Bastaardkind
Zijn ouders hielden niet van hem.
Zonder eigen stem klonk het ego tegen de kale muur.
De kamer was opgetrokken met hakenkruisen van haat.
De onbeminde lag vaak op bed.
Hij staarde naar de kaars,
de vlam deed hem dromen
van een betere toekomst.
Het kind was niet opgetogen.
Vader zei vaak dat tante Kaat hem dom vond,
hoewel zij hem dat zelf nooit zei.
In zijn eigen schuilkelder viel zijn laatste traan.