
HSP
Jan Baptist Van Wint (1829-1906) & Jan Baptist De Boeck (1826-1902)
Het komt niet zo vaak voor, twee kunstenaars die hun hele leven en artistieke carrière samen blijven werken. Maar misschien helpt het als je met dezelfde voornaam bent gedoopt en als die voornaam dan ook nog eens Johannes de Doper blijkt te zijn. De oudste Jan-Baptist wordt in het Antwerpse gezin De Boeck geboren op 7 augustus 1926. Zijn naamgenoot ziet drie jaar later hetzelfde Antwerpse levenslicht binnen het gezin Van Wint, op 17 oktober 1829. Jan-Baptist De Boeck gaat studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in zijn geboortestad en zal daar allicht student Van Wint hebben ontmoet. Als Jan-Baptist De Boeck rond zijn 25ste de Prijs van Rome voor beeldhouwkunst in 1851 behaalt met het reliëf ‘De dood van Socrates’ heeft hij de pech dat net in dat jaar de verplichting van een aanvullend theoretisch examen wordt ingevoerd, waardoor hij nog eens extra moet studeren voordat hij de reis kan gaan maken, die altijd aan deze prijs vasthangt. In 1853 kunnen de koffers gepakt worden voor vertrek naar Rome en Jan-Baptist gaat niet alleen, hij neemt naamgenoot Van Wint meteen mee. Samen verblijven ze in Rome om de antieke kunst te bestuderen tot het voorjaar van 1856. Dan reizen ze huiswaarts, maar niet zonder een stop in Florence, waar ze van april tot juni blijven hangen. Kennelijk maken ze een behoorlijke indruk, want ze krijgen toestemming om in de lokale kerken te werken en in het Palazzo degli Uffizi, het oude paleis van de familie De Medici, dat tot een van de oudste en belangrijkste kunstmusea ter wereld is omgebouwd. Terug thuis openen De Boeck en Van Wint samen een atelier in de Antwerpse Provinciestraat en ze gaan zich helemaal toeleggen op religieuze beeldhouwwerk in neogotische stijl, zoals die in de tweede helft van de 18de eeuw stilaan trendy wordt. Grote inspirator is alweer een Jean-Baptist, ditmaal Bethune geheten, die niet naar Italië is getogen, maar naar Engeland en daar August Welby Pugin en kunstglazenier John Hardman heeft ontmoet. Die contacten doen hem besluiten ook in eigen land terug te grijpen naar het middeleeuwse handwerk in de kunst, gotiek wordt neogotiek. Voor het atelier De Boeck & Van Wint breken goede tijden aan. In de Franse periode zijn veel kerken gesloten geweest en in de daarop volgende vijftien jaar Nederlands bestuur had de katholieke geestelijkheid er geen goed oog in omwille van de protestantse vorst Willem I. Na de vorming van de eigen staat België en de uiteindelijke erkenning eind jaren 1830, komt er een tijd van binnenlandse rust en opbouw. Uit het atelier in de Provinciestraat stromen de Mariabeelden en in haar zog tal van andere heiligen uit naar de Antwerpse kerken en ook naar steden en dorpen in de omgeving. De bevolkingstoename in Antwerpen leidt tot nieuwe wijken, waarin zeer forse kerken als de Sint-Amandus en de Sint-Willibrordus verrijzen. Die moeten natuurlijk van binnen gestoffeerd worden met beelden en van buiten moeten de gevelvelden – timpanen – boven de toegangen worden opgevuld. Dat niet elk werkstuk van De Boeck & Van Wint een unicum is, blijkt uit een kruisweg. Ze maken die kruisweg op houten panelen voor de Sint-Pauluskerk, waar deze de wanden een hele kloostergang bedekt. Maar dezelfde afbeeldingen worden vijf jaar later gebruikt voor de kruisweg in de Reetse Sint-Maria Magdalenakerk. En nog niet zo lang geleden is ontdekt, dat een adellijke dame een vergulde versie van dezelfde kruisweg heeft besteld voor de Holy Angels kerk in het nogal afgelegen kleine plaatsje Hoar Cross in het Engelse district East Staffortshire. Wanneer Jan-Baptist De Boeck op 16 april 1902 in Lokeren overlijdt, zet zijn kompaan het werk voort. Jean-Baptist Van Wint mag tussen 1900 en 1903 het grote beeldhouwwerk ‘Het Laatste Oordeel’ van de ook al gestorven Frans Durlet afmaken. Daar loop je onderdoor wanneer je via de hoofdingang de Onze- Lieve-Vrouwekathedraal kan binnengaan, wat enkel bij speciale gelegenheden het geval is. En als Van Wint daarmee klaar is, mag hij meteen een groot eigen werk aanvatten, namelijk links en rechts van de toegang van dat hoofdportaal liefst 48 beelden plaatsen van engelen, apostelen, heiligen, profeten, kerkvaders en ordestichters. Bovendien acht standbeelden van heiligen die naar verluidt iets met Antwerpen te maken hebben. Links word je geflankeerd door Norbertus, Amandus, Willibrordus en Dimphna, aan je rechterzijde staan Bonifacius, Walburgis, Fredegandus en Egidius. Maar helaas, Jean-Baptist Van Wint heeft dat nooit zelf volledig kunnen aanschouwen. Hij gaf in zijn geboorteplaats de geest op 8 december 1906. Assistent Pieter De Roeck heeft gezorgd dat wij dan wel de kans hebben om een foto met het volledige eerbiedwaardige peloton te kunnen nemen.