Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

BOECHOUT

START: STATION NMBS - Frans Segersstraat.


Wie met de trein vanuit de richting Antwerpen komt, staat meteen aan de goede kant van het spoor. Komend vanuit richting Lier, steek je de overweg over en dan linksaf.
Lijnbus 297 Antwerpen-Lier-Heist op den Berg heeft een halte voor het station.
Fietsers vinden een stalling tussen station en overweg, auto's parkeren achter het Sfinkscafé aan de overzijde van het spoor.


Vanaf het stationsgebouw steek je recht de straat over om via een voetpad tussen de huizenrij aan de overzijde weg te wandelen van het spoor. Je komt nu door een recente nieuwbouwwijk, waar je aan het eind van het voetpad rechts aanhoudt, waardoor je uitkomt op de Smalle Weg. Aan het eind ga je rechts af, om na enkele tientallen meters links een park in te wandelen. Je komt uit aan de achterzijde van het Boechoutse gemeentehuis.


HEUVELHOF - Heuvelstraat 91.


François Waterkeyn, welstellende Antwerpenaar, koopt hier in 1872 een lapje landbouwgrond met een hoevetje. We zijn nog lang niet aan de fermettes toe, dus dat hoevetje moet plaatsruimen voor een niet onaardig landhuis. Maar nog niet het optrekje dat je nu ziet. Dat is een idee van Waterkeyns kleinzoon, die na sloping van opa's oerversie er tussen 1909 en 1910 door architect Albert Arnou dit met lauwerkransen en guirlandes toegeruste bouwwerk voor in de plaats laat zetten in neo-Lodewijk XVI-stijl. Achter de natuursteen gaat een bakstenen gevel verborgen, wat vrijwel steeds het geval is met dit soort kastelen. Jozeph Waterkeyn kan helaas niet lang van zijn investering genieten, begin oktober 1914 verschieten de Duitsers nogal wat kruit bij de slag om de Nete bij Lier en kasteel De Heuvel wordt daarbij tot ruïne herschapen.


Tussen 1922 en 1924 wordt het vanaf dan Heuvelhof genoemde gebouw minutieus herbouwd volgens de oorspronkelijke plannen door architect Jan Baptist Van Boechout, ondanks zijn naam een Lierenaar. Daarna kan Jozeph alsnog rustig en langdurig van zijn bezit genieten, hij is 98 jaar wanneer hij op 18 juni 1963 het aardse tranendal voor bekeken houdt.


Zijn erfgenamen verkopen het kasteel en een deel van het park aan de gemeente Boechout. Wellicht een elegante oplossing om de erfenis te verdelen en de successierechten te kunnen voldoen. Zo verwerft Boechout een representatief gebouw, waarin na bijna zeven jaar renoveren het gemeentebestuur zijn intrek neemt. De lokale politie krijgt het koetshuis als onderdak.


Hier aan de achterzijde zie je vijf stoeiende kindertjes op een sokkel. Niet het kroost van de burgemeester, maar de kinderen van Jozeph. Ze staan voor de ingang van de trouwzaal, ter aanmoediging van jonge echtelieden? Mocht je ooit kans zien zo'n trouwpartij bij te wonen, aarzel niet, Heuvelhof verbergt in zijn zalen veel fraai houtsnijwerk en muurschilderingen.


Rond het gemeentehuis lopend, zie je in het park vooraan een oorlogsmonument met een beeld van Pol Van Esbroeck.


Verlaat het park van het gemeentehuis aan de voorzijde, waardoor je in de Heuvelstraat staat, die je links inloopt. Dan de eerste straat rechts, de Janssenslei.


JANSSENLEI


Jos Janssen is een Voerenaar uit Sint-Martens-Voeren, die het eind 19de eeuw in Antwerpen tot bestuurder van de Tramway Maritieme heeft gebracht. Terwijl in zijn woonstad de wijk Zurenborg onder leiding van Louis Luyten oprijst in weelderige belle epoque- en art nouveau-architectuur, koestert Jos plannen voor net zo'n bouwproject, maar dan van zichzelf. Hij krijgt in 1900 het Boechoutse gemeentebestuur warm voor zijn plannen, dat wil zeggen, hij mag zijn eigen geld investeren in een door hem gekocht landbouwgebied, dat hij mag verkavelen in bouwpercelen. Daaruit ontstaat de in 1924 naar Jos genoemde Janssenlei en de wat bescheidener George Van Raemdoncklaan als zijsprong.


