Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

De op 7 juni 1801 in Brussel geboren Auguste Payen krijgt zijn opleiding nog tijdens de Hollandse periode. Hij behoort tot een familie van architecten uit het Doornikse en volgt aan de academie van Doornik les bij Bruno Renard, de ontwerper van Grand-Hornu. Daarna komt Payen terecht op het kantoor van de Brusselse stadsarchitect Nicolas Roget, die ook technische cursussen geeft aan het Museum voor Wetenschappen en Letteren. Samen met Roget ontwerpt Payen het observatorium van Brussel (1826-’32) in samenspraak met wetenschapper Adolphe Quetelet, die de eerste directeur van deze instelling wordt.


Na de Belgische Onafhankelijkheid zal Auguste Payen Roget als stadsarchitect opvolgen. Uit deze periode dateert de aanleg van de boulevards op de tweede Brusselse stadsomwalling, nu de Kleine Ring. Daarbij hoorden ook tolpaviljoenen bij de Naamse-, Anderlechtse-, Vlaamse-, Ninoofse- en Oeverpoort.


In 1841 neemt Auguste ontslag als stadsarchitect, om als ingenieur-architect in dienst te treden bij de Belgische Staatsspoorwegen. Payen staat voor een rationeel neoclassicisme. Hij is de ontwerper van de stations van Gent-Zuid, Verviers-Ouest, Brugge, Oostende, Manage, Kortrijk, Wetteren, Dendermonde, Doornik, Lier, Vorst en zijn uiteindelijke grootste realisatie, Brussel-Zuid. Al deze stationsgebouwen vervingen eerder exemplaren, die vaak van hout waren of op een andere plek stonden (zoals in Brussel). Op enkele uitzonderingen na, zijn de neo-klassieke stationsgebouwen van Auguste Payen intussen ook weer gesloopt en op hun beurt vervangen door modernere stations.


Met zijn stations in Brugge en Doornik is wel iets heel bijzonders gebeurd. Beide zijn namelijk steen voor steen gedemonteerd en per spoor naar een andere gemeente verplaatst om daar opnieuw opgebouwd te worden en dat in hetzelfde jaar. In 1879 verrees daardoor het oude station van Brugge in Ronse, terwijl het station van de Quai de l’Arsenal in Doornik een nieuw leven kreeg in Leuze-en-Hainaut. Ronse heeft daarmee nog een mooie primeur, het bezit het oudste nog bestaande stationsgebouw van Europa.  


In Blankenberge is intussen de Luikse spoorwegingenieur Léon Malécot neergestreken. Hij ziet in de pas opkomende Belgische badstad een mogelijkheid om die uit te bouwen naar het voorbeeld van het Engelse Brighton, zeker omdat heel wat Engelsen dan het slagveld van Waterloo komen bezoeken en dus best ook onze kust kunnen aandoen. Terwijl Oostende met een houten Kursaal uitpakt, wil Léon hoger mikken en laat zijn collega spoorweg ingenieur-architect Payen een gebouw in neo-Moorse stijl uittekenen, dat in 1859 langs de Promenade van Blankenberge zal verrijzen. Wanneer het Blankenbergse stadsbestuur in 1884 een eigen stedelijk casino laat bouwen, wordt Malécots schepping omgebouwd tot het luxueuze Hôtel du Kursaal. Maar dat heeft de ondernemer zelf niet meer hoeven meemaken, hij is nogal jong overleden, in 1866 op zijn 49ste.  

Auguste Payen volgt zijn collega na met dubbele eindcijfers, maar dan net één meer. Hij overlijdt op 16 april 1877 in de Brusselse randgemeente Sint-Joost-ten-Node, waar het ook allemaal voor hem als bouwmeester begon.


Oeuvre (onvolledig):

AUGUSTE PAYEN (1801-1877)

Dendermonde

Tournai / Doornik

1826-1832

Koninklijk Observatorium van Brussel.

Queteletplein / Astronomielaan, Brussel-Sint-Joost-ten-Node.

I.s.m. stadsarchitect Nicolas Roget.

De bouw van dit observatorium voor wetenschapper Adolphe Quetelet gebeurt in samenwerking met stadsarchitect Nicolas Roget.

Afgebroken.


