DE NOORSE
de Noorse heft de tip op van haar rok
tot waar haar magere bovenbeen
belegd met koorden aderspat zich toont
kindvrouwtje strijkt naast haar neer
ze doet dat nooit brutaal
altijd met de lichtheid van een veer
die na haar val een vleugelige opwaai kent
ze slaakt hierbij een schrille gil
ongestoord vervolgt de Noorse
op veel te grote sloffen
haar schuifelende gang en
met haar rok hoog opgeheven
lacht ze me vriendelijk toe
fluistert in mijn oor
een klank die sist en slist
iets van pisse pisse pisse
wat niet meer wil zeggen
dan dat ze honger heeft