natuursteen. Ook wordt nu de kerkvloer verhoogd. Maar wat het meest bijzondere is, Jan Blom steunt voor alles op zijn grondig onderzoek van het gebouw en voert dus voor het eerst herstellingen uit die redelijk archeologisch verantwoord zijn. Bovendien bekijkt hij de ruimte als één samenhangend geheel en niet meer als een verzameling altaren met elk hun eigen specifieke decoratie. Uit de vroegere periode wordt enkel het oude orgel en het altaar van het gilde van de Jonge Handboog behouden. Het kerkbestuur koopt een aantal stukken uit het interieur van de opgeheven Antwerpse Sint-Michielsabdij aan de Kloosterstraat . En ook uit de Sint-Bernardusabdij in Hemiksem, met name de preekstoel . Als na de val van Napoleon bij de Slag van Waterloo de naar Parijs meegenomen schilderijen op 5 december 1815 terug in Antwerpen arriveren, zullen Rubens’ Kruisoprichting uit de intussen gesloten Sint-Walburgiskerk en zijn Kruisafname uit de kathedraal niet langer boven altaren komen te hangen, maar als aparte schilderijen in de dwarsbeuk van de kerk worden opgesteld. Rubens’ Maria ten Hemelopneming wordt wel het altaarstuk van het nieuwe hoofdaltaar. Daarvoor ontwerpt Blom in 1817 een monumentale constructie als omkadering met gebruik van materiaal van de abdij van Tongerlo, van de in 1816 inmiddels gesloopte Sint-Walburgiskerk en van het vroegere Kuipersgilde-altaar uit de kathedraal zelf. Dat nieuwe hoofdaltaar wordt nog ingewijd bij leven van Jan, maar de voltooiing vindt plaats in 1826, een jaar na het overlijden van Jan Blom in Antwerpen op 12 juni 1825. Niet iedereen was gelukkig met Bloms altaar-ontwerp. Met name burgemeester Florent van Ertborn had liever de hele kathedraal in gotische stijl gezien. Er wordt zelfs een wedstrijd voor zo’n nieuw altaar uitgeschreven, maar die levert geen enkel uitgevoerd ontwerp op, zodat het altaar van Jan Blom tot de dag van vandaag in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal prijkt. Veel tijd voor andere bouwwerken van zijn hand schoot er voor Jan Blom niet over en die zijn daardoor ook zeer schaars en blijkbaar ontstaan als nevenprojecten tijdens zijn opmetingen va n de kathedraal. Zelf woonde onze bouwmeester van 1784 tot 1815 in de Sint-Jorispoort 14, waar een koperen gedenkplaat op de gevel van drogisterij ‘In ’t Zonneke’ aan herinnert, geplaatst door de Antwerpse afdeling van het Davidsfonds, die Jan Blom als afdelingsnaam koos. In 1968 wordt gezocht naar een naam met wat meer allure voor de smalle gebogen verbinding tussen de Groenplaats en de Handschoenmarkt, die tot dan Rioolstraat heet en daar wil je dus geen restaurant beginnen. Als eerbetoon aan de redder van de Antwerpse trots verschijnt Jan Blom op de nieuwe straatnaamplaatjes. Oeuvre – uitgezonderd O.L.Vrouwekathedraal 1803 Herenhuis Moretus, Kloosterstraat 31, Antwerpen. I.o.v. Josephus Hyacinthus Moretus, achterkleinzoon van Balthazar IV Moretus. Vervanging van 17de-eeuws huis De Helle. In 1992 renovatie tot eengezinswoning n.o.v. Luc Michoel, Gerd Mertens en Thomas Scholiers. 1804 Herenhuis Kramp, Lange Gasthuisstraat 39, Antwerpen. Laat-classicistisch. I.o.v. familie Kramp. Inwendig verbouwd in 1929 en 1936, uitgebreid tot kantoorgebouw in 1942 door Max Winders i.o.v. N.V. C ompagnie d’Anvers.