Achtereenvolgens passeer je links:


Villa VALKENHOF, begonnen in 1901 als Villa Maria, uitgevoerd in neo-traditionele stijl; Villa NOVA, ook uit 1901, met als meest bekende bewoner de jonge Bart Peeters, ver voordat er sprake was van The Radio's, het Leugenpaleis, het Peulengaleis, Hoe-Zo of andere popgroepen, radio- en televisieprogramma's waarmee Bart sindsdien België onveilig maakt; Villa RUSTOORD, opnieuw uit 1901, met traptoren en trapgeveltjes, plus baksteenmozaïek; Villa LYDIA, uit 1901, na 1930 MASTENTOP genoemd, wanneer hier vanuit Koningshooikt de schilder Jef Verstreken neerstrijkt, die zich laat inspireren door Kempische heidelandschappen en een loggia aan de villa vasthangt. Later zullen de alexianen van de achterliggende psychiatrische instelling in dit huis een dagkliniek vestigen; Villa De DAG, nog steeds uit 1901, die Jos Janssen lange tijd voor zichzelf behoudt. De huisnaam is weergegeven als églomisé, glastegels die aan de achterzijde gedeeltelijk zijn verguld, waarna in het verguldsel een tekening wordt gekrast.

 

Omdat het imposante kasteeltje dat de Janssenlei destijds afsloot inmiddels verdwenen is, keer je hier om voor de huizen aan de overzijde.


Je passeert eerst Villa MADONA, in 1903 gebouwd door de bekende Antwerpse architect Jos Bascourt voor rentenier Jan Craen. Het naamgevende Mariabeeld is door de eigenaar zelf in de zijgevel geplaatst, waar er een nis voor was vrijgehouden. Wanneer na de Eerste Wereldoorlog de Zusters van de Christelijke Naastenliefde hier een kostschool voor jongens tussen 4 en 8 jaar openen, wordt de villa uitgebreid met een vrijwel naadloos harmoniërende nieuwbouw aan de linkerzijde (vanuit de Janssenlei gezien). Die staat ietwat meer naar voren. In 1967 wordt deze villa-school overgenomen door de alexianen.

 

Verder wandelend passeer je nog een landhuis in cottagestijl anno 1921.


Vanuit de Janssenlei terug links de Heuvelstraat door tot aan de spoorwegovergang. Net over het spoor links de Spoorstraat in. Het lijkt een doodlopende straat, maar helemaal aan het eind kan je rechts het smalle Pastoorsleike indraaien. Aan het eind daarvan krijg je links op enige afstand een zicht op een fraai landhuis:


KASTANJEHOF


Een landhuis in cottagestijl. Als je nu links even een stukje de Jan Frans Willemsstraat inloopt, zie je achter een grote, chique poort dit bouwkundig kleinood frontaal, maar helaas kun je er van deze kant evenmin dichterbij komen. Als "La Châtaigneraie" dateert deze prachtige woning uit de jaren 1898-'99 en hij is gebouwd in opdracht van de Boechoutse familie Franck. Die kan hem nog tijdens de bouw kwijt aan een maritiem expert uit Antwerpen als zomerresidentie. Dat wil zeggen dat de familie er van mei tot oktober woont, terwijl de koudere wintermaanden in Antwerpen worden doorgebracht. De nieuwe eigenaar laat een koetshuis bouwen, een vijver met waterval aanleggen en een rotstuin met echte Ardennenrotsjes. De ruimte onder de rotsen wordt gebruikt als ijskelder.

Onder de latere bewoners is een Amerikaan die directeur van General Motors (Opel) in Antwerpen was. Vandaag woont er een Nederlander.

 

We keren op onze stappen terug en wandelen een klein stukje door de Jan Frans Willemsstraat tot je links de Dr. Theo Tutsstraat in kan draaien. Wandel een flink eind deze straat in, die naar een Boechoutse burgemeester is genoemd. Maar we hebben nog namen in petto.


WONING GEORGE VAN RAEMDONCK - Dr. Theo Tutsstraat 39.


