
HSP
Renaat Braem (1910-2001)
Als eerste kind van Antoon Braem en Catharina Van den Oever wordt Renaat geboren op 29 augustus 1910. Zijn vader is na een moeilijke jeugd als hulpapotheker gaan werken in apotheek 'Den Olifant' in het Antwerpse Schipperskwartier, maar zal vanaf de jaren 1920 in zijn levensonderhoud voorzien met beursspeculaties. Pa bezit dus een avontuurlijke geest, is een toegewijd turner en volbloed idealist, vrijzinnig en vatbaar voor progressieve ideeën. Hij stimuleert de zich al vroeg in tekeningen openbarende artistieke interesse van zijn zoon Renaat en zal hem het pad van de architectuur wijzen. Voordat het echter zover is, wijkt het gezin Braem in 1914 zoals zoveel Antwerpenaren even uit naar Nederland. Maar in oktober 1915 zijn ze terug in de stad en neemt Antoon in de apotheek de zaken waar voor de naar Engeland vertrokken eigenaar-apotheker. Het gezin woont dan boven de zaak en daar doet Renaat zijn inspiratie op voor bizarre vormen via stripverhalen in een pak kranten en tijdschriften. Om gezondheidsredenen wordt dan naar de Ekerse tuinwijk Sint-Mariaburg verhuisd, waar de familie echter niet kan aarden. Daarom volgt weldra een nieuwe verhuizing, nu naar de Wappersstraat in Antwerpen, in die dagen nog een smalle zijstraat van de Meir op een deel van wat vandaag als breder plein de naam Wapper draagt. Uiteindelijk wordt het een nieuwe enigszins cottage-achtige woning tegenover het Te Boelaerpark aan de Gitschotellei in Borgerhout. Daar zal Renaat Braem een groot deel van zijn jeugd doorbrengen en ook zijn hele verdere leven speelt zich af in de omgeving van het Te Boelaer- en het Boekenbergpark, twee dicht bijeen liggende domeinen op de grens van Deurne en Borgerhout-extra muros (buiten de Antwerpse Ring). Renaat Braem gaat vanaf 1926 architectuur studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij in het 5de leerjaar les krijgt van Jef Huygh en een project van hem wordt bekroond met de Grote Prijs voor Bouwkunde. Daarna zet hij zijn studies verder aan het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw bij Jos Smolderen en krijgt hij voor zijn studieprojecten in 1935 de Rubensprijs en voor een project voor een Koninklijke Bibliotheek de Godecharleprijs. Als eindwerk komt Renaat met een 100 km lange en 500 m brede 'lijnstad' dwars door België, met parallelle zones voor transport, industrie, wonen en groen. Voor hem is architectuur namelijk de kunst van het organiseren van het menselijk milieu voor een zo groot mogelijk aantal mensen. Braem heeft een uitgesproken socialistische kijk op bouwen: architectuur als sociale hefboom. In 1935 kan Renaat Braem - na een reeks projecten die nooit verder dan de tekentafel komen - een eerste ontwerp realiseren, een zogeheten minimumwoning voor Pieter Van den Bergh aan de Dichtersstraat 82 in de Antwerpse randgemeente Wilrijk. Van den Bergh is arbeider bij Bell Telephone, vandaag Alcatel-Lucent geheten Op 3 oktober 1936 trouwt Renaat Braem met de 23-jarige Elza Severin, zelf een grafisch kunstenares uit een artistieke familie. Zij zal haar man bijstaan als secretaresse en zal hem helpen bij het ontwerpen en uitvoeren van muurschilderingen. In 1936-'37 werkt Braem op aanbeveling van Huib Hoste als stagiair in het kantoor van Le Corbusier, die hem voordraagt als lid van CIAM, een internationale architectenvereniging die in de jaren 1920 en 1930 een reeks spraakmakende congressen rond modernistisch bouwen heeft georganiseerd. Om de carrière van zijn zoon een vlottere start te bezorgen, koopt vader Antoon bouwgrond nabij het Te Boelaerpark om daar een nieuwe gezinswoning te laten bouwen. Weliswaar maakt Renaat daar tal van tekeningen voor, waarbij hij ervan uitgaat dat hij en zijn nieuwe vrouw bij de ouders zullen inwonen en dat er bovendien een bescheiden ruimte rest om te verhuren, doch geen van deze ontwerpen wordt ooit uitgevoerd. Pa ziet namelijk de oorlog naderen en wil zich daarom niet in een bouwavontuur storten op dat ogenblik. In die vooroorlogse jaren kan