
HSP
Pieter Dens (1819-1901)
Pieter Dens wordt opgeleid aan de Antwerpse academie, waar hij vanaf 1862 zelf les zal geven, o.a. aan Jean-Jacques Winders. Hij is afgestudeerd in 1939, heeft nog amper zelf iets kunnen realiseren, als de Société Royale d’Harmonie eind 1844 een wedstrijd uitschrijft voor de bouw van een bal- en concertzaal voor haar leden. De 25-jarige Dens komt zowaar als winnaar uit de bus met zijn project – waarover verderop veel meer - en mag dat ook realiseren. Daarmee krijgt zijn carrière meteen een uitstekende start, want de opdrachtgever heeft sterke banden met de Duitse gemeenschap, die dan in Antwerpen een voorname plaats inneemt binnen het economisch leven en veel zakenmensen met geld telt. Naast een handvol particuliere opdrachten in de jaren 1850 kan Pieter Dens toch ook deelnemen aan de restauratie van het Antwerpse stadhuis in 1858 en de verbouwing van de nog door Pierre Bourla ontworpen pastorie van de Sint-Laurentiusparochie twee jaar later. Maar dan volgt op 1 juli 1863 zijn aanstelling tot stadsarchitect van Antwerpen, een functie die hem zal bezighouden tot 1884, zeg maar zijn hele verdere loopbaan. Werken voor de stad betekent zorgen voor de bouw van stadsscholen, politiebureaus en stedelijke instellingen als een slachthuis, theaters en musea. Dens krijgt zijn functie juist voordat in 1864 de oude stadsomwalling – de Spaanse vesten – gesloopt mag worden en veel nieuwe terreinen beschikbaar komen. Er wordt in die tweede helft van de 19de eeuw dan ook heel veel gebouwd, want de stad krijgt steeds meer inwoners, waarvoor bestaande voorzieningen moeten worden uitgebreid of aangevuld met nieuwbouw. In de periode dat Pieter Dens stadsbouwmeester is, krijgen vrijwel alle Antwerpse wijken – die dan met nummers worden aangeduid – een eigen politiebureau in een stadsgebouw. Dat volgt op een nieuwe indeling van de stad in negen wijken vanaf 1874. Er wordt werk gemaakt van de architectuur, zodat vandaag die intussen door de politie verlaten behuizingen als monumenten worden beschouwd en vaak een nieuwe invulling hebben gekregen. Het hoofdcommissariaat aan de Suikerrui is nu het diamant-zilver-edelsmeedkunstmuseum DIVA, het politiebureau van de vijfde wijk huisvest vandaag Filmhuis Klappei, dat van de vierde wijk biedt onderdak aan de bibliotheek van de Sint-Andrieswijk. Vier van die gebouwen zijn sinds 19995 beschermd: Sint-Andriesplaats, Florisstraat, Bordeuaxstraat, Paleisstraat. In totaal heeft Pieter Dens negen politiebureaus gebouwd, waarvan er twee gesloopt zijn. Van de zeven scholen die Dens heeft gebouwd vallen er vijf tijdens het liberale burgemeesterschap van Léopold de Wael vanaf 1872. De liberalen staan dan al tegenover de katholieken en willen hun vrijwel monopolie op het onderwijs doorbreken, wat tussen 1878 en 1884 tot een echte schoolstrijd zal leiden wanneer er een liberale regering België gaat besturen. En juist in die laatste fase bereikt Pieter Dens zijn hoogtepunt in scholenbouw met het door Léopold de Wael persoonlijk gepromote Atheneum aan de toenmalige Gemeenteplaats, vandaag het Franklin Rooseveltplein –waarover meer hieronder. Het wordt meteen het afscheid van Pieter als stadsbouwmeester. Nadat hij in 1884 die functie heeft doorgegeven aan Gustave Royers realiseert Pieter Dens nog slechts sporadisch woonhuizen. Na zijn overlijden op 13 september 1901 wordt hij aanvankelijk begraven op het Kielkerkhof, om dan in 1936 overgebracht te worden naar het Schoonselhof, perk Z1, rij 16. Het portretmedaillon op zijn grafmonument is van Louis Dupuis. Zomerlokaal Harmonie Waar ooit de Antwerpse galg stond is later een pepinière – boomkwekerij – aangelegd, die weinig succes kent, zodat er uiteindelijk