1828

Verbouwing Oude Hofzaal van het paleis van Karel van Lotharingen.

Museumplein 1, Brussel.

I.s.m. stadsarchitect Nicolas Roget.


1832

Octrooipaviljoenen Anderlechtsepoort.

Anderlechtsestraat / Steenweg op Bergen, Brussel.


1832-1834

Octrooipaviljoenen Ninoofse Poort.

Ninoofsesteenweg / Ninoofseplein, Brussel.


1834-1836

Octrooipaviljoenen Naamse Poort.

Naamsestraat / Elsenesteenweg, Brussel.

Verplaatst naar ingang Ter Kamerenbos, Louisalaan 544 en 589.


1836-1841

Slachthuis van Brussel.

Slachthuislaan, Brussel.

Afgebroken in 1926.


1837

Station Gent-Zuid.

Graaf van Vlaanderenplein, Gent.

Afgebroken in 1928.


1839

Restauratie Koninklijk Parktheater.

Wetstraat 3, Brussel.


1840

Grote Spui (nu restaurant Grande Ecluse).

Poincarélaan 77, Brussel-Anderlecht.

In 1865 verbouwd door architect Léon Suys.

1840

Reizigersgebouw kopstation Verviers-Ouest.

Rue de la Station.

Afgebroken en vervangen door nieuw gebouw eind 19de-eeuw. Goederengedeelte van Verviers-Ouest opgeheven in 1984 en verbouwd tot hotel.


1841-1844

Station Brugge.

Zand, Brugge.

In 1879 per trein verplaatst naar Ronse en daar in 1881 herbouwd aan het Winston Churchillplein 13 als oudste nog bestaande stationsgebouw van Europa.


1842-1844

Station Oostende.

Tweede Handelsdok Zuidzijde (nu Van der Sweepplein), Oostende.

In 1880-1882 geïntegreerd in nieuw stationsgebouw op dezelfde plaats van architect Félix Laureys, uiteindelijk afgebroken in 1956.


1842-1850

Station Doornik.

Quai de l’Arsenal (nu Quai Andréï Sakharov), Doornik.

In 1879 verplaatst naar Leuze-en-Hainaut en daar deels gereconstrueerd aan de Rue de Seuwoir.


1843

Station Manage.

Manage.

Afgebroken in 1902.


1847

Station Kortrijk.

Stationsplein 8, Kortrijk.

Na ernstige beschadiging door een Engels bombardement in 1944 is het in 1956 door een modern gebouw vervangen.


1848

Station Wetteren.

Stationsplein 15, Wetteren.


1849

Station Dendermonde.

Statieplein 2, Dendermonde.

Beschermd als monument in 2004.


1853

Neoklassiek herenhuis.

Nieuwstraat 18, Brussel.

Gewijzigd.


1859

Kursaal van Malécot.

Promenade / Zeedijk, Blankenberge.

Na 1884 Hôtel du Kursaal, een gebouw in neo-Moorse stijl, later omgedoopt tot Hotel Bristol, na WO I Résidence Bristol en kort nadien afgebroken.


1861

Station Lier.

Leopoldplein z/n, Lier.

Een typisch neo-classicistisch station uit de beginperiode van de spoorwegarchitectuur, een van de drie nog resterende stationsgebouwen van architect Auguste Payen. Het centrale gedeelte wordt geflankeerd door twee lagere zijvleugels. De hoektraveeën op de benedenverdieping, zowel van het middengedeelte als van de zijvleugels, worden begrensd door geblokte lisenen, maar op de verdieping door eenvoudige Toscaanse pilasters. Alle hoektraveeën, evenals de zijgevels, waren oorspronkelijk bekroond met een driehoekig fronton.

In 1978 is aan de zuidelijke zijgevel een aanbouwsel toegevoegd en een nieuwe storende luifel boven het reizigersperron geplaatst.


1862

Station Vorst (vanaf 1880 Vorst-Zuid).

Stationsstraat z/n, Brussel-Vorst.

Gesloten voor reizigers in 1972.


1864-1869

Station Brussel-Zuid.

Grondwetplein / Fonsnylaan, Brussel.

I.s.m. beeldhouwer Joseph Ducaju.

Afgebroken in 1949, vier allegorische beelden overgebracht naar Dodainepark van Nijvel.