Boechout is een dorp van lauweren. Heel wat bekende inwoners hebben elders carrière gemaakt en komen hier rustig van de naweeën genieten. Dat geldt ook goeddeels voor George van Raemdonck, cartoonist, portret- en taferelenschilder. In Boechout wordt hij bij de lokale bevolking vooral bekend van zijn karikaturen van bekende dorpsfiguren, die hij op bierviltjes in de cafés maakt. Maar deze overtuigde socialist heeft veel meer op zijn palmares, onder meer een jarenlange samenwerking met de bekende Nederlandse auteur A.M. de Jong ('Marijntje Gijzen'-cyclus), met wie hij de stripreeks Bulletje en Bonestaak razend populair maakte bij onze Noorderburen, met een totale oplage van maar eventjes 176.441 exemplaren! George van Raemdonck is op 28 januari 1966 in Boechout overleden. Sinds zondag 19 april 2009 hangt George van Raemdonck tegen zijn gevel, in brons gereliëfd door de Boechoutse kunstenaar Eric Verlinden.


VILLA EUGEEN DE RIDDER - Dr. Theo Tutsstraat 37.


Eveneens een strijdbaar socialist, Eugeen De Ridder, als onderwijzer, als criticus, als medestichter van de Vlaamse Toeristen Bond en als tekstschrijver van het lied dat alle Vlaamse jongeren wel in de jeugdbeweging of op schoolreis hebben gezongen: "Op de purperen hei", dé hit van Armand Preud'Homme.


Steek over naar dat gebouw dat je reeds links was gepasseerd, vandaag thuisbasis van het Boechoutse O.C.M.W., voorheen een particulier landhuis:


Les PEUPLIERS - POPULIERENHOF - Dr. Theo Tutsstraat 20.


Gegoede Antwerpenaren ontdekken eind 19de eeuw Boechout als residentiële gemeente. Zo ook de familie Van Tichelen, die hier in 1876 een statige woning wil laten bouwen, die chic moet ogen, maar voor een beperkt budget gerealiseerd moet worden. Vandaar enige 'schone schijn': speklagen en hoekkettingen, die op het beton zijn geschilderd, in plaats van echte banden en kanten van dure witte natuursteen. En een toren die eveneens een knap staaltje van suggestie is, want eigenlijk een stukje gevel, dat wat meer naar voren staat en wat hoger is gebouwd.


Geneesheer-burgemeester Theo Tuts laat dit huis in 1922 door de gemeente aankopen om er het Boechoutse bestuur in onder te brengen, vandaar dat de voormalige Smisstraat nu zijn naam draagt. Tot april 1973 is het dorp van hieruit bestuurd, nadien verhuisden burgemeester en schepenen naar het Heuvelhof, dat je al hebt kunnen bewonderen.

 

Via het pad dwars door wat sinds april 2009 het George van Raemdonckpark heet, vroeger de tuin van Van Tichelen.


Meteen rechts een monument voor de nieuwe naamgever, zijn schetsboek in veelkleurig mozaïek met rechtop een blad daaruit met een tekening van het stripduo Bulletje en Bonestaak, voor deze gelegenheid door Boechoutenaar François Blommaerts vorm gegeven. Het initiatief komt van de Boechoutse vzw International Humour in Art (IHA) met als logo een lachende ezel, want die beesten balken immers iiihaa!


Je bereikt opnieuw het Pastoorsleike, eigenlijk een oud kerkepad, dus een voetweg voor de dorpelingen om dwars door de velden de kerk te bereiken. Ga naar rechts, waardoor je vrij snel naast de parking van Delhaize staat. Sla linksaf de Alexander Franckstraat in. Je passeert eerst links:


SALONS ALEXANDER FRANCK - Alexander Franckstraat 17.


Hier is in 1882 Alexander Franck geboren, die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog voor het Verzet allerhande geheime missies gaat uitvoeren. Na een paar spectaculaire ontsnappingen wordt hij uiteindelijk toch opgepakt samen met zijn vriend Jos Baeckelmans en beiden worden gefussileerd op de schietbaan van Schaarbeek, de plaats waar vandaag het VRT/RTBF-omroepcentrum aan de Auguste Reyerslaan oprijst.


Heb je ook wat lef, wandel dan even via de oprit voor het huis langs om een blik te werpen op de unieke houten vogelkooi met daarop een duiventil in de vorm van een peerspits met dakkapellen, rechts in de tuin.


Nog even verder deze straat inwandelen. Rechts staat:


LUST EN RUST - Alexander Franckstraat 20.


Een landhuis met een heuse kasteeltoren met rond de top drie zogeheten arkeltorentjes, plus een puntige spits. Het huis is in 1896-'97 gebouwd voor een Boechoutse brouwer. Hier is flink 'gesampeld' met elementen uit diverse bouwstijlen, typisch eclecticisme. Aan de rechterkant van dit kasteeltje zie je onder een schouw een klok, beschut door een sierlijk glazen koepeltje.