een openbaar park van is gemaakt, het Koning Albertpark. En het is niet toevallig dat de Harmonie daar vlakbij ligt. De omgeving stond in de 19de eeuw bekend als de Deutsche Ecke – Duitse Hoek, bij de splitsing van de wegen naar Brussel en Wilrijk, vandaag de plaats waar de Koningin Elisabethlei zich splitst in de Jan Van Rijswijcklaan en de Karel Oomsstraat. Antwerpen heeft in die dagen een grote Duitse gemeenschap van welvarende zakenlui van wie er een aantal hier hun ruime huizen hadden laten bouwen. Die Duitse Antwerpenaren ontmoeten elkaar in allerlei verenigingen, waaronder vanaf 1814 ook een Société d’Harmonie, in de oprichting waarvan de familie Grisar een belangrijk aandeel heeft..Zij hebben dan ook met Albert Grisar een componist in hun gelederen. In 1844 koopt die intussen Société Royale d’Harmonie geheten vereniging grond van de heer Mosselman langs de steenwegen naar Berchem en Wilrijk, nu de Mechelsesteenweg en de Koningin Elisabethlei. Er wordt een architectuurwedstrijd uitgeschreven voor het ontwerp van een bal- en concertzaal, uitgevend op een tuin, met daarbij in zijvertrekken een eetzaal en een biljartzaal of ‘tabagie’ - rooksalon. De winnende inzending blijkt te komen van de 25-jarige Pieter Dens, afgestudeerd in 1839 en nog geen ervaring met grote projecten. Niettemin ziet hij kans het hele concept te realiseren tussen de eerste steenlegging op 16 juli 1845 en de officiële opening op 7 juni 1846, in minder dan een jaar dus. Je moet daarbij wel bedenken dat zijn gebouw nog niet de volledige omvang heeft van hetgeen je vandaag ziet. In het lange middendeel is er die bal- en concertzaal met een lichtkoepel en aan de tuinzijde een portiek, plus twee zijvleugels met een restaurant en een rooksalon voor drankjes en biljart. De tuin wordt aangelegd door een lid van het verenigingsbestuur, Guillaume Verbert. In 1889 zal Pieters neef en opvolger Charles Dens het gebouw uitbreiden en in oppervlakte verdubbelen. Er komt een halfronde uitbouw voor orkesten, het portiek krijgt een voorbouw met zes zuilen en Charles zorgt voor een lange gang die de Harmonie met de Mechelsesteenweg verbindt. Die toegang is oorspronkelijk enkel bedoeld voor personeel en optredende artiesten. Bij zomers weer vinden de optredens plaats voor het gebouw, waarbij de toehoorders in het park zitten, dat met een fraai hekwerk is afgesloten van de openbare weg. Was de Société Royale in 1865 uitgegroeid tot grootste muziekvereniging van België met zo’n 1700 leden, dan volgt na de Eerste Wereldoorlog een steile neergang. Vanzelfsprekend, de Duitse zakenlui hebben moeten vertrekken, het ledental is sterk gedaald en de animo voor dit soort concerten en optredens is in de periode van de wederopbouw niet echt groot. De vereniging ziet zich genoodzaakt het zomerlokaal in 1923 te verkopen aan de stad Antwerpen. Maar de vereniging zelf bestaat tot op de dag van vandaag als Société Royale d’Harmonie, afgekort tot Sorodha vzw met zetel in de Desguinlei. Op hun website een overzicht van de prachtig uitgevoerde programma-aankondigingen met handtekeningen van destijds bekende artiesten. Jarenlang diende het Harmoniegebouw nadien voor allerlei evenementen, zoals bals van de burgemeester of oudejaarsfuiven van stadskrant De Neus. Tussen 1974 en 1980 is het interieur al eens opgeknapt en de zaal, de aangrenzende oranjerie en de conciërgewoning in de Harmoniestraat zijn in 1997 als monument beschermd. In 2015 wordt het intussen openbare park heraangelegd in 19de-eeuwse landschapsstijl op 1,8 ha en uiteindelijk krijgt de Harmonie rond dat jaar ook een nieuwe bestemming toebedeeld. Hier komt het nieuwe districtshuis van Antwerpen, bijna op de grens met district