
HSP
Nationale Bank van België
NATIONALE BANK VAN BELGIË Frankrijklei 164-166 / Leopoldplaats 8, Antwerpen. Op initiatief van de Belgische minister van Financiën Frère-Orban wordt in 1850 de Nationale Bank van België opgericht. In 1848 is er een financiële crisis geweest, waarbij zowat alle belangrijke Belgische banken betrokken waren, zodat het vertrouwen van de mensen in het bankwezen dringend hersteld moet worden. De nieuwe Nationale Bank als het leidende kredietinstituut wordt opgezet naar het voorbeeld van de Bank of England en de Banque de France en krijgt het alleenrecht om bankbiljetten uit te geven, het vastleggen van rentevoeten voor kortlopende kredieten (disconto) en activiteiten te ontplooien rond de Belgische schatkist. Het kapitaal van de Nationale Bank wordt voor de helft verschaft door de Belgische Staat en voor de rest via de uitgifte van aandelen die via de beurs verhandeld kunnen worden. Aan het eind van ons verhaal nog iets over een grootaandeelhouder van die begindagen. Om al die taken goed te kunnen uitvoeren in een periode waarin de communicatiemiddelen en het openbaar vervoer beperkt waren, worden er in de belangrijkste steden bijkantoren opgericht naast het Brusselse hoofdkantoor en ook nog agentschappen in elk district. Zo wordt al snel de opening van een Antwerps bijkantoor bestudeerd. In 1848 is de IJzeren Rijn geopend, een spoorwegverbinding tussen de haven van Antwerpen en Duitsland en kent de stad een toename in bevolking, die de oude stadsgrenzen van de Spaanse omwalling onder druk zet. De belangrijkste lokale gesprekspartner wordt de Bank van Antwerpen, in 1822 gesticht als afdeling van de Société Générale, die in feite als centrale bank voor de Antwerpenaren had gefungeerd. Daarom is er het idee om deze bank te laten overnemen door de Nationale Bank. Die Bank van Antwerpen was gevestigd in de Lange Nieuwstraat in het gebouw Den Grooten Robijn. Maar bij nader inzien zijn noch de directie van de Bank van Antwerpen, noch de Nationale Bank gelukkig met zo’n samengaan. De directie van de Bank van Antwerpen wil graag zijn eigen hoofdkantoor behouden en ziet in dat toch niet alle directeuren mee naar de nieuwe Nationale Bank zouden kunnen overstappen. En bij de Nationale Bank ziet men de problemen rond zo’n overname ook niet meteen als een voordeel, daarom wordt besloten dat de Nationale Bank wel een onderkomen zal krijgen in Den Grooten Robijn, maar zijn eigen personeel zal meebrengen. Wederzijds wordt het als een tijdelijke oplossing beschouwd. In februari 1850 komt het gebouw van De Decker-Cassiers in de Huidevettersstraat in het vizier. Een stevig recent gebouw met de nodige elegantie, zich uitstrekkend tot aan de Korte Gasthuisstraat nabij het pleintje. Ook speelt het voordeel mee, dat dit gebouw in het Antwerpse centrum ligt, vlakbij de beurs. De Nationale Bank zal hier 29 jaar lang gevestigd blijven. De leiding van dit Antwerpse filiaal komt in handen van de heren Piéron en Herry. De eerste wordt weggekaapt bij de Bank van Antwerpen, is schepen geweest en is bekend met de lokale industrie, de andere is een veteraan van de onafhankelijkheidsstrijd in de jaren 1831-’33 en bankagent, hij wordt boekhouder en kassier. Al snel blijkt dat de ruimte in de Huidevettersstraat te krap is en wordt er uitgekeken naar uitbreiding. Vooral het linker buurhuis wil men graag verwerven, want dat dateert uit Antwerpens Gouden Eeuw – de 16de – en is ooit in bezit geweest van Gaspard Dozzi, afkomstig uit het Italiaanse Firenze, maar bovenal bankier van keizer Karel V, als concurrent van Jacob Fugger uit de Steenhouwersvest. Hij zou naar verluidt ooit landvoogdes Maria van Hongarije op zijn kasteel in Hoboken hebben ontvangen en daar eigenhandig schuldbekentenissen van haar broer Karel V in brand hebben gestoken om zo verschillende miljoenen aan leningen aan de vorst vrij te schelden. Helaas, de familie Ullens-Geelhand die het gebouw op dat moment in bezit heeft, voelt niets voor verkoop. En ook de mogelijkheid tot uitbreiding met diverse