
HSP
Walter Van den Broeck (1905-1945)
De op 20 september 1905 in Antwerpen geboren architect Walter Van den Broeck is vooral actief tijdens het interbellum, de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Het uitbreken van die laatste oorlog en zijn vroege dood in Berchem op 8 november 1945 vlak daarna heeft hem niet de kans gegeven om grote bouwwerken te realiseren, al wordt zijn werk vandaag erkend als vernieuwend. Er zat ook een filosofie achter, Van den Broeck vertrok vanuit een socialistische visie op wonen en stedenbouw, waarbij onder andere de ideeën van de woning als Existenzminimum - een levensruimte met licht, lucht en ruimte - en een ‘machine à habiter’ - een woonmachine – meespeelden. Die werden gepropageerd door het Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM), een in juni 1928 door avant-garde architecten waaronder Le Corbusier opgerichte denktank. Ook een man als Renaat Braem was daar bij betrokken. Walter Van Den Broeck krijgt zijn opleiding tussen 1920 en 1926 aan de afdeling Bouwkunde van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Al tijdens zijn studie realiseert Walter zijn eerste ‘goedkope woning’ in 1925, terwijl hij ook het eigen tijdschrift ‘Licht’ uitgeeft tussen 1920 en 1922 en als redactiesecretaris betrokken is bij het tijdschrift ‘Bouwkunde’, dat in de jaren 1924-’25 verschijnt. Na de academie gaat hij stage lopen bij Jef Huygh, de architect van onder meer de Antwerpse Sint-Laurentiuskerk. Walter ontpopt zich als een bouwmeester die vernieuwing wil paren aan enige traditie en een synthese tracht te realiseren tussen expressionisme en zakelijkheid, waarbij de vernieuwing in dienst staat van een functioneel ontwerp. Zijn realisaties laten zich dan ook omschrijven als Nieuwe Zakelijkheid en Modernisme. Daarmee behoort Walter tot de avant-garde van de Antwerpse architecten. Naast huizen ontwerpt Walter Van den Broeck ook meubels, interieurelementen en keukens voor zijn opdrachtgevers. Er is in ook een regelmatige samenwerking met architect Flor Laforce. Het is duidelijk dat Van den Broeck de grotere projecten niet schuwde, hij deed mee aan prijsvragen rond het ontwerpen van een nieuwe Zeevaartschool en een Sportpaleis. Hoewel hij niet werd verkozen als architect voor deze projecten, behaalde zijn ontwerp voor de Zeevaartschool de tweede prijs en was een eervolle vermelding zijn deel voor het Sportpaleis. Op de Brusselse Wereldtentoonstelling in 1935 was ook werk van Walter tentoongesteld. En voor zijn woning voor F. Van Haver uit 1931 kreeg bij twee jaar later de gerenommeerde Prijs Van De Ven, een bekroning van vernieuwende architectuur, in het leven geroepen door een bedrijf van keukens. In 2017 wordt de eigen architectenwoning van Walter Van den Broeck door een vakjury gekozen tot ‘Schoonste gebouw van Antwerpen’, waarbij ook de renovatie met behoud en herstel van zoveel mogelijk originele elementen door de huidige eigenaars-architecten meespeelde.