Frits Schetsken

Kunstschatkist

Toermalijn

Bollebooswicht

Kunstschuimer

Kunstspotter

Dendermonde

HILDEGARD VON BINGEN (1098-1179)

Hildegard von Bingen wordt in 1098 geboren nabij het Duitse Mainz, vermoedelijk in het dorpje Bermersheim bij Alzey. Zij is het tiende en laatste kind van Hildebert von Bermersheim en Mechtild von Merxheim, die allebei tot de lokale adel behoren. Zoals destijds gebruikelijk, wordt het tiende kind opgedragen aan de kerk als een soort tiendenoffer. Een eerbetoon aan God, maar tegelijk een praktische oplossing om één mondje minder te moeten voeden.


Amper drie jaar is Hildegardje, wanneer ze thuis visioenen van lichtgevende voorwerpen krijgt. Omdat de mensen rond haar dat maar vreemd en beangstigend vinden, begrijpt de kleine Hilde al snel dat dit niet zo normaal is en houdt ze verder maar haar mondje over deze dingen. Hildegards vader en graaf Stephan von Sponheim kennen elkaar en daardoor wordt Hildegard, die immers bij haar geboorte aan God is opgedragen, op haar 8ste onder de hoede van de 14-jarige Jutta von Sponheim geplaatst. Jutta is op haar twaalfde op wonderbaarlijke wijze van een ziekte genezen, wil sindsdien haar leven aan God wijden en is non geworden, maar dan zonder in een klooster te treden. Weduwe Uda von Göllheim zal toezicht houden op de opvoeding van beide meisjes en Jutta leert Hildegard schrijven en de psalmen in het Latijn lezen, het officie zingen en ze laat haar ook enige medische kennis opdoen.


Wanneer op de nabije Disibodenberg – genoemd naar een Iers-Schotse prediker die de streek gekerstend heeft – in 1108 de bouw van een benedictijner klooster start op de plek van een verwoeste augustijner voorganger, onderhandelt de familie von Sponheim met de monniken om aan dat mannenklooster een kluis voor enkele vrouwelijke nonnen toe te voegen. Daardoor kunnen op 1 november 1112 Jutta, Hildegard en nog een derde jonge non hun kluis betrekken en wordt die meteen dichtgemetseld, zodat het drietal van de buitenwereld is afgesloten. De inmiddels 20-jarige Jutta wordt magister van het vrouwengedeelte van klooster Disibodenberg. De kluis is specifiek gereserveerd voor adellijke dames, die enkel naar de abdijkerk gaan om daar te bidden. Jutta leert de nu 14-jarige Hildegard bijbelteksten te interpreteren en de liturgie te bestuderen.


De kluis bestaat uit een reeks eenvoudige optrekjes rond een ommuurde tuin en trekt spoedig meer vrouwen aan. Als er zo’n nieuwe religieuze bijkomt wordt de toegang telkens opnieuw dichtgemetseld, zodat alles binnen dat kleine domein gebeurt en er geen persoonlijk contact met de buitenwacht is, tenzij via enkele muuropeningen voor het doorgeven van voedsel en andere giften aan de kluizenaressen.

Als Jutta op 22 december 1136 sterft, kiest de intussen tot tien nonnen aangegroeide gemeenschap de 38-jarige Hildegard tot magister, zoals de titel luidt, want er kan geen sprake zijn van abdis, het dubbelklooster wordt geleid door een abt.


Wanneer Hildegard in 1141 de leeftijd van 42 jaar bereikt, krijgt ze een visioen dat haar verdere leven zal veranderen. Ze wordt daarin gevraagd om alles wat ze in haar visioenen waarneemt op te schrijven. Voor de praktische kant van die taak wordt ze bijgestaan door de benedictijner monnik Volmar, prior van het vrouwengedeelte, die als Latinist de vertaling in die kerkelijke taal op zich neemt.


De kerkelijke autoriteiten bekijken Hildegards visioenen met argwaan, maar dat verandert tijdens de synode van Trier in 1147. Dan brengen Bernardus van Clervaux en de aartsbisschop van Mainz haar geschriften onder de aandacht van paus Eugenius III, die haar aanspoort verder te gaan. Zo kan Hildegard met de zegen van de Kerk haar eerste grote werk Scivias voltooien: ‘Ken de wegen van het Licht’.  Die visioenen maken haar tot mystica, iemand die hartstochtelijk streeft naar een bijzondere vereniging van de ziel met God, waarbij het echter God is, die het moment van die eenwording zelf bepaalt, als een hemels geschenk. De middeleeuwse mystieke literatuur beschrijft hoe je deze ervaring kan bereiken. Bekende mystici van Belgische bodem zijn Hadewijch (13de eeuw) en Jan van Ruusbroec (1293-1381).