We gaan niet verder, maar deze straat verbergt nog enkele bekende namen:


Op nr.28 woont en werkt food-fotograaf Tony Le Duc, bekend van Weekend-Knack en een reeks kleine boekjes rond keukengeheimen. En veel verderop nabij de overweg sneuvelde op 18 oktober 1830 Jenneval, een van de helden van de Belgische Omwenteling, maar vooral bekend als tekstschrijver van de Brabançonne.


Nu terug richting kerk, tot je links even voorbij de Delhaize-supermarkt op de hoek met de Bistweg een beeldengroep ziet:


TWEE TROLLEN


De Boechoutse kunstenaar Harry Brandt symboliseert met dit trollenpaar de oerkrachten, waarvan de moderne mens naar zijn mening te ver verwijderd is geraakt.


Pal achter dit beeld zie je tegen de muur van de nieuwbouw een gevelsteen liggen, die vroeger in het in 1974 gesloopte geboortehuis van Jan Frans Willems was aangebracht. Maar we hebben nog wel een beeld van deze oervader van de Vlaamse Beweging. Kijk maar richting kerk, daar staat hij sinds 27 oktober 1985 in de versie van Vic Gentils. Het is een beeld in gebronzeerd ijzer, waarin holle ruimten mee het gezicht vormen. Zoals Gentils ook heeft gedaan met zijn sculptuur van de Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx in het Middelheimpark.


Ga nu de Bistweg door, die uitloopt op een parkeerterrein. Steek dit terrein diagonaal naar rechts over en verlaat het via de doorgang naar het Jef Van Hoofplein, waarbij je meteen een recent gemeentelijk gebouw ziet:


GEMEENTELIJKE BIBLIOTHEEK - Jef Van Hoofplein 20.


Bij de heraanleg van dit plein in de jaren '90 is gezocht naar een nieuwe invulling, ter vervanging van een neogotisch gemeentehuis, dat de Eerste Wereldoorlog niet heeft overleefd. Er was toevallig juist een nieuwe bibliotheek nodig en uit een in 1997 uitgeschreven wedstrijd is de Brusselse architect Abdelmarjid Boulaioun als winnaar gekomen. Hij kiest voor een doorzichtig middenstuk, waardoor dit gebouw geen echte voor- en achterkant heeft en langs alle zijden een boeiend gevelbeeld laat zien. De bibliotheek doet mee aan de nieuwe trend, waarbij gevels worden gevoegd in dezelfde kleur als de steen waaruit ze opgebouwd zijn. Dat geeft hier een egaal rood vlak. Straks laten we je aan de andere kant van dit gebouw passeren via een hoge luifel, die als het ware een poort vormt tussen de dorpskern en de groene zone richting kasteel, aan je linkerzijde.


Ga een stukje die 'groene' kant uit en sla aan het eind van het plein rechtsaf, richting molen. Daar kan je heen wandelen.


DEN STEENEN MOLEN - Konijnenbergstraat 2.


Deze graanmolen, vroeger ook smoutmolen (olieslagmolen), staat hier sinds 1790, maar is wel recent volledig gerestaureerd en met enig feestvertoon in augustus 2004 opnieuw in gebruik genomen. Aan de grond zijn de muren van deze reus anderhalve meter dik, aan de top blijft daar nog 40 centimeter van over. Die top bevindt zich met de kap erbij gerekend op 22 meter hoogte. Wanneer de wieken een recht kruis vormen, steekt de hoogste wiek 33 meter hemelwaarts.


Heb je wat geluk, bijvoorbeeld als je op een zondagmiddag bent komen wandelen, dan kan je ook binnen een kijkje nemen en van de vrijetijdsmolenaar - of molenares, er is ook één vrouw bij - alles te weten komen over het functioneren van zo'n historische machine. Maar hou er rekening mee, dat deze molen vijf verdiepingen telt, die enkel via vrij smalle trappen te bereiken zijn. Reken dus niet op een lift.


Rechtsomkeer naar het Jef Van Hoofplein, waar je nu meteen de linker rijbaan volgt richting bibliotheekluifel. Ga daar onderdoor en kijk meteen rechts naar het


JEF VAN HOOF MONUMENT - Jef Van Hoofplein.