huizen in de Korte Gasthuisstraat stuit op buitensporige financiële eisen van de eigenaars. Allemaal heel vervelend, want de Nationale Bank wil graag in het centrum van de handelsactiviteiten blijven zitten. Maar dan komt er in 1871 het aanbod van een stuk grond bij de nog maar juist in 1868 gesloopte Spaanse omwalling, een driehoek van 2.669 m². Dat betekende dus een gebouw met drie straatgevels: aan de Mechelsesteenweg, de Bourlastraat en een hoofdgevel aan de Kunstlei, nu de Frankrijklei, langs de brede boulevard die de oude stadswallen gaat vervangen. Die drie gevels moeten door afgeschuinde hoeken met elkaar worden verbonden, wat later heel wat hoofdbrekens zal kosten aan de architect. En die bouwmeester wordt Hendrik Beyaert, die in 1859 al samen met Wijnand Janssens de Brusselse hoofdzetel van de Nationale Bank had ontworpen, dus al meer dan een voetje bij onze nationale financiële instelling binnen had. Hendrik Beyaert laat zich inspireren door het grote verleden van zowel Antwerpen als de plaats waar het nieuwe filiaal moet komen, namelijk de plek waar ooit de Sint-Jorispoort toegang verschafte tot de stad voor wie uit Mechelen kwam. En dat was ooit ook keizer Karel V geweest, vandaar Keizerpoort als tweede naam. Het was ook meteen de mooiste stadspoort geweest in renaissancestijl, beschermd door bastions die uitstaken in de stadsgracht en daartussen een brug op vele bogen, die zelf ook nog een bocht maakte, zodat een rechtstreekse bestorming onmogelijk was. Het resultaat van Beyaerts inspiratie zal een gebouw worden dat van buiten gezien oogt als een Loirekasteel, maar met een binnenplaats die aan laat-middeleeuws Antwerpen doet denken. Op 6 december 1872 start Hendrik met ontwerpen. Van binnen moet Beyaert voor een functionele indeling zorgen, van buiten moet alles verpakt worden in een rijkelijk decor met veel ornamenten en enkele beeldhouwwerken boven de hoofdgevel aan de Kunstlei en naast de hoofdingang aan de Leopoldplaats. Omdat al snel blijkt dat de kosten oplopen tot zo’n 2 miljoen Belgische frank, krijgt de architect opdracht om een goedkoper voorstel in te dienen, zonder te raken aan de inwendige indeling. Beyaert komt met een nieuw voorstel, waarbij hij door te schrappen in de decoratie de kosten met een half miljoen frank kan verminderen. Maar van zo’n sobere gevel schrikt het bestuur van de bank toch wel en uiteindelijk mag Hendrik zijn oorspronkelijk ideeën realiseren op voorwaarde dat hij die twee miljoen niet overschrijdt en een betrouwbare aannemer kan vinden, die het werk voor dat bedrag wil uitvoeren. Dat laatste lukt gemakkelijk, het wordt namelijk dezelfde aannemer die al de fundamenten heeft gelegd en Beyaert heeft bijgestaan bij het becijferen van de bouwkosten. Er ontstaat nog een discussie over een strook grond op openbaar terrein, waar de bouwplannen geen rekening mee hebben gehouden. Dat wordt opgelost via het betalen van 10.000 Belgische frank, waarmee de Nationale Bank het recht krijgt die strook te gebruiken zolang het gebouw daarop staat. Op 25 mei 1874 keurt de Stad Antwerpen de plannen goed en kan de bouw starten, die vijf jaar zal duren. En dan zijn er nog de persoonlijke problemen van de managers van het Antwerpse filiaal, die in de woningen aan de Kunstlei binnen het complex komen wonen. Gepusht door hun vrouwen komen zij aanzetten met allerlei opmerkingen over het interieur van die huizen, onder meer over de trapleuningen – zij hebben kennelijk elders mooiere en duurdere gezien. Maar Hendrik weet alle commentaar handig te weerleggen, door te stellen dat je pas kan oordelen over het resultaat als je alles helemaal afgewerkt ziet. Als een middeleeuws bouwmeester laat Beyaert zijn handtekening in het gebouw achter. Bij een smal raam dat uitgeeft op de binnenplaats steekt zijn gebeeldhouwde hoofd uit de gevel naar voren. Op 1 december 1879 hebben alle afdelingen van het Antwerpse filiaal van de Nationale Bank hun intrek genomen in het nieuwe gebouw. De gouverneur van de Nationale Bank laat niet na in het jaarverslag