Hildegard wil nu zelfstandiger kunnen optreden en beslissingen nemen en in 1147 gaat ze over tot de stichting van een eigen klooster op de Rupertsberg bij Bingen, waar Hildegard later haar achternaam aan ontleent.  Dat gebeurt zeer tegen de zin van Disibodenbergabt Kuno, die zijn vrouwenafdeling niet graag ziet vertrekken. Maar de aartsbisschop van Mainz zorgt dat die verhuizing toch de kerkelijke goedkeuring krijgt en in 1152 verlaten de nonnen hun kluis om hun intrek te nemen in het nieuw gebouwde eigen klooster. Dat wordt enorm populair bij steeds meer religieuze vrouwen en als die toeloop te groot wordt, volgt in 1165 de stichting van een tweede klooster in Eibingen, een stadsdeel van Rüdesheim op de andere oever van de Rijn. Tot haar dood zal Hildegard beide kloosters leiden.

Dat loopt bijna verkeerd af, want als zij een geëxcommuniceerde kennis in gewijde grond nabij haar klooster laat begraven, volgt mede op aanklacht van abt Kuno een interdict, een verbod om nog langer als klooster te boek te staan, niet meer de mis te mogen opdragen, niet langer klokken te mogen luiden en zelfs niet meer het koorgebed te mogen zingen voor alle nonnen in haar stichtingen. Furieus zal Hildegard tegen die maatregelen tekeer gaan via een schrijfcampagne, waarbij ze openlijk vraagt wie dan wel het recht heeft om haar het zwijgen op te leggen. Gelukkig nemen hogere kerkelijke autoriteiten het voor haar op en wordt het intedict geschrapt.


Hildegard von Bingen verenigt nogal wat kwaliteiten in zich: niet enkel is ze mystica, maar ook schrijft ze over medische zaken (Causae et Curae), wetenschap (Physica) en religieuze teksten (uitleg over de evangeliën, over de kloosterregel van Benedictus, over de Oosterse kerkleraar Anthanasius en  twee heiligenlevens). Ze is ook componiste van liefst 77 liederen, vooral eenstemmige gezangen met een ruim toonbereik en lange melismen. Daarbij worden meer noten op één lettergreep gezongen, wat een notentros wordt genoemd. Die zangwijze komt vooral voor in het Gregoriaans, in Italiaanse liederen en Turkse en Arabische muziek en bij soul. Het is het tegengestelde van syllabisch zingen, waarbij elke lettergreep op één noot wordt gezongen. Hildegard is de eerste componist van wie de naam bekend is.


Van haar liederen wordt in Dendermonde een handschrift bewaard met als titel Symphonia Harmoniae Caelestium Revelationum (Welluidendheid der Harmonie van de Hemelse Openbaringen), waarin zij zo’n 60 eenstemmige liederen op muziek heeft gezet, opgedragen aan de Vader en de Zoon, de Heilige Maagd, de Heilige Geest, de Hiërarchie, de Maagden, Weduwen en Onschuldigen, Sint-Ursula en de Kerk zelf. Deze ‘Codex 9’ zoals het 12de-eeuwse manuscript bekendstaat, is langs diverse abdijen gereisd, alvorens in Affligem terecht te komen. Na de verwoesting van die abdij tijdens de Franse periode wordt het via verdreven monniken uiteindelijk naar de Sint-Pieters-en-Paulusabdij van Dendermonde gebracht.


Daarnaast maakte Hildegard nog een liturgisch mysteriespel, het Ordo virtutum (Orde der deugden), waarin vrouwen alle rollen vertolken, behalve één, de duivel is een mannenstem. En ja, ze vindt ook nog even een eigen taal uit, de Lingua Ignota (letterlijk: Onbekende Taal) met een eigen alfabet voor het middeleeuws Latijn. Daar breken de geleerden vandaag nog steeds het hoofd over om te achterhalen wat zij precies bedoelde.