Het begint stilaan bekend in je oren te klinken: geboren in Antwerpen - 8 mei 1886 -, carrière gemaakt en de levensavond doorgebracht in Boechout. Jef Van Hoof vormt hierop geen uitzondering. Hij was componist, dirigent en als mede-oprichter van de Vlaamse Zangfeesten duidelijk sympathisant voor de Vlaamse zaak. Na zijn dood op 24 april 1959 krijgt deze Grote Meneer twee jaar later dit monument in het dorp waar hij, die zovelen tot blazen aanzette, zijn laatste adem uitblies in een huis dat als het Spokenhof bekend staat.


Je ziet op dit basreliëf van Antwerpenaar Albert Poels waar een componist mee werkt: instrumenten - Van Hoof heeft duidelijk een voorliefde voor blazers -, muzikantenhanden, stemmen. Perseus met het afgehakte hoofd van Medussa verwijst naar een ouverture van onze componist, drie koene ridders op steigerende paarden en de Blauwvoet-vogel naar diens werk 'Groeninge' (over de Gulden Sporenslag anno 1302) en de weerstand die hij had te overwinnen met zijn Vlaamse werk, orgel, beiaard en zangstem refereren aan Jefs religieuze inslag en Sint-Cecilia patroneert dit muzikale samenzijn met haar citer waarop ze een 'la' aanslaat. Van lalala?


De plakette is van de hand van beeldhouwer Staf Van Sintjan en tekenaar George Van Raemdonck, voor het algehele ontwerp tekende architect Armand Segers.


Steek nu over naar het Sint-Bavoplein, dat voor de kerk ligt en kijk meteen naar links:


FALCO - Sint-Bavoplein 16.


Van dit café is de houten erker versierd is met geglazuurde tegels met klaverbladmotief. Vooraan nog een kleine uitbouw, wat nog duidelijker verwijst naar de Engelse Arts & Crafts-stijl van begin 20ste eeuw. En zolang staat dit café er al. Architect Flor Van Reeth begon er in 1905 aan en het was meteen zijn eerste opdracht. Flor zien ze hier dikwijls terug, want deze plek wordt het vergaderlokaal voor de Boechoutse kunstkring 'Streven', waar ook regelmatig Paul van Ostaijen over de vloer komt. Paul, nog thuis wonend bij pa en ma aan de Lintsesteenweg in Hove, heeft er nog toneel gespeeld.


Toneelspelen wordt hier vandaag gedaan bij de buurman achter het grote hek:

 

CALIFORNIA + (PLUS) - Sint-Bavoplein 17-18.


In 1906 begint de Keerbergse huisarts Theo Tuts zijn praktijk in Boechout. Hij koopt meteen deze 'meesterwoning', want die hoort bij zo'n heer van stand, die er keukenpersoneel op nahoudt en vanaf 1937 zijn patiënten bezoekt per Chrysler Cabrio mét chauffeur. In 1956 verkopen de erfgenamen huis en omliggende terreinen aan de firma "California", die er een zonnig soepje van maakt. Thans kookt in de oude dokterswoning "Cosmo" met Italiaanse flair. Nog theatraler gaat het er in de rest van de gebouwen aan toe: eerst als "Theater Boechout Vooruit" tot volle galop opgezweept door acteur Karel Vingerhoets, nu op een drafje als "California Plus". Komt dat zien, komt dat zien!


Tussen Cosmo en kerk staat een


VIERARMIGE GIETIJZEREN GASLANTAARN - Sint-Bavoplein.


Die moet hier al staan van rond 1905 en is wellicht een relatiegeschenk van de toenmalige Imperial Continental Gas Association, een in Antwerpen gevestigde Engelse maatschappij die in de hele streek gas leverde en ook graag de gemeente Boechout als klant had. Het Antwerpse stadswapen op de paal wijst erop, dat deze lantaarn uit de voorraad voor die stad afkomstig is. Zo stonden ze ook op de De Keyserlei aldaar. Vandaag zorgt dit Boechoutse monument wel voor elektrisch licht. Het fraaie smeedwerk van deze lantaarnpaal komt uit het Herentalse atelier van Van Aerschot.


SINT-BAVOKERK - Sint-Bavoplein.


