
HSP
Godfried Guffens (1823-1901) & Jan Swerts (1820-1879)
Godfried GUFFENS ° Hasselt, 22 juli 1823. † Schaarbeek, 11 juli 1901. Op 22 juli 1823 wordt in het huis Die Trauwe aan Maastrichterstraat 77 te Hasselt Godfried Guffens geboren. Zijn vader is bakker, maar een deel van de woning wordt verhuurd aan een onderwijzeres. Zij ontdekt al vroeg dat Godfriedje een echt talent voor tekenen heeft en zij kan zijn ouders ervan overtuigen om hun zoon tekenlessen te laten volgen bij de heer Doigny. Daar volgt ook een dochtertje van de Herkenroodse kasteelheer Guillaume Claes les en daardoor komt Godfried af en toe op bezoek op dat kasteel, nu bekend als de Abdissenresidentie. Kasteeleigenaar en Hasselts burgemeester Claes is geïnteresseerd in kunst en krijgt vaak kunstenaars op bezoek en die zien dan ook Godfrieds werk. Zij vinden dat hij daarin verder moet kunnen gaan en Claes weet van de Hasseltse stads- en provinciebesturen geld te verkrijgen om de 15-jarige Godfried verder lessen te laten volgen aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Daar krijgt hij van 1839 tot 1846 les in Monumentale schilderkunst van Nicaise De Keyser, jazeker, die van de overbekende Antwerpse De Keyserlei.. Tijdens die studiejaren leert hij leeftijdgenoten Karel Verlat en Jan Swerts kennen. Met deze laatste onderneemt Guffens drie studiereizen naar Parijs. Daar komt in 1845 het schilderij van Sint-Paulus tot stand, dat vandaag in de Sint-Quintenskathedraal van Hasselt hangt. Bij een tentoonstelling in de Franse hoofdstad in 1849 wordt Godfrieds werk ‘De Marseillaise’ aangekocht door het museum van Philadelphia. In 1850 gaan Guffens en Swerts naar Duitsland om daar kennis op te doen over de daar ontwikkelde nieuwe frescotechnieken, belangrijk voor het maken van grote muurschilderingen. Vervolgens trekken ze naar Italië om daar in de musea de kunst af te kijken van Michelangelo en Rafael. In Rome ontmoet Godfried de dertig jaar oudere Duitser Friedrich Overbeck, die dan samen met anderen in Rome al heel wat religieuze fresco’s heeft gemaakt en lid is van de kunstenaarsgroep de Nazareners, die aan de basis ligt van de herleefde interesse in monumentale muurschilderingen. En tussen 1852 en 1853 krijgt Guffens de toelating om in Firenze te werken in de Galleria degli Uffizi, een van de oudste en belangrijkste kunstmusea ter wereld. Dan wordt het tijd voor eigen werk. Aanvankelijk worden dat exotische taferelen en portretten Stilaan komt de erkenning met de opdracht voor de raadszaal van Hasselt in 1846 voor de ‘Overhandiging van de stadsprivileges door graaf Arnold IV van Loon aan Hasselt’ – korte titels waren toen niet in de mode. Samen met Jan Swerts wordt van 1855 tot 1858 de Antwerpse handelsbeurs aan de Twaalfmaandenstraat voorzien van muurschilderingen. Maar tien dagen voor de inhuldiging wordt het hele gebouw verwoest door een brand in augustus 1858. Het zal later nog eens gebeuren met hun muurschilderingen in de Ieperse Lakenhal, maar dat is in 1914 en dan zijn de makers al overleden. Intussen is dit duo al wel in de Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand der Christenenkerk in Sint-Niklaas aan de slag gegaan met een symbolische weergave van de begrippen Overlevering, Geschreven Wet en Evangelie, waaraan van 1853 tot 1870 is gewerkt. Tegelijk wordt in dezelfde neogotische stijl tussen 1859 en 1871 de Antwerpse Sint-Joriskerk, net nieuw gebouwd door Leon Suys, van interieurschilderingen voorzien. Ook in Kortrijk is er interesse, daar wordt in 1874- ’75 de Schepenzaal verfraaid met een stukje Vlaamse geschiedenis: de Guldensporenslag en Dirk van Assenede leest aan gravin Beatrijs van Vlaanderen en haar hofdames zijn gedicht Floris ende Blancefloer voor. Met die Kortrijkse