Hildegard strooide ook al dan niet gevraagde goede raad om haar heen, zowel voor het volk als voor geestelijkheid en adel - en ze nam daarbij geen blad voor haar mond. Viermaal ondernam ze een tocht om te prediken, die haar langs Duitse steden als Mainsz, Trier, Bamberg en Keulen bracht. In haar denken speelde de leer van Aristoteles een grote rol, die zegt dat alles is opgebouwd uit de vier elementen aarde, water, vuur en lucht. In een van haar boeken beschrijft ze meer dan 500 planten, dieren, edelstenen en metalen. Haar theologische en visionaire geschriften bezorgen Hildegard de bijnaam ‘Sibille van de Rijn’. Opmerkelijk in Hildegards geschriften is haar positieve kijk op seksuele relaties en haar beschrijving van het genot vanuit het gezichtspunt van de vrouw. Zo heeft zij waarschijnlijk als eerste het vrouwelijk orgasme beschreven – en dat als kloosterlinge.


Bij haar overlijden op 17 september 1179 op de Rupertsberg zien getuigen hoe vanuit de hemel een lichtschijnsel valt op de sterfkamer van de 81-jarige Hildegard. Ze is begraven op het kloosterkerkhof in het Duitse Eibingen, maar haar gebeente is later in een schrijn geplaatst, dat sinds 1642 opgesteld staat in de parochiekerk van Eibingen.


Hoewel Hildegard al lang in Duitsland als heilige werd vereerd, was dat eeuwenlang niet door de Roomse Kerk officieel erkend. Pas op 10 mei 2012 wordt Hildegard door paus Benedictus XVI – zelf een Duitser – bij decreet heilig verklaard omwille van haar bijzondere bijdragen aan de geloofsleer. Dankzij dat decreet hoefden er geen bewijzen van wonderen te worden erkend door de speciale Congregatio de Causis Sanctorum – de Commissie voor heilig- en zaligverklaringen – van de Romeinse Curie. Zo’n wonder wordt overigens niet verricht door de heilige zelf, hij of zij doet enkel voor jou een goed woordje bij God om dat wonder af te smeken. Op 7 oktober 2012 is Hildegard ook als kerklerares erkend, een titel die ze slechts met drie andere vrouwen deelt, te weten Catharina van Alexandrië, Teresa van Avila en Theresia van Lissieux. De overige 31 leden van dit nu 35 kerkleraren omvattende gezelschap zijn allemaal mannen.

Over deze zo uitzonderlijke vrouw bestaan in diverse landen studiegroepen. In België is dat de Belgische Hildegard Studiegroep met website http://www.shbingen.be


Oeuvre:

1141-1151

Liber Scivias (Ken de wegen – mystieke visioenen)*

1150-1163

Liber Vitae Meritorium (Boek van de verdiensten van het leven)

1150

Liber Simplicis Medicinae (Liber Physica)   

1150

Liber Compositae Medicinae (Liber Causae et Curae) - Liber Subtilitatum Diversarum Naturarum Creaturarum (samenvoeging beide vorige boeken)

1151

Ordo virtutum (Orde der deugden), liturgisch mysteriespel

1163-1173/74

De Operatione Dei (Liber Divinorum Operum – Boek van de Goddelijke werken)

1175

Symphonia Harmoniae Caelestium Revelationum (Welluidendheid der Harmonie van de Hemelse Openbaringen – Latijnse gezangen)

1136-1179

Ignote litera per simplicem hominem Hildegardem prolate (Onbekende woorden door de eenvoudige mens Hildegard voorgesteld -  een

eigen Ignota-taal, met woordenlijst en alfabet)

1136-1179

Explanatio Regulae S. Benedicti (Uitleg over de Regel van Sint-Benedictus)

11701168

Vita Sancti Ruperti (Heiligenleven van Sint-Rupert)

1170

Vita Sancti Disibodi (Heiligenleven van Sint-Disibod)

1170

Explanario Symbolae S. Athanasii (Uitleg over de symbolen van Sint-Anthanasius, kerkleraar en bisschop van Alexandrië, Grieks-

katholieke ritus )      

????

Liber expositionis quorundam Evangeliorum (Uitleg van het Evangelie)


Epistolae: (de gebundelde brieven van Hildegard von Bingen)

Liber Epistolarum (108 brieven)

Novae Epistolae

Epistolarum Altera Series Nova


* Miniaturen uit de Scivias kan je bekijken via website  http://www.abtei-st-hildegard.de/?page_id=4721