Het oudste deel zit achteraan, het koor. Daar werd meestal mee begonnen, want dat moest zo snel mogelijk af zijn om alvast de mis te kunnen opdragen. Het Boechoutse koor stamt uit 1502 en volgende jaren. In tegenstelling tot de rest van de kerk zijn de wanden uit natuursteen, Balegemse hardsteen om precies te zijn. Het deel van de kerk waar u het dichtst bij staat - toren en schip - is het recentst. Die dateren uit eind 19de eeuw, toen de oude Sint-Bavokerk vergroot is om alle gelovigen onderdak te bieden. Eerst is de vroegere toren in het voorjaar van 1897 opgeblazen door de Belgische genie, wat nog heel wat voeten in de aarde heeft gehad, want die hield aanvankelijk koppig stand. Bij de bouw van het nieuwe schip heeft architect Louis Gife moderne materialen gebruikt, met name gietijzer voor het gebinte. De nieuwe toren is meteen dubbel zo hoog als zijn voorganger geworden, 51 meter, en staat door de vergroting van de kerk ook een stuk verder op het kleiner geworden plein.


Wie goed kijkt, ziet bovenaan de rechter zijbeuk drie zwarte Sint-Andrieskruisen (X-kruisen) ingemetseld. Die moeten de kerk en de gelovigen tegen duivelse trucjes beschermen.


Waarom Bavo als patroonheilige? In het middeleeuwse Boechout hadden de kanunniken van het Gentse Sint-Baafskapittel het kerkelijk voor het zeggen. Zij bezaten hier nogal wat grond en beheerden hun boerderijen en pachthoven via rentmeesters.


Ga rechtdoor de Van Colenstraat in.


Eerst passeer je links een Oxfam-winkel in het vroegere café De Lelie, waarvan de naam nog mooi overleeft op een tegeltableau. Wat verderop rechts achter een zwart hek een voor deze straat toch wat apart gebouwtje. Dat is de Harmonie, het repetitielokaal van de plaatselijke muziekvereniging. De laatste feodale heer van Boechout, Karel Servaas van Colen, heeft in 1839 gezorgd dat de enkele jaren eerder door hem gestichte Fanfaren van Bouchout een passend onderdak kreeg. Bij testament schenkt hij het gebouw aan de gemeente, plus een som aan goudstukken waarvan de rente bedoeld is om de harmonie te ondersteunen. Het gemeentebestuur is wel verplicht om dit repetitielokaal te onderhouden, zolang de vereniging nog drie spelende leden telt. Een aantal dat momenteel ruimschoots wordt overtroffen. Nu weet je meteen waarom de vroegere Dorpsstraat zijn nieuwe naam kreeg.


Zo kom je aan het Onze-Lieve-Vrouweplein.


FONTEIN 'DROOM' - Onze-Lieve-Vrouweplein.


In 2001 is dit plein opnieuw aangelegd en als bijdrage daartoe is er door de Antwerpse Water Werken (AWW) een fontein geschonken. Het ontwerp is van Emiel Uytterhoeven en op 8 mei 2002 stroomt er voor het eerst water uit.


ONZE-LIEVE-VROUW VAN DE VREDE - Onze-Lieve-Vrouweplein.


Centraal staat hier dit Mariabeeld. Zij wordt 'van de Vrede' genoemd, omdat ze hier staat als dank dat Boechout niet al te ernstig is getroffen door V-bommen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Buurgemeente Mortsel is er minder heelhuids vanaf gekomen, al waren het daar de geallieerden zelf die het centrum per vergissing platgebombardeerd hebben. Maar zo zit de schrik er natuurlijk wel in binnen wijde omgeving.

 

Maria keert haar rug naar de Evangelische Kerk, protestanten geloven immers niet in haar Onbevlekte Ontvangenis, een dogma dat paus Pius IX in 1854 heeft afgekondigd. Het beeld was er echter eerder dan de kerk, want die dateert pas uit 1963.


EVANGELISCHE KERK - Appelkantstraat 2.