slag eindigt ook de samenwerking tussen Godfried Guffens en Jan Swerts, want Jan heeft net een benoeming tot directeur van de kunstacademie van Praag te pakken en pendelen naar West-Vlaanderen is in die dagen uitgesloten. Godfried heeft in 1871 Antwerpen verruilt voor Brussel, meer bepaald naar het Lehonplein in Schaarbeek. Voor Godfried staan er nog opdrachten te wachten in België. De Hasseltse Sint-Quintinuskathedraal krijgt tussen 1876 en 1879 muurschilderingen in het koor en de doopkapel. Plus een complete kruisweg van zijn hand, maar die was al een jeugdwerk. Een familieaangelegenheid zal ook tot een kunstwerk aanleiding geven. Godfrieds dochter Hubertine lijdt aan een oogkwaal. In de oogkliniek van de zusters Kindsheid Jesu in Oostakker weet dokter Librecht haar daarvan te genezen. Als dank maakt haar vader voor die zusters een schilderij van de heilige Odilia, die aanbeden wordt bij oogziekten. Wanneer in juli 2017 in de kerk van de Hasseltse deelgemeente Godsheide een tentoonstelling wordt georganiseerd, vinden de zusters dat hun schilderij het best kan terugkeren naar de geboorteplaats van de schilder en zo komt dat werkstuk aldaar in de Onze-Lieve-Vrouw Bezoekingskerk te hangen, na een voorbeeldige restauratie door Emma Van Briel. In 1885 wordt Godfried Guffens door koning Leopold II benoemd tot commandeur in de Leopoldsorde. Het jaar daarop gaat Guffens zich bezighouden met het maken van kopieën van Italiaanse fresco’s uit de 13de tot de 16de eeuw. Een activiteit die hij tot 1899 blijft volhouden, terwijl hij ook nog exposeert op diverse plaatsen tot 1898. Maar een ziekte die hem gedeeltelijk verlamt maakt het werken alsmaar moeilijker en op 11 juli 1901 komt aan dat drukbezette leven een einde in zijn woonplaats Schaarbeek. Na zijn dood wordt in Hasselt in 1903 een stuk van de ringlanen Guffenslaan genoemd, nu een deel van de Groene Boulevard. Ook in Schaarbeek is een Godefroid Guffensstraat naar de beroemde inwoner genoemd. Jan SWERTS °Antwerpen, 25 december 1820. † Marienbad, 11 augustus 1879. Als kerstekind in Antwerpen geboren op 25 december 1820, ontmoet Jan Swerts op de Antwerpse academie zijn studiegenoot Godfried Guffens tijdens de lessen Monumentale Schilderkunst van Nicaise De Keyser. Ze worden vrienden en zullen samen kunstreizen maken en grote muurschilderingprojecten realiseren. Op aangeven van Swerts wordt in 1859 door de Belgische overheid in Antwerpen en Brussel een tentoonstelling opgezet met kartons (ontwerpen) van Duitse meesters. Vanaf 1874 verruilt hij België voor wat dan nog als Bohemen een provincie van Oostenrijk is, waar hij in Praag tot directeur van de Academie voor Schone Kunsten wordt benoemd. Hij verhuist in oltober van dat jaar met zijn vrouw, doch zonder de kinderen, naar Praag. Hij stuurt zijn leerlingen František Ženíšek en Bohumír Roubalík naar Kortrijk om daar de Guldensporenslag af te werken. Verder bekommert Jan zich om de talentrijke maar doodarme jonge schilder Mikoláš Aleš, vandaag alom bekend in Tsjechië. Hij koopt voor hem schildersdoek en palet, geeft hem een maandelijks leefloon en geregeld middageten bij hem thuis. Daar organiseert hij ook samenkomsten van plaatselijke kunstenaars, waarbij ook zijn vrouw Mime een belangrijke inbreng heeft. Hun zoon Walter overlijdt op 21 september 1876 tijdens een bezoek aan hen in Praag, waar hij begraven wordt. Het jaar daarop overlijdt Swerts’ vrouw. Jan Swerts schildert in Praag fresco’s in de Sint-Annakapel in een ijskoude de Sint-Vituskathedraal in november 1878. Daarbij loopt hij een verkoudheid op en om daarvan te herstellen gaat hij naar het badoord Mariënbad. Maar het helpt niet, op 11 augustus 1879 zal hij overlijden in Mariënbad, vandaag Mariánské Lázné in Tsjechië.