Renaat echter nog wel in Deurne de woning Janssens realiseren, wederom een minimumwoning met sterke Nieuwe Zakelijkheid-kenmerken, waarvoor hij de Prijs Van de Ven in 1938 ontvangt. Dit is in die dagen een prestigieuze architectuurprijs voor eigentijdse architectuur, uitgaande van een bedrijf dat keukens produceert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Renaat Braem wegens verzetsactiviteiten opgepakt en als politiek krijgsgevangene vastgezet. Nadien tijdens de wederopbouw in de jaren 1950 evolueert zijn stijl steeds meer naar het modernisme, met eigen accenten, waarmee hij internationaal erkenning krijgt. Een decennium later worden zijn ontwerpen steeds meer geïnspireerd door de morfologie in de natuur, wat zich in een organische vormentaal uit, wat de architectuur zelf tot sculptuur maakt. In zijn vrijetijd is Braem dan actief met schilderen en beeldhouwen bezig, zoals zijn grote voorbeeld Le Corbusier. Architecturale inspiratie hebben hij en zijn vrienden-architecten, waaronder de latere directeur-generaal van Stedenbouw Pol Hendrickx, ook ruimschoots kunnen opdoen in het gebied tussen de beide parken, waar Braem zijn jeugd doorbrengt. Daar staan immers woningen en een kerk van Jef Huygh, een woning van Flor Van Reeth, is er de Unitas-wijk van Eduard Van Steenbergen, een modernistische rijwoning van Leon Stynen en een woning van Walter Van den Broeck, allemaal namen die in de architectuurgeschiedenis van de 20ste eeuw een plaats hebben gekregen. Ze liggen deels rond het Boekenbergpark, waarin een kasteel staat, dat ontworpen is door hun beroemde voorganger Jan Pieter Van Baurscheit de Jonge. Stilaan krijgt Renaat Braem kans zich te bewijzen. Eerst met een particuliere woning in het verre Kraainem, kort daarop met een sociale woningcomplex op het Antwerpse Kiel in samenwerking met architecten A. Maes en V. Moeremans. Daarin wordt in het kader van een expositie 'Het Nieuwe Wonen' in 1953 een modelappartement ingericht, dat veel belangstelling trekt. Van de Stad Antwerpen komt begin jaren 1950 de opdracht voor een Administratief Centrum aan de Oudaan, om daar het volledige bestuursapparaat in te huisvesten. Braem ontwerpt een eigentijds belfort, dat via een laagbouw met een tweede, lagere, toren verbonden zal worden. Tijdens de uitvoering wijzigt het stadsbestuur zijn plannen, omdat men zich realiseert dat zo'n centrale ambtenarenhuisvesting veel autoverkeer naar de binnenstad zal brengen. Daarom wordt enkel het hoge torengebouw gerealiseerd, waar alleen het hoofdcommissariaat van de politie wordt gehuisvest. Veel Antwerpenaren vinden het een lelijke toren, maar in architectuurmiddens wordt het gebouw beschouwd als een van de meest inspirerende hoogbouwprojecten uit die jaren. Op gebied van sociale woningbouw realiseert Braem voorts een Modelwijk aan de Brusselse Heizel, de woontorens van het Sint-Maartensdal in Leuven, een uitbreiding van de wooneenheden op het Kiel en de Arenawijk in Deurne op het terrein van een oud fort. Intussen kan hij een klein bouwperceel kopen aan de rand van het Boekenbergpark, waar hij aan de Menegemlei 23 in 1957-'58 zijn eigen woning laat bouwen. Hij vermaakt die bij testament aan de Vlaamse Gemeenschap, maar wanneer hij eind 1997 opgenomen wordt in een verzorgingstehuis in Essen, begint zijn leegstaande woning ernstige tekenen van verval te vertonen, onder meer door een lekkage. Daarom draagt Braem op 29 april 1999 zijn huis reeds over om het als één geheel te behouden. De Vlaamse Gemeenschap laat het tussen januari 2001 en december 2002 grondig restaureren, waarna het opnieuw bewoond wordt. Bij speciale gelegenheden kan het huis bezocht worden. Renaat Braem is ook bekend van zijn essay uit 1968 'Het lelijkste land ter wereld', waarin hij de naoorlogse ruimtelijke ordening in België aanklaagt. Op 31 januari 2001 is deze grote, maar niet steeds voldoende gewaardeerde, architect op 91-jarige leeftijd overleden in het Essense tehuis.
 Hoofdcommissariaat van de politie, Oudaen  foto: André Bongers