De versiering bovenaan de toren is bijzonder. De linker wijzerplaat toont de Griekse letter alfa, de rechter de letter omega. In de klassieke literatuur zijn deze eerste en laatste letter van het Griekse alfabet symbolen voor begin en eind. "Ik ben de alfa en de omega", zegt Christus in het boek Openbaringen, zichzelf daarmee als oorsprong en einddoel van de schepping aanduidend. Op de wijzerplaat vooraan is een vis afgebeeld, symbool voor Christus, naar het Griekse woord 'Ichtus' (vis): I van Iesous (Jezus), ch van Christos (gezalfde), th van THeou (van God), u van Uios (Zoon), s van Soter (Redder). Samengesteld: Jezus Christus, Gods Zoon, de Redder. De eerste christenen gebruikten daarom de vis als een soort geheim herkenningsteken, dat ook is teruggevonden in de catacomben van Rome. Het ontwerp van deze drie wijzerplaten is van Emiel Poncin, de uitvoering gebeurde door G. de Vroed. De vierde wijzerplaat aan de achterzijde van de toren kwam er na een wedstrijd "Tijdwijzers", die gewonnen werd door Boechoutenaar François Blommaerts. Je ziet daar een rood huis met een openstaande gouden deur, die je een warm welkom heten, plus een vleugel, symbool voor de vrijheid van je keuze om binnen te komen of buiten te blijven. De kortste vleugeltip is tevens kleine wijzer van de klok.


Wat verderop in de Appelkantstraat - de straat aan je linkerzijde - zie je een muurschildering op een zijgevel. Daar is het rijk van chef-kok Wouter Keersmaeckers, restaurant De Schone van Boskoop, prijkend met 1 Michelinster. 'Vergeten groenten' zijn Wouters dada.


Ga rechtuit de Lange Kroonstraat in - bekijk terloops de grotendeels verweerde sgraffiti en tegeltableaus op de gevels aan je rechterzijde - en ga aan het kruispunt eerst even naar rechts, om zo'n 100 meter de straat in te wandelen.


Villa Les CLÉMATITES - Heuvelstraat 25.


Deze villa wordt in 1904 gebouwd voor de heer Hertogs in zogeheten 'landhuisstijl'. In de jaren '80 start hier de cultureel-educatieve werking van Sfinks, een v.z.w. die zich voor haar naam laat inspireren door de twee sfinksen in het formele voorste gedeelte van de tuin.


Vanaf de jaren '80 tot 1994 worden in die tuin jaarlijks de Sfinks Festivals gehouden. Die starten als folkfestijnen, maar groeien later uit tot wereldmuziekfestivals. In 1994 wordt wegens het enorme succes uitgeweken naar het Molenveld.


Aan de achterzijde van deze villa is er een overdekte houten veranda met een fries met een gebeeldhouwd wit reliëf, dat kennelijk een veldslag voorstelt. Die ruimte wordt thans gebruikt als eetzaal - refter - voor de leerlingen van het Sint-Gabriëlcollege, de huidige eigenaar van deze villa.


Teruggaan naar het kruispunt en daar rechtdoor stappen, waar het ook Heuvelstraat heet. Net voor de bijna haakse bocht naar rechts passeer je een nieuw straatnaambord 'Den Heuvelt', dat verwijst naar een ver verleden, toen hier hoeve Ten Heuvelt stond. Op die plek aan je rechterzijde een groot nieuw residentieel complex.


RESIDENTIE DE WELVAART - Den Heuvelt 1-18.


Een ontwerp van Christine Conix, die toen zelf in de Doornstraat alhier woonde. Deze Boechoutse architecte staat bekend om haar pure, tijdloze stijl. Haar ontwerpen moeten niet zo nodig opvallen, het gaat haar om architecturale kwaliteiten, waarbij uitpuren van volumes, symmetrie en evenwicht steekwoorden zijn. Doorgaans baden haar woningen volop in daglicht, dat door plafondhoge ramen of smallere raambanden over de volle lengte van een vertrek naar binnen gulpt. Zo schept Christine een verbinding tussen 'binnen' en 'buiten'. Eerst waren wit en lichtgrijs pleisterwerk in combinatie met donkere papensteen haar handelsmerk, nu duiken er meer gebouwen in vuurrode baksteen op. Haar architectenbureau is vooral bekend geworden met de renovatie van het Brusselse Atomium, waardoor je nu de Expo '58-bollen van verre al in de zon ziet schitteren.


Even rechtdoor de autovrije Baron Carolylaan in en meteen naar rechts kijken.


APPELKANTHOF - Baron Carolylaan / Welvaartstraat 1.


Anna Mertens erft rond 1860 twee percelen grond van haar steenrijke ouders en daarop laten zij en haar man Liévin Danneel in 1876 architect Edward Leclef hun neo-klassiek landhuis Appelkanthof bouwen. In 1910 verkoopt de inmiddels weduwe geworden Anna haar landhuis aan Anna Bosman, ooit hofdame van koning Leopold II. Zij laat tuinarchitect Edmond Galoppin het park opnieuw aanleggen en vergroten. Galoppin is niet de minste, van hem zijn het Josaphatpark in Schaarbeek en het kasteelpark van Groenenberg in Vlezenbeek, thans een park van de Vlaamse Gemeenschap tegenover het kasteel van Gaasbeek.


