De koekoek van Koekelberg
Het vreemde nest is leeg.
De jongen hebben het onechte verlaten.
De onvaste koepel gaf geen nestwarmte.
Ze waren onmondig,
zonder kracht.
De echte vader bevloog het oude nest niet meer.
Met lederen woorden zonder klank
in een kerk zonder geloof brokkelde het nest
zonder koepel af.
In alle eenvoud hoorde de Vader
“coucou c’est nous” op Brusselse wijze.