Berchem, waardoor er nu inwoners van Berchem zijn, die dichter bij het Antwerpse dan bij het Berchemse districtshuis wonen. Die nieuwe invulling vraagt een ingrijpende restauratie en een veranderde binnen-indeling. Het Rotterdamse architectenbureau Atelier Kempen Thill maakt het ontwerp, de uitvoering gebeurt door de Belgische Group Monument, waarin twaalf gespecialiseerde bedrijven samenwerken. Er wordt veel van de oude glorie hersteld: stucwerk, houten schrijnwerk, dakbedekking en de bustes van componisten komen opnieuw tegen de buitengevel. In 2020 verhuist het districtshuis vanuit de Lange Gasthuisstraat 21 naar de Mechelsesteenweg 216 en zal menig Antwerpenaar de Harmonie weer van binnen kunnen bekijken. Koninklijk Atheneum Alles begint met een keizer die iedereen kent: Napoleon Bonaparte. Wanneer Revolutionaire Fransen de Oostenrijkse Nederlanden – goeddeels het latere België - veroveren worden die ingelijfd bij Frankrijk. Als Napoleon het daar voor het zeggen krijgt wil hij het onderwijsmonopolie van de katholieken doorbreken. Daarom sticht hij in 1807 in Antwerpen een École Secondaire, een middelbare school en meteen het eerste staatscollege in wat 27 jaar later België zal worden. Anti-clericaal, maar aanvankelijk wel gevestigd in gebouwen waaruit juist de kloosterlingen zijn verdreven. Zo start de school in 1808 in de Zwartzustersstraat 25, het vroegere zwartzusterklooster waar de nonnen in 1798 buiten zijn gezet – al zullen ze in 1823 terugkeren..Dat betekent meteen dat de school nog wat keren zal verhuizen. Van de zwartzusters naar de predikheren, althans naar hun oude klooster in de Prekersstraat, dat later plaats maakt voor een kazerne. Via een verhuizing naar de Oever komen de leerlingen in 1840 aan Sint-Jacobsmarkt 11 terecht in een gebouw dat de Grooten Sot heet – een bijnaam voor de directeur zal gauw gevonden zijn … Hier zijn het de Tongerlose norbertijnen die uit hun refugie gezet zijn, waarna er tussen 1810 en 1839 nog eerst de gendarmerie gehuisvest wordt. Bij het aanvaarden van zijn burgemeestersambt in 1872 belooft Léopold de Wael meteen dat hij voor een betere behuizing zal zorgen voor deze middelbare school. Tijdens zijn burgemeesterschap worden de oude Spaanse stadswallen gesloopt om ze te vervangen door brede boulevards, in Antwerpen de leien geheten. Daar wil hij een prestigieus gebouw hebben voor wat voortaan Atheneum heet. In 1880 heeft Léopold de andere leden van de Antwerpse gemeenteraad ook overtuigd en wordt Pieter Dens aangewezen om een ontwerp te maken. Pieter gaat eerst kijken hoe dergelijke gebouwen er uitzien in Nederland, Frankrijk en Duitsland, om dan als waardige tegenhanger voor de ook door Dens gebouwde schouwburg aan de Kipdorpbrug een neorenaissance project voor te stellen, dat qua gevel toch ook wat verwijst naar het Antwerpse stadhuis. Het nieuwe gebouw komt aan een breed plein te liggen, dat dan Gemeenteplein heet. Voorheen en nadien is de naam Victorieplaats in zwang geweest als herinnering aan de Franse furie, waarbij Antwerpenaren een aanval van Franse soldaten dapper hebben afgeslagen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de naam veranderd in Franklin Rooseveltplaats. Maar in de volksmond wordt soms nog gesproken over de Geuzenhofkes, omdat daar vier plantsoenen met standbeelden zijn aangelegd tijdens dat liberale bewind en liberalen in België lang ‘geuzen’ werden genoemd. Na de inhuldiging van het Atheneum op 6 oktober 1884 beginnen op 7 oktober de lessen. Het enorme gebouw beslaat een heel blok tussen de Franklin Rooseveltplaats, Van Stralenstraat, Pijlstraat en Osystraat. Tussen de vier straatvleugels liggen twee openlucht binnenplaatsen, gescheiden door een middenvleugel. De