Het landhuis komt de Eerste Wereldoorlog niet ongeschonden door, het wordt in 1914 diverse malen getroffen door Duits geschut, actief bij de slag om de Nete rond Lier. Om Appelkanthof weer op te kalefateren, neemt Anna nog tijdens de oorlog architect Jos Hertogs in de arm. Die voegt er in één moeite door een toegangspoort, omheining, portiek en een gesloten terras aan toe.


Na de dood van Anna in 1918, verschijnt een illuster persoon op Appelkanthof: Georges Caroly, geboren in Brussel op 26 november 1862 als zoon van Anna Bosman en meneer Caroly. Maar er wordt gefluisterd, dat hij een bastaardzoon van koning Leopold II is, omdat deze vorst later regelmatig hier een bezoek aan Caroly's huis brengt. Tja, zoals gezegd, moeder is hofdame geweest ... Georges kom je vandaag tegen in de volledige naam van een Liers museum: Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen en Baron Caroly.


Op het moment van Caroly's dood op 11 oktober 1936 in deze woning, bestaat Appelkanthof buiten het huis met zijn ingebouwde toren nog uit een hovenierswoning, een koetshuis in U-vorm en een ronde duiventoren, waarvan de spits nog juist boven het leien dak uitsteekt (te zien vanuit de Welvaartstraat), een garage, serres, een fruit- en moestuin. De smeedijzeren poort en het hekwerk rond het park zijn in art deco van rond de jaren '30.


Wandel terug en sla links de Welvaartstraat in. Deze uitlopen tot aan de eerste straat rechts, de Sint-Gabriëlstraat. Zo kom je uit tegenover het Sint-Gabriëlcollege in de Lange Kroonstraat, die je naar links inslaat. Even verder passeer je rechts:


LANDHUIS De ZWALUWEN - Lange Kroonstraat 82.


Huis in cottagestijl uit ca. 1900 met art nouveau reminescenties en een fraai houten terras. Opvallend is wel, dat deze woning géén Franse naam draagt, blijkbaar zijn het boerenzwaluwen in plaats van chique hirondelles, die hier samen de lente maken.


Die cottagestijl is begin 20ste eeuw vanuit Engeland komen aanwaaien via tijdschriften als The Studio, Le Cottage en Le Home. Dit type huizen wordt daarom ook wel als Anglo-Normandisch betiteld.


Vervolg je wandeling tot de eerste zijstraat rechts, de Molenlei, en ga die een flink eind in tot je links een ruime opening tussen de huizen ontwaart. Achterin zie je daar de


ATELIERWONING JAN COCKX - Molenlei 39.


Dit ver achter de rooilijn gelegen huis bezit vensters die allemaal in een andere stijl zijn uitgevoerd en decoratieve muurvlechtwerken, die oorspronkelijk in de 16de en 17de eeuw gebruikt worden om puntdaken te verstevigen. Een keramische ruiter te paard op de buitengevel is een eigen werk van Jan Cockx en ook de koperen lantaarn bij de voordeur dateert uit de jaren dat de kunstenaar hier woont en werkt. De kunstenaar is op een vreemde wijze aan zijn eind gekomen op 28 augustus 1976, namelijk door een nimmer opgeloste moord.


Aan het eind van de straat de Molenlei blijven volgen naar rechts, waardoor je na even stappen op het kruispunt met de Heuvelstraat uitkomt. Hier naar links, richting overweg en station. Naast de spoorlijn aan deze zijde van de overweg zie je de vroegere goederenloods, vandaag


SFINKS CAFÉ - Heuvelstraat 63a.


Sinds Sfinks de villa in de Heuvelstraat heeft moeten verlaten is in dit goederenstation in 1994 een nieuw onderkomen gevonden. Althans voor het Sfinks Café, een van de drukker bezochte jongerencafés van Boechout, waarbij 'jong' soms een relatief begrip blijkt.


Hier eindigt onze route, maar niets belet je zelf verder door Boechout te gaan dwalen. We hopen dat je boeiende Boechoutse uren hebt beleefd en staan open voor kritische opmerkingen en eventuele aanvullingen.