te noteren, dat men de stad Antwerpen een monument heeft geschonken dat waardig is aan haar kunstzinnige roem. Helaas is die roem nu wat tanende, want sinds 30 september 2013 zijn de loketten voor het publiek gesloten en op 1 januari 2014 is het Antwerpse filiaal van de Nationale Bank van België voorgoed opgeheven en wordt naar een nieuwe functie voor het te koop staande gebouw gezocht. Victor Hugo en de Nationale Bank van België De bekende Franse schrijver Victor Hugo is aanhanger van de republikeinen, die na de val van Napoleon Bonaparte in conflict liggen met de Bonapartisten. Uiteindelijk zal Louis Napoleon Bonaparte als president van de Tweede Franse Republiek op 2 december 1851 een staatsgreep plegen en ontstaat er een jacht op de republikeinen. Victor Hugo was actief in het verzetscomité en op zijn hoofd is een prijs gezet, daarom vlucht hij onder de valse naam van arbeider Jacques Firmin Lanvin naar België, waar hij op 11 december 1851 in Brussel arriveert en zijn intrek neemt aan de Grote Markt. Hugo is dan al redelijk bemiddeld door het succes van zijn romans en theaterstukken en wil wat met dat geld doen. Victor mag belangrijke Belgen tot zijn vriendenkring rekenen, zoals premier Charles Roger en de Brusselse burgemeester Charles de Brouckère, die tevens directeur is van de Banque de Belgique, ooit de directe concurrent van de Société Generale, welke twee financiële instellingen tot aan de crisis van 1848 samen de functies vervullen die vanaf 1850 aan de nieuw opgerichte Nationale Bank van België toekomen. Deze invloedrijke vrienden adviseren Victor Hugo om zijn geld te beleggen in aandelen van die Nationale Bank en hij volgt die raad op. Weliswaar laat hij tegenover zijn vrouw Adèle, die in Parijs is gebleven, uitschijnen dat hij zeer zuinig leeft en over weinig middelen beschikt, maar dat blijkt dus niet overeen te komen met de realiteit. Integendeel, Victor Hugo zal vanaf 1851 stilaan een van de grootste aandeelhouders van de Belgische Nationale Bank worden, al reist hij vanaf 1852 vaak heen en weer tussen zijn tweede verbanningsoord Guernsey en Brussel. Wanneer zijn roman ‘Les Misérables’ in 1862 een groot succes wordt, breidt Victor Hugo zijn aandelenbezit uit tot 231 stuks. Dat pakketje laat hij aangroeien tot 300 stuks in 1867, om na een statuutwijziging van de Nationale Bank en zijn eigen toename in rijkdom uiteindelijk met 600 aandelen de tweede belangrijkste aandeelhouder van de Nationale Bank te worden. In die periode schaft hij nog 70 aandelen aan op naam van zijn minnares Juliette Drouet, die in Brussel verblijft. Louis Napoleon Bonaparte heeft zich inmiddels op 4 december 1852 tot keizer Napoleon III van het Tweede Keizerrijk laten kronen, maar zich in 1870 laten verleiden tot een oorlog met Pruisen, waarbij de Fransen zich al na enkele maanden gewonnen moeten geven en Napoleon III krijgsgevangene van de Pruisen wordt. Wanneer dan op 4 september 1870 de Derde Franse Republiek wordt uitgeroepen kan Victor Hugo naar Frankrijk terugkeren. In maart 1871 is hij nog even terug in Brussel om de erfenis van zijn zoon te regelen. Maar op 30 mei 1871 ondertekent koning Leopold II een bevel tot uitwijzing van Victor Hugo, omdat hij in Brussel onderdak heeft verleend aan gevluchte ‘communards’ van de Commune van Parijs. Dat was een revolutionaire regering die van 18 maart tot 28 mei 1871 de macht in de Franse hoofdstad had overgenomen, maar in een bloedige onderdrukking door het Franse leger ten onder was gegaan. De Belgische overheid wilde geen anarchistische elementen in het land toelaten uit vrees voor ongeregeldheden en verslechtering van de relaties met Frankrijk. Victor Hugo verlaat België op 31 mei 1871 en zal nooit meer terugkeren. In 1881 geeft Juliette Drouet uit eigen beweging de 70 aandelen die Victor op haar naam heeft gezet via de gouverneur van de Nationale Bank terug aan hem. Die nu 670 aandelen van Victor Hugo vertegenwoordigen op dat moment een waarde van 2 miljoen Belgische franken, voor die tijd een aanzienlijk bedrag.