voorgevel is echter het pronkstuk. In de booghoeken boven de ingang waarschuwen twee gevleugelde figuren voor wat hen hier te wachten staat: Studie en de Welsprekendheid. Links en rechts van hen zie je tussen vensters van de eerste verdieping Poëzie, gebeiteld door Robert Fabri en Wetenschap van de hand van Alphonse Van Beurden, beide Antwerpenaar. Alphonse is ook met werk aanwezig in de Wintertuin van de Zoo. Helemaal op de top van de voorgevel stond destijds de godin Athene, als symbool voor Onderwijs, maar zij is in 2003 verdwenen. Op de eerste verdieping achter deze voorgevel wordt een feestzaal gerealiseerd door Frans Van Dievoort in de jaren kort na de opening van de school. Daarin komen tien schilderijen van Franz Vinck te hangen met allegorieën van Kunsten en Wetenschappen. Maar die zaal is begin 21ste eeuw plots van uitzicht veranderd. 2003, nacht van 14 op 15 januari. In de Feestzaal ontstaat een grote brand, die de zaal verwoest en een groot deel van de voorbouw flink beschadigt. Van Vincks tien allegoriën gaan er negen reddeloos verloren. Enkel ‘De Faam’ overleeft, want die is op dat moment afwezig voor restauratie. Maar de schade is wat de gevel betreft vrijwel hersteld, voor de Feestzaal is gekozen om de wanden geblakerd te laten en de ruimte op 16 mei 2014 te herdopen in AthenA. Waar ooit tegenover De Faam het schilderij ‘De Maagd van Antwerpen’ hing, zie je nu ‘München’, een ter plaatse gemaakt werk van Luc Tuymans, geschonken door de Koning Boudewijnstichting en in beheer bij het Museum aan de Stroom (MAS). Inspiratie haalde Tuymans uit een filmpje van 1933 over het carnaval in München voor het Haus der Kunst. Net de periode waarin Adolf Hitler in die stad populair was. Op het schilderij zie je een gemaskerde figuur. Man? Vrouw? Je krijgt er geen antwoorden op, maar het gaat over identiteit, een thema dat in deze vandaag zeer multiculturele school actueel is. Kunst is hier meer te zien. In de ruime traphal naar de Feestzaal zie je teksten op de wanden. Die zijn van conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner. Hij ziet taal als een menselijke uiting die niet door ruimte of tijd wordt begrensd. De Tsjechische kunstenaar Pavel Buchler heeft een Allegorie van de Twijfel gemaakt. In een vitrine brengt de dienst Erfgoed van het MAS een aantal voorwerpen samen die betrekking hebben op de Maagd van Antwerpen. Zij is geen heilige, maar een strijdbare stedenmaagd en draagt dan ook een stedenkroon. Zij wordt wel eens verward met de Franse furie, een 19de-eeuws beeld met een toorts in de hand, dat moest herinneren aan die overwinning van de Antwerpenaren en nu in het depot voor te herstellen standbeelden van het Museum Middelheim wordt bewaard. In de hal van het atheneum zie je nog de gietvorm van het Willem Elsschot-standbeeld uit 1994 van Wilfried Pas, waarvan het eindresultaat op het Mechelse Plein zit, ook al noemen we het standbeeld. Krijg je de kans het hele gebouw te bekijken, dan kom je in de middenvleugel een oude turnzaal tegen, waar de destijds populaire Zweedse gymnastiek beoefend werd. Daar is ook een oud auditorium onder een houten koepel met muren met stucwerkpanelen. In de rechtervleugel kom je langs een biologielokaal met een oude vitrinekast, waar leerlingen onderricht kregen met toonmodellen. En in de achtervleugel hangt in het oude scheikundelokaal de tabel van Mendeljev met de elementen. Om het verhaal van dit in april 1994 als monument beschermd gebouw af te sluiten even wat name-dropping van oud-leerlingen: schrijvers Paul van Ostaijen en Willem Elsschot, schilder Eugeen Van Mieghem, burgemeester Lode Craeybeckx, fotograaf Herman Selleslags en concertorganisator-